Ziekenhuizen doen sneu, maar zijn het niet

Zet op een rijtje wat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in de afgelopen drie maanden constateerde in ziekenhuizen en de paniek slaat toe. Achteloze omgang met patiëntgegevens. Onvoldoende brandveiligheid. Onoordeelkundige omgang met medische apparatuur. Te weinig oog voor de risico’s van nieuwe technologie. Luchtkwaliteit niet in orde in de operatiekamers. Die bemand werden door specialisten wier gedrag en discipline „onvoldoende” waren. Waar deuren vaker dan nodig open en dicht gingen, terwijl de patiënt op de operatietafel ‘open’ lag.

Het is maar een greep. In de zomer berichtte de IGZ over een ziekenhuis dat een groot aantal fouten bij borstkankeroperaties maakte. En over een ziekenhuis waar zo slordig was omgesprongen met desinfecteermachines dat het vijfhonderd (ex-)patiënten op besmetting met hiv of hepatitis B moest onderzoeken. De IGZ sloot afdelingen en plaatste ziekenhuizen onder toezicht. Dat is geruststellend. Niettemin, de patiënten die daar onlangs een behandeling ondergingen, zullen door huivering zijn bekropen. Ook al werden ze genezen verklaard en zijn ze ongedeerd ontslagen. Ze waren ziek, dat maakte weerloos. Ze dachten, dat zit wel goed, wat konden ze anders? En nou dit: langs de rand van de afgrond.

Patiënten mogen de inspectierapporten van de IGZ serieus nemen, veel ziekenhuizen kijken op een originele manier aan tegen negatieve rapportage. Komen ze met evidente tegenbewijzen en dwingen ze de IGZ daar nota van te nemen? Erkennen ze fouten, maken ze excuses en komen ze met een actieplan ter verbetering? Nauwelijks. Een enkeling vindt de IGZ-rapporten een „eye opener”. Maar het gros van de ziekenhuizen krijgt er „genoeg” van.

Directeur G. Gallé van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) verklaarde tegenover deze krant : „Ik vraag me af waar ze [de IGZ] mee bezig zijn. Het is de methode ‘hoe brand je een sector af’?” Een directrice wier ziekenhuis kritiek kreeg vond dat „jammer”.

Een bestuurder beklaagde zich over de toon van de rapporten. Die vindt hij schoolmeesterachtig. De ziekenhuizen, zo bezwoer de NVZ, werken hard aan verbeteringen. Die hebben er geen baat bij om steeds te horen te krijgen dat ze het slecht doen, dat demotiveert namelijk.

Het is de wereld op zijn kop. Die ziekenhuizen doen sneu, maar zielig zijn ze niet. Althans, bij lange na niet zo zielig als de patiënten die zich aan hun zorgen toevertrouwen en die binnen hun muren gevaar lopen. Er wordt heel hard gewerkt in ziekenhuizen. Verpleegkundigen, op wier arbeidstijd is bezuinigd, lopen zich het vuur uit de sloffen. Artsen werken zich een slag in de rondte. Huishoudelijk personeel springt in als de verpleegkundigen niet toekomen aan sociale taken. Is er een noodsituatie of spoedeisend geval, dan kan het gebeuren dat er even, binnen zekere grenzen, soepel wordt omgesprongen met bepaalde voorschriften. Daar mag niemand over vallen, ook de IGZ niet. Maar er mag niet vergeten worden dat ziekenhuizen niet voor zichzelf bestaan. Ze zijn er voor de patiënten. Die willen snel en kundig geholpen worden, in alle veiligheid. Voor minder doen ze het niet. Hun vertrouwen waarborgen is de taak van de IGZ. Zo is dat geregeld. Elk ziekenhuis zal dat moeten accepteren. Iedereen kan patiënt zijn.