Wuiven met slappe schaar

Er bestaat een liedje over de koningin van Lombardije, die heel vaak in haar koets ging ‘rijen’. Ze wuifde dan zo lang en vaak met haar hand, dat die zelfs nog wuifde als zij ’s avonds lag te slapen ‘in haar zilveren ledikant’.

Dat klinkt misschien gek, maar bij tropische eilanden, bijvoorbeeld op de Caraïben, vind je schaaldieren die bijna net zo fanatiek kunnen ‘wuiven’. Het zijn krabben, die op hooggelegen en drooggevallen zandstroken bij de mangrovebossen in zee voor hun holletjes staan. En die daar als een verdwaasde koningin of een hysterische verkeersregelaar voortdurend hun ene, grote schaar op en neer bewegen.

Eigenlijk zeggen deze krabben tegen andere krabbemannetjes: ik ben sterk en gezond en ik kan goed vechten. Kom dus niet bij mijn holletje, want dan pak ik je met mijn schaar. En tegen krabbevrouwtjes zeggen ze zo: ik ben sterk en gezond en verdedig mijn holletje. Kom je even bij me langs? Misschien worden ze daarom in Nederland wel ‘wenkkrabben’ genoemd.

Biologen hebben nu ontdekt dat deze krabben een beetje lijken op de koningin van Lombardije. Die was op een dag namelijk al dat wuiven zo zat, dat ze bij een poppendokter een namaakhand liet maken. En ook wenkkrabben hebben vaak een namaakschaar.

Als ze bij een gevecht hun grote schaar verliezen, dan groeit namelijk hun kleine schaar tot een nieuwe ‘grote schaar’ uit, terwijl op de lege plek een kleine schaar aangroeit. Alleen: de nieuwe grote schaar is zo slap als wat. Als de krab er echt mee zou vechten, dan zou hij hem vrijwel zeker verliezen. De schaar is er vooral voor de show. Net als de namaakhand van de Lombardijse koningin.

Maar er is ook een verschil. Toen de koningin omkwam na een koetsongeluk, bleef haar namaakhand doorwuiven. Zoiets gebeurt bij de krabben niet.