De juf mag wel wat mannelijker zijn

Vrouwen die werken in de kinderopvang en op de basisschool zouden zich wat „mannelijker” en „jongensvriendelijker” moeten gaan gedragen. Dat betekent: jongens minder snel tot de orde roepen als ze druk zijn, „onderzoekend” gedrag vertonen, of stoeien en rennen.

Dit schrijft hoogleraar kinderopvang van de Universiteit van Amsterdam, Louis Tavecchio in een hoofdstuk dat in december in het boek Opvoeding als spiegel van de beschaving zal verschijnen.

Tavecchio baseert zijn uitspraken onder meer op een grootschalig Duits onderzoek uit 2006 van hoogleraar ontwikkelingspsychologie Lieselotte Ahnert, en een dit jaar gepubliceerd Nederlands onderzoek waaruit blijkt dat meisjes een aanmerkelijk betere relatie hebben met leidsters op de crèche dan jongens. Jongens blijken in de onderbouw van de basisschool vaak minder gemotiveerd om te leren dan meisjes. Of dit komt door de minder goede ervaringen die ze eerder op de crèche met de vrouwelijke pedagogische medewerkers hebben gehad, moet nog worden onderzocht.

Tavecchio wijst al langer op de mogelijk nadelige gevolgen van de ‘feminisering’ van het onderwijs. Momenteel bestaat 99 procent van het personeel op crèches uit vrouwen. Op de naschoolse opvang (4-12 jaar) is dat ruim 90 procent, en in het basisonderwijs rond de 85 procent.

Jongens worden minder goed begrepen door vrouwen, zegt Tavecchio. Vrouwelijke leerkrachten laten vooral zien hoe meisjes zich moeten gedragen. „Meisjes die kletsend een kleurplaat kleuren, worden bijvoorbeeld niet gecorrigeerd; jongens die hard lachen en met kussens slaan, moeten voor straf naar buiten.”