De ouderen, zoals Vinkenoog (80), zorgen voor de rebellie

Het Haagse Festival Crossing Border slecht de grens tussen muziek en literatuur, verpersoonlijkt door Julian Cope, schrijver en muzikant.

Sandra Smallenburg

,,Hoe oud zijn jullie eigenlijk?”, roept een bezoeker van het Haagse Crossing Border-festival naar de jonge muzikanten op het podium. De Londense zangeres Emmy the Great, die met haar begeleidingsband aandoenlijke luisterliedjes ten gehore brengt in het zoldercafe van de Koninklijke Schouwburg, antwoordt spits: ,,We zijn allemaal zestien, blond en één meter tachtig. Wil je chatten?”

Emmy the Great, die eigenlijk Emma-Lee Moss heet, is klein, van Chinese afkomst en met haar 25 jaar een stuk jonger dan de gemiddelde Crossing Border-bezoeker. Maar als je haar hoort zingen, is het alsof ze al een lang en doorleefd leven achter de rug heeft, zo veel nostalgie klinkt er door in haar liedjes. Beeldend verhalen haar teksten over nieuwe, oude en eerste liefdes. Zoals in First Love, waarin ze terugdenkt aan de muziek tijdens haar eerste seksuele ervaring: het bandje in het cassettedeck haperde en spuugde een stotterend ‘Hallelujah’ uit – ,,the original Leonard Cohen version.”

Er is op Crossing Border altijd veel nieuw literair en muzikaal talent te ontdekken, maar dit jaar lijken de deelnemers jonger dan ooit. Neem First Aid Kit, het Zweedse duo dat zaterdag, op de slotavond van Crossing Border, veel meer publiek trok dan het bovenzaaltje van de schouwburg kon herbergen. Vijftien en zeventien jaar zijn de zusjes Klara en Johanna pas, maar hun liedjes klinken alsof ze dertig jaar geleden gemaakt zijn. Hun helden: Leonard Cohen en Bob Dylan.

Schaamteloos grijpen de jonge muzikanten op Crossing Border terug op de muziekstijlen van vroeger. De 24-jarige Eli ‘Paperboy’ Reed, een van de hoogtepunten van de zaterdagavond, krijgt met zijn onvervalste deep soul de zaal in no time aan het swingen. Met zijn vetkuif en zijn gestreepte spencer ziet de Joodse Reed eruit als een nerdy studentje, maar op het podium ontpopt hij zich als een heerlijk krijsende lefgozer. Doe je ogen dicht en je hoort James Brown.

Ook bij de singer-songwriters, een genre dat als vanouds goed vertegenwoordigd is op Crossing Border, is het nostalgie wat de klok slaat. Pete Molinari oogt met zijn pet, mondharmonica en streepjesshirt als een jonge Dylan en schrijft teksten waaruit hartenzeer en heimwee spreekt. ,,I’m a hopeless romantic”, geeft hij zelf onmiddellijk toe als hij een liedje opdraagt aan een meisje.

Zo zijn er meer. Ook de Britse Tom Baxter is zo’n emotionele jongeman met een gitaar. Zoetgevooisd zingt hij in A Day in Verona over die mooie dag, lang geleden, dat hij met zijn geliefde genoot van de sterrenhemel en de Italiaanse wijn. Het klinkt allemaal prachtig en oprecht, maar ook zo serieus, zo braaf.

Het zijn de ouderen die op deze zestiende editie van Crossing Border voor de nodige rebellie zorgen. De tachtigjarige Simon Vinkenoog brengt zaterdag onder luid gejuich een ode aan wiet. En de 51-jarige Julian Cope, rockmuzikant en auteur van boeken over de prehistorie, predikt op vrijdag dat rock-‘n’-roll de nieuwe religie is. „Als je een christelijk leven leidt, ga je eruit zien als Cliff Richard”, waarschuwt hij. ,,Maar als je een rock-’n-rollleven leidt en van podia dondert, zie je eruit zoals ik.”

Gehuld in zwart leer en getooid met zonnebril en politiepet roept hij de aanwezigen op om toch vooral wat recalcitranter te zijn. ,,Parkeer je auto eens lekker scheef, je zult merken dat dat best goed voelt.”

Met zijn extravagante uiterlijk is Cope een uitzondering op Crossing Border. De nieuwe rockster ziet er namelijk uit als een tuinkabouter met baard en boswachtershoedje. Uglysuit, een symphatiek indierockbandje uit Oklahoma City, laat de hippielook herleven en ook de tijd van Led Zeppelin .

De sensatie van deze Crossing Border is Seasick Steve, de blueszanger die jarenlang op straat speelde voor wisselgeld en vorig jaar plotseling doorbrak, op zijn 66ste. Alles aan deze man is puur. Zelfs zijn tatoeages zien eruit alsof ze in de gevangenis gezet zijn.

Zijn stem is rauw als die van Tom Waits – met dank aan Jack Daniels, zo blijkt als hij halverwege het optreden een fles ‘Tennessee herb tea’ aan zijn lippen zet. Zijn gitaar telt slechts drie snaren (,,truly the biggest piece of shit in the universe”), maar hij weet er genadeloos harde rampestampritmes uit te halen. Zo snel schieten zijn enorme handen langs de akkoorden, dat zijn drummer hem maar nauwelijks kan bij benen.

Toch schuilt ook in deze ruige bluesrocker een romanticus. ,,I need me a girl”, zegt Seasick Steve na een nummer of drie, en steekt demonstratief zijn hand het publiek in. Een jong meisje hapt toe, en de serenade die hij vervolgens met zijn gevoeligste stem voor haar zingt, doet haar blozen.