Zwaluwziek

Een herseninfarct veranderde het karakter van Anthony Mertens. En ook weer niet.

Anthony Mertens, tot 2004 werkzaam bij uitgeverij Querido, gold jarenlang als ‘de beste redacteur van Nederland’. Voor mij was Anthony Mertens heel iemand anders: de beste docent die ik ooit heb gehad. Voordat hij redacteur werd, was Mertens werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam en gaf hij onder meer college over ‘postmodernisme en intertekstualiteit’.

Tegenwoordig is het bon ton om hard weg te rennen als iemand het woord ‘intertekstualiteit’ dreigt te bezigen, maar Mertens toverde voor zijn studenten werelden waarbinnen literatuur een ongekend en onnavolgbaar avontuur was, intertekstueel of niet. Hij was het soort docent over wie romantische boeken worden geschreven: de bevlogen en inspirerende verteller die zijn studenten weidse vergezichten presenteert. Wij buitelden van Shakespeare en Montaigne via Sterne en Musil naar Sontag en Mulisch (maar dan wel de Mulisch van De Verteller en De Verteller Verteld). Er zijn er meer die je kunnen leren hoe te lezen – maar er zijn er weinig die je kunnen leren hoe te leven.

Vier jaar geleden was mijn docent van toen op een haar na dood. Anthony Mertens overleefde maar net een beroerte als gevolg waarvan hij, letterlijk, nergens meer toe in staat was. Hij kon niet meer spreken, niet meer bewegen – en, voor hem misschien het ergst: hij kon ook niet meer lezen. De revalidatie nam jaren in beslag. Alles moest hij opnieuw leren, met engelengeduld en maximale krachtsinspanning.

Vorige week was Mertens op televisie, bij De Wereld Draait Door. Een andere oud-student, Matthijs van Nieuwkerk, interviewde hem over Zwaluwziek, het boek dat hij over zijn leven na het herseninfarct had geschreven. Ik hield mijn adem in. Zou het Mertens lukken om verstaanbaar te spreken en uit zijn woorden te komen? Zou het hem lukken zijn tranen te bedwingen wanneer iemand, de presentator, een andere studiogast, iets hartelijks tegen hem zei en hem een compliment maakte?

Die tranen – die vormen een verhaal apart en zijn misschien een symbool voor de vervreemding die zich aan Anthony Mertens had opgedrongen. Mertens was gewoonlijk wel de laatste om te zwelgen in snotterige ontroering en sentimentaliteit. Maar na zijn herseninfarct waren sommige faculteiten in zijn brein genadeloos herschikt. Die herschikking had letterlijk een ander van hem gemaakt, iemand die hijzelf moest leren kennen en die soms nog steeds een vreemde voor hem moet zijn: een ontremde man die zomaar begint te mopperen en schelden, of om niets of bijna niets moet huilen, hard en hartverscheurend, ongeveer zoals mijn dochter van zes soms kan huilen.

Die wrede karakterverandering beschrijft Mertens meedogenloos in zijn recent verschenen boek Zwaluwziek. Het geteisterde brein heeft een schaduwgedaante gecreëerd die zich niet laat verjagen.

Bij het lezen van Zwaluwziek moest ik terugdenken aan oude teksten die ik ooit van Mertens las, uit de tijd dat hij, medio jaren zeventig, als literatuurwetenschapper fel gekant was tegen zoiets armetierigs als bekentenisliteratuur. Dat noemde hij ‘subjektivisties proza’ waar de literatuur niet mee was gediend. Veeleer moesten schrijvers zich overgeven aan ‘subjekten, brokken, verwoordingen’, zodat alle literatuur in het teken zou komen te staan van een onvermijdelijk ‘eksperiment’.

De ex-patiënt Mertens van 2008 schreef met Zwaluwziek een boek dat de academicus Mertens van 1975 op politiek-literaire gronden sterk zou hebben ‘afgewezen’. De herschikking van het brein heeft dus niet alleen een nieuwe, voor hemzelf onbekende persoonlijkheid opgeleverd, maar op langere termijn ook een nieuwe literaire smaak en zelfs een heel nieuwe schrijftaal. Maar toch: te midden van al die persoonsveranderingen en schijnbare tegenstrijdigheden rijst uiteindelijk die ene persoon op: een voorbeeldfiguur. Met en in Zwaluwziek leeft Mertens ons een periode van beproevingen, vernederingen en mislukkingen voor die uiteindelijk allemaal samen, zo formuleerde hij het in De Wereld Draait Door, a blessing in disguise bleken te zijn. Wie het opbrengt om in die termen te praten over een herseninfarct dat jaren een hulpeloze en onmondige zuigeling van je heeft gemaakt, beschikt over een grote geest en een ruim hart. Zo viel Mertens met die constatering dan toch ineens weer naadloos samen met de man die hij ooit was – en die hij ondanks de karakterverandering nog steeds blijkt te zijn: de docent die frappeert en inspireert.

Joost Zwagerman