Een burgemeester onder bloemen bedolven

Van wie zou Matthijs van Nieuwkerk hebben begrepen dat Rob van Gijzel inzake het coffeeshopbeleid het Absolute Ei van Columbus had uitgevonden?

Ik vrees toch vooral van Rob van Gijzel zelf.

Die zat vrijdagavond in een zelfuitgekozen pose van bescheidenheid aan de tafel van De Wereld Draait Door, en werd door de geestdriftige presentator onmiddellijk opgestoten in de vaart der volkeren.

Jarenlang was het tobben en knoeien geweest met de Achteruitgang van het Cannabisbeleid – en daar vraagt de burgemeester van Eindhoven op een anno 2008 in Almere belegde wiettop van 33 ambtsgenoten het woord aan de voorzitter, en wat ligt er, als een geschenk uit de hemel, ineens naast het probleem waarvan ze nauwelijks meer kunnen slapen? De oplossing!

‘Nou, nou’, probeerde de burgemeester van Eindhoven zo nederig mogelijk te glimmen.

‘Maar het is toch zo?’ liet Matthijs zich niet tot een verdieping lager degraderen. ‘Ú zegt: zelf wiet kweken, dan heeft de georganiseerde criminaliteit voorgoed het nakijken’.

‘Tut, tut’, las ik nu duidelijk in Van Gijzels lichaamstaal.

Want al gauw werd duidelijk dat Rob z’n rol in Almere iets te dik aan de redactie van het populaire praatprogramma had uitgevent, en dat hij nu, eenmaal voor het blok, koortsachtig moest proberen een exitstrategie te verzinnen waarmee hij zich aan de wurggreep van Van Nieuwkerks meedogenloze bewondering kon zien te ontworstelen. Anders zou hij morgen nog weleens als een kale opschepper in burgemeestersland kunnen worden nagewezen.

Er is veel kift en kinnesinne, hoor, in die kringen.

Maar ja, ga d’r maar aan staan als je als held aan Matthijs bent verkocht.

Al gauw opende zich een visioen van het PSV-stadion als wietplantage – en van nog meer mogelijke locaties. Hoeveel parkjes en plantsoenen en grasvelden liggen er in Nederlandse gemeenten niet braak voor een profijtelijk exportproduct waar tot dusver, ondanks de snel naderende recessie, zelfs de omvolprezen Wouter Bos niet aan heeft gedacht? En het is ooit nog wel de kern geweest van de Nederlandse handelsidentiteit: tulpen, opium, Simon Vinkenoog tot en met een gereguleerde achterdeur!

‘U moet er natuurlijk wel bij bedenken…’, hoorde ik Rob van Gijzel onder de houdgreep vandaan piepen.

En dan hadden we het, werd hij door zijn gesprekspartner onderbroken, nog niet eens gehad over tientallen andere opties die nu open stonden. Wat zou er tegen zijn als ambtenaren uit Eindhoven in Bulgarije, Senegal en Zuid-Korea meisjes uitnodigen als prostituee naar hun stad te komen, om daar op volstrekt legale wijze en onder toezicht van de plaatselijk autoriteiten (dus nooit van echte pooiers), hun beroep uit te oefenen. In één klap een eind aan de illegale vrouwenhandel!

De associatie diende zich aan met wat je vroeger soms las aan het eind van een recensie van een zangeres die heel mooi liederen van Fauré, Schumann, Bruch en Mahler had gezongen, en over wie de criticus schreef: ‘Bij een ovationeel applaus werd de soliste onder bloemen bedolven.’

Toen hij onder ovationeel applaus al bijna Studio Plantage dreigde te worden uitgedragen, deed Van Gijzel een laatste manhaftige pogingen om alle bloemen van zich af te schudden.

‘Kijk’, zei hij bijvoorbeeld, ‘er zijn natuurlijk al eerder plannen in die richting gelanceerd’.

Ja, ja, zag je Van Nieuwkerk grijnzen: hij is dol op gasten die tegen zijn verering opgewassen denken te kunnen blijven.

‘Waarbij nog maar afgewacht moet worden’, vervolgde Rob, ‘in hoeverre nationale afspraken en internationale verdragen…’

‘Maar het idee is geniaal’, liet Matthijs hem de zin niet afmaken. ‘Als de overheid zelf wiet gaat kweken! Ik weet niet hoe ik dat anders dan geniaal zou moeten noemen.’

‘Het is een ideetje’, gaf Rob even dunnetjes als onstaatsrechtelijk

toe.

Jan Blokker