Een gevaarlijk maar supermooi baantje

De Zesdaagse van Gent, gisteren gewonnen door het Belgisch/Duitse koppel Iljo Keisse/Robert Bartko, is een begrip in de wielerwereld. De 166 meter korte baan van ’t Kuipke staat garant voor spektakel.

Zomaar een jacht, laat op de avond in de Zesdaagse van Gent, een ploegafvalkoers met een finale tussen „twee jonge Belgen”, zoals de speaker met overslaande stem roept. Laatste ronde, Iljo Keisse – drievoudig winnaar, favoriet én Gentenaar – tegen Kenny de Ketele, normaal zijn vaste partner, maar in deze zesdaagse tegenstander. Zie ze met een snelheid van bijna zeventig kilometer per uur over het slechts 166 meter korte baantje schieten. Als kogels gelanceerd in de steile bochten naar het laatste rechte eind. Keisse wint en trekt op de streep showy het voorwiel omhoog. Klaterend applaus van duizenden toeschouwers op ‘middenplein’ en tribunes, Radetzkymars en huldiging. Climax in ’t Kuipke. „Een bom”, zoals eerder op de dag was voorspeld door gangmaker Joop Zijlaard, al 35 jaar op de derny in Gent.

Hoe moet het zijn geweest in die koude novemberweek van 1965, toen ook twee jonge Belgen de show maakten? Eddy Merckx (20) en Patrick Sercu (21) debuteerden in het zesdaagsencircuit. „Eddy was wereldkampioen op de weg bij de amateurs, ik was olympisch kampioen en wereldkampioen op de piste”, vertelt Sercu.

„Een paar weken eerder hadden Eddy en Patrick zich in Berlijn ontpopt als de nieuwe hemelbestormers”, zegt Roger de Maertelaere, auteur van het standaardwerk De mannen van de nacht, 100 jaar zesdaagsen. „In Brussel, de thuisbaan van Merckx, waren ze vervolgens als tweede geëindigd achter het geroutineerde duo Peter Post/Tom Simpson. Schitterende voorpubliciteit. Iedereen wilde de twee jonge goden zien in Gent.”

Er was nog iets dat de koorts bij de Vlaamse wielerfans aanwakkerde. Op 12 november 1962 was de oude wielerbaan van Gent in vlammen opgegaan, precies veertig jaar na de opening in de grote hal van het Feest- en Floraliënpaleis, dat was gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1913. „We hadden die avond een koppelkoers gewonnen”, herinnert Sercu zich. „Een paar uur later is het spul afgebrand. Kortsluiting, een sigaret, niemand die het weet. Alles was van hout. Mooie baan, ronder dan tegenwoordig. De rechte lijnen waren iets korter, de bochten iets langer. Echt een kuip, vandaar de naam ’t Kuipke.”

Met de zesdaagse van 1965 werd de Gentse wielerbaan heropend. „Het verhaal gaat dat er toen op één avond liefst negenduizend toeschouwers binnen waren”, zegt De Maertelaere. „Ik was er zelf bij en herinner me dat de mensen op de trappen stonden. En er waren toen meer zitplaatsen dan de kleine 5.000 van nu. Geweldig.”

Merckx en Sercu winnen, ook dat nog. Een van de hoogtepunten in de rijke wielergeschiedenis van ’t Kuipke. „Mijn eerste zesdaagsezege”, vertelt Sercu (64). „Ik vergeet het nooit. Eddy en ik reden tegen de gevestigde orde: Peter Post en Rik van Steenbergen. Reken maar dat wij de steun van het publiek hadden. Wij waren het nieuwe, de indringers.”

In de jaren die volgen groeit Sercu uit tot beste zesdaagserenner aller tijden. Van de 233 keer dat ‘de Merckx van de piste’ aan de start staat, wint hij 88 keer. In ’t Kuipke behaalt hij tussen 1965 en 1982 het recordaantal van elf zeges. Van 1983 tot op de dag van vandaag is hij in Gent koersdirecteur. „Deze wedstrijd blijft voor mij speciaal. Gent is het centrum van het wielrennen. De sport is hier geboren, zeker ook op de baan. Iedereen die naam en faam heeft, staat op de erelijst. En deze zesdaagse is nog altijd een topper. Wij zijn nu aan de 68ste editie, hebben in totaal 40.000 man binnen. Zo dwing je als evenement iets af.”

Wat ’t Kuipke zo speciaal maakt? „Deze baan is perfect gemaakt voor de zesdaagse”, zegt Michel Vaarten. De tweevoudig oud-wereldkampioen is al jaren bondscoach van de Belgische baanrenners en in Gent gangmaker van publiekslieveling Keisse. „Alle zitplaatsen zijn zo gesitueerd dat iedereen de hele baan kan overzien. Die is klein van omvang en de bochten zijn steil. Korte rondjes, veel snelheid. Hier op ’t Kuipke wordt altijd gekoerst, ook op momenten dat je het niet verwacht. Diep in de tweede jacht, ’s nachts om één uur, durven de renners nog eens serieus uit te halen.”

Koersdirecteur Sercu, glunderend: „Het samenspel tussen renners en publiek is hier bijzonder. En je hebt de uitstraling door alles wat er de jaren hiervoor is gebeurd. Als peuter mocht ik soms al met mijn vader mee, die hier twee keer derde werd. Zat ik op de stang bij een ererondje, of stond ik met moeder bij zijn kabientje. Toen ik ietsje ouder was, kwam ik zelf met de fiets uit Roeselaere. Iedere zondag meeting en na afloop vertrokken duizenden mensen, weer met de fiets.”

De gebroken ruiten van de fabriekshal naast de wielerbaan op de Gentse Citadel herinneren aan die tijd. Vergane glorie, maar evengoed elk jaar startplaats van het wegseizoen, de Omloop Het Volk. Binnen ruik je de historie. Veel oud beton, als in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Een paar uur voor de wedstrijd oogt de lege baan vanaf het middenterrein al imposant. Zes cabines van twee bij één meter aan weerskanten voor de twaalf koppels, alleen een gordijntje voor de privacy. Fietsen, wielen, schoonmaakmiddel, massage-olie. Gaten in het plafond, waardoor gisteren nog de regen op de baan druppelde.

„Er is hier altijd sfeer, ook al is er nog niemand in de hal”, zegt Léon van Bon, die met een blikje cola in de hand voorbijloopt. Na een lange carrière op de weg debuteert hij op zijn 36ste in de Gentse zesdaagse. „De soigneurs hebben hier geen plek om te slapen, alles is een beetje oud en vervallen. Maar het hoort bij de charme van ’t Kuipke.”

Op de nog lege tribune praat Joop Zijlaard bij met collega-gangmakers. „De atmosfeer is bijzonder”, zegt ook de ervaren Rotterdammer. „Sommige kelners staan hier al zeventig jaar. We hebben nu voor het eerst een kleedkamer, maar zaten altijd in een kotje waar je je hond nog niet neerlegt. En het is een gevaarlijk baantje. Wel supermooi, maar klein. Als er wat gebeurt, zit je elkaar zo in de weg.”

Twee jaar geleden kwam de Spaanse renner Isaac Galvez in Gent om het leven, toen hij tegen de ijzeren reling klapte die baan en tribune scheidt. „Een dieptepunt”, stelt organisator Sercu, die de wedstrijd na het ongeval direct afblies. „Maar een werkongeval kan overal gebeuren.”

Volgens Vaarten was het ongeluk niet te wijten aan de baan. „Er is best veel ruimte. Het is niet belangrijk hoe lang een baan is, maar hoe breed.” Na 35 jaar heeft de houten piste van ’t Kuipke voor hem geen geheimen meer. „Ik ken hier elke centimeter, kan bij wijze van spreken zonder handen zeventig per uur rijden. Niet tegen het karakter van de baan willen ingaan, dat is het.”

Zo tolt hij later die avond in de rondte; vijfenzestig per uur, zeventig, vijfenzeventig. Het publiek is enthousiast bij iedere zege van Keisse en zijn sterke Duitse koppelgenoot Robert Bartko, de latere eindwinnaars. „Je merkt aan het publiek iets bijzonders als wij onze move maken”, had Vaarten van tevoren al verteld. „Ze beginnen te brullen en te juichen. Dathoor je in ’t Kuipke boven het geraas van de brommers uit. Er is geen mooier gevoel dan dat.”

Bekijk foto’s van de Zesdaagse in Gent op www.nrc.nl/sport