Waterval van citaten in 'Hotel de Pékin'

Opera Hôtel de Pékin van Willem Jeths en Friso Haverkamp door de Nationale Reisopera, Jiansu Performing Arts Group en Orkest van het Oosten o.l.v. Ed Spanjaard. Gezien: 21/11 Nationaal Muziekkwartier Enschede. Tournee t/m 13/12. Inl. Reisopera.nl Radio 4: 22/11 19.00 uur ****

Het Nationaal Muziekkwartier in Enschede werd gisteravond geopend met de wereldpremière van de opera Hôtel de Pekin van componist Willem Jeths en librettist Friso Haverkamp, een opdrachtwerk van de Nationale Reisopera. Vanzelfsprekend was koningin Beatrix aanwezig bij deze opstapeling van al wat in Enschede ‘Nationaal’ is.

De koningin zag in Hôtel de Pékin echter een bij uitstek internationale opera over de ondergang van het 2000 jaar oude Chinese keizerrijk, een eeuw geleden. Het was de uitkomst van een langdurig wereldomspannend tweegevecht tussen de opmerkelijkste ‘royals’ van toen: de Chinese keizerin Cixi en de Engelse koningin Victoria.

Na de succesvolle voorstelling van Hôtel de Pékin kan worden geconstateerd dat intendant Guus Mostart van de Nationale Reisopera dit jaar een ‘Enschedese operaschool’ heeft gesticht. Net als Snow White, de ‘tragische operette’ van Micha Hamel die in januari in Enschede in première ging, biedt Hôtel de Pékin een postmoderne waterval van muzikale citaten en associaties die alles met alles verbinden.

Hôtel de Pékin is, ook in de enscenering van Amir Hosseinpour, een virtuoze en onderhoudende collage van verwijzingen naar de operageschiedenis, met vrolijke doorkijkjes naar musical en revue. De muzikale en vocale uitvoering o.l.v. dirigent Ed Spanjaard is voortreffelijk met een indrukwekkende hoofdrol van Marie Angel als keizerin Cixi.

In de eerste scène – gebracht als een regie van de super-estheet Robert Wilson – sluit Hôtel de Pékin aan bij de ‘Chinese’ opera Turandot van Puccini. De laatste keizerin Cixi spreekt met Qin, de eerste keizer van het Chinese rijk, al tweeduizend jaar versteend en bevroren. Qin spreekt vanuit twee bakjes voor het maken van ijsblokjes, maar dan op reuzenformaat. Om Cixi heen liggen die ijsblokken waarover Liú zong in Turandot: ‘Tu che di gel sei cinta’ (Gij die met ijs zijt omgord).

Bijna alles komt langs in Hôtel de Pékin. Wagner met de liefdesdood uit Tristan und Isolde èn zijn boodschap in Der Ring des Nibelungen: op de puinhopen van het oude kan iets nieuws opbloeien. Maar ook: It’s Wonderful, it’s Marvellous uit de Gershwin-musical Funny Face en koningin Victoria in een typisch Engelse travestie-act van Robert Burt, in Union Jack-ondergoed.

Ook zien we Strauss’ Salome, die Johannes de Doper wil verleiden, transformeren in Delila die Samson het haar afknipt. Er zijn ook Stravinskycitaten: de veilingscène uit The Rake’s Progress met Queen Victoria in het historische Hôtel de Pekin als de veilingmeesteres bij de uitverkoop van het Chinese rijk en – grimmig, ritueel en dodelijk – Le sacre du printemps, uitmondend in een lopende band met lijkzakken.

Tenslotte ligt het Chinese rijk in scherven. Daar is de voorstelling het sterkst, wanneer vooral Jeths’ eigen muziek klinkt: intens, schrijnend, wringend, ontredderd.

Lees een interview over ‘Hotel de Pékin en meer over het Nationale Muziekkwartier op nrc.nl/kunst