Water onder gletsjers op Antarctica laat ze versneld schuiven

De gletsjers op de Zuidpool kunnen plotseling sneller gaan stromen als de wrijving met de ondergrond door aanvoer van water vermindert. Amerikaanse glaciologen noemen dit de aannemelijke verklaring voor de plotselinge stroomversnelling van de Byrd-gletsjer op Oost-Antarctica. Die viel hoogstwaarschijnlijk samen met het leeglopen van een zoetwatermeer diep onder de ijsmassa. De onderzoekers, aangevoerd door Leigh Stearns van de University of Maine, beschrijven de waarneming in Nature Geoscience (online, 16 november).

De Byrd-gletsjer, dicht bij de oude hutten van poolreizigers Scott en Shackleton (1901-1911), is een van de grootste gletsjers van Oost-Antarctica. Hij voert jaarlijks ruim 20 gigaton ijs naar de enorme drijvende Ross-ijsplaat voor de kust. Zijn snelheid wordt al sinds 1960 berekend uit vergelijking van luchtfoto’s en satellietopnamen en was al die tijd constant. Op de plaats waar het ijs boven de zogenoemde grounding line het contact met de onderliggende rotsbodem verliest en gaat drijven, was die snelheid ruwweg 825 meter per jaar.

In december 2005 begon de benedenloop van de gletsjer opeens sneller te stromen, al gauw volgde de bovenloop. De nieuwe snelheid lag zo’n 10 procent boven de oude waarde. In februari 2007 nam de snelheid weer geleidelijk af maar hij was in januari 2008 nog steeds aan de hoge kant. Essentieel is dat de gebeurtenis nauw samen viel met het leeglopen van een meer diep onder het ijs. Het bestaan van netwerken van zulke meren, die onder invloed van aardwarmte ontstaan en die zich voortdurend legen en vullen, is pas een paar jaar bekend. Hun aanwezigheid wordt afgeleid uit plotselinge hoogteveranderingen van het gletsjeroppervlak met hoogtemeters van NASA’s ICESat-satelliet. Stearns c.s. maken met berekeningen aan de druk onder het ijs aannemelijk dat de vermoede drainage inderdaad heeft plaatsgevonden.

Ook de gletsjers van Groenland kunnen gedurende korte tijd versnellen als ’s zomers smeltwater van de opgewarmde en gesmolten oppervlakte door gletsjerspleten naar de gletsjerbodem zakt. Er is enorme belangstelling voor de oorzaken van veranderingen in gletsjersnelheden. Ze zouden een voorbode kunnen zijn van komend massaal ijsverlies met grote gevolgenvoor de zeespiegel. Wat de meren onder de Byrd-gletsjer in beweging brengt, is onbekend. Karel Knip