Vooralsnog giert de wind door De Blauwe Stad

De Blauwe Stad moet het Groninger land van de verpaupering redden. Maar kopers blijven weg en de bouw ligt vrijwel stil. Komt het door de kredietcrisis?

Wat het meest opvalt, zijn de smalle doodlopende asfaltpaadjes met een enkele lantaarnpaal ernaast. Bedoeld als toegang naar een riante vrijstaande woning, maar nu eindigend in zompig grasland.

Dit is Het Park, een van de vijf woongebieden van De Blauwe Stad, prestigeproject van de provincie Groningen en de gemeentebesturen van Winschoten, Reiderland en Scheemda.

Waar jarenlang aardappels, bieten en graan werden verbouwd, moesten luxe woningen komen, in de eerste plaats voor ‘de rijken’ uit de Randstad. Maar daar is nog weinig van te zien. Vooralsnog giert de wind hier over de Oost-Groningse vlakte.

Volgens de oorspronkelijke plannen, uit de jaren negentig van de vorige eeuw, hadden in de diverse delen van De Blauwe Stad al meer dan duizend mensen moeten wonen, in vier- à vijfhonderd huizen. Het zijn er volgens de projectontwikkelaar nog niet eens de helft. Intussen is de bouw van nieuwe woningen zo’n beetje stil komen te liggen, er worden nauwelijks nog kavels verkocht.

De verantwoordelijke gedeputeerde, Marc Calon (PvdA), heeft de leden van Provinciale Staten vertrouwelijk ingelicht over de zware tegenslag, nog verergerd door de financiële crisis. In de provinciale begroting voor 2009 staat dreigend: „De geactualiseerde grondexploitatie voorziet in zodanige uitgaven dat overleg over een mogelijke aanvullende zekerheidsstelling wordt gevoerd.” Dat lijkt dus geld te gaan kosten. Calon, die voor de provincie ook nog 50 miljoen uit IJsland terug moet zien te krijgen, had de afgelopen weken geen tijd om vragen over De Blauwe Stad te beantwoorden.

Projectontwikkelaar Willem Koop, directeur van Geveke Ontwikkeling, de enig overgebleven bouwer in het gebied, verwijst voor vragen naar directeur Jan Postema van het projectbureau. En Postema „geeft voorlopig geen interviews over de stand van zaken”.

Al in de jaren tachtig werd in de provincie gesproken over de aanleg van een groot meer in het Oldambt. PvdA-bestuurder Gerard Beukema trok de kar. Volgens hem was het hoog tijd om een eind te maken aan de monocultuur van de boeren in het gebied. „Daar komt bij dat economisch de exploitatie van deze ecologische woestijnen in het slop zit, mede door de open Europese markt.” Beukema had het antwoord: „De aanleg van grote bossen, gecombineerd met het maken van grote meren, kan het Groninger land van de verpaupering redden.” Zeker wanneer, zoals toen werd voorspeld, „rijke westerlingen zich aan de oevers van het meer zouden vestigen”. Maar die rijken-uit-het westen hebben zich nog maar mondjesmaat aangemeld.

Voor zo’n 100 miljoen euro gemeenschapsgeld (90 miljoen van de provincie, de rest van de drie gemeenten) is het vruchtbare Oldambt, ooit de graanrepubliek van Nederland genoemd, veranderd in een honderden hectares groot waterland.

„Het is prachtig hier, zoveel ruimte”, zegt Sylvia Wachter, met man en tweeling van anderhalf bewoonster van het eerste uur. Zij komt uit de streek. De Wachters hebben het grootste en door de twee merkwaardige torentjes ook meest opvallende huis in de buurt, waar welgeteld vijftien verschillende en vooral forse panden staan. „Dit was in de stad nooit gelukt.” Verderop staat een rijtje van honderd woningen. Dat hadden er meer moeten zijn.

„We zullen voorlopig niet veel over het fiasco horen”, zegt Engel Modderman, namens de Verenigde Communistische Partij (VCP) lid van de gemeenteraad in Scheemda. Voor zijn huis wappert een vlag met de kop van Che Guevara strak in de wind.Modderman ging in het verzet tegen de De Blauwe Stad toen de plannen tot uitvoer kwamen. „We hebben een tent opgezet om de aanleg tegen te houden, er kwamen heel veel mensen die niet wilden dat het Oldambt werd aangetast.”

Hij legt uit waarom de lokale politici nog even stilhouden wat er precies aan de hand is met De Blauwe Stad. In 2010 zijn er verkiezingen in dit gebied; dan worden de drie betrokken gemeenten samengevoegd tot de gemeente Oldambt. „En pas daarna zal blijken hoeveel lijken er in de kast liggen. Vervolgens krijgt de bevolking de rekening gepresenteerd.”

De vertrouwelijkheid van de informatie die gedeputeerde Calon de Statenleden gaf, lijkt gewaarborgd. Mark Jager, fractievoorzitter van het CDA in Provinciale Staten, wil niet zeggen hoe vaak hij is ingelicht.

Aanvankelijk waren drie bouwmaatschappijen betrokken bij het project, twee ervan haakten af, omdat ze te weinig levenskansen zagen. Enig aandeelhouder van ontwikkelingsmaatschappij De Blauwe Stad is Geveke, voortzetting van het door de bouwfraude in opspraak geraakte Koop Tjuchem. Zal het deze bouwmaatschappij lukken alle 1.500 kavels in het gebied te verkopen? Zodat de provincie de investering van 90 miljoen euro weer terugverdient? Jager bevestigt dat „de uitgifte van kavels wat minder gaat dan geraamd. Dit jaar is er heel weinig verkocht”, geeft hij toe.

Modderman heeft een berekening gemaakt: „Niet meer dan 180 kavels zijn verkocht, terwijl dat er ruim 300 meer zouden moeten zijn. De plaatselijke middenstand heeft er helemaal niks aan dat hier wordt gebouwd. Bij de huizen zie je alleen busjes van Duitse aannemers, en voor hun boodschappen gaan de mensen naar de stad.”

Maakt Jager zich zorgen over het project? „Laten we zeggen dat wij als CDA-fractie het project nauwlettend volgen”.

Zijn PvdA-collega in de Staten, William Moorlag, verwacht nog geen ingrijpende wijzigingen in het project. „Het gaat om de lange termijn, tien of vijftien jaar. Dan is er genoeg tijd om even af te wachten. Ik heb stellig de indruk dat de huidige ontwikkelaar gewoon doorgaat.” De PvdA, benadrukt Moorlag, is nog steeds groot voorstander van het project: „Een mooi woonmilieu spreekt ons zeker aan en het is goed voor de werkgelegenheid. Op iedere drie huishoudens die zich in De Blauwe Stad vestigen, verdienen we voor het gebied een arbeidsplaats.” Dat er voornamelijk Duitsers in het gebied werken, is tijdelijk, meent de PvdA-fractievoorzitter.

Net als zijn CDA-collega Jager noemt Moorlag de heersende financiële crisis als oorzaak voor de problemen. „Die kan vertraging veroorzaken doordat particulieren niet voldoende kunnen lenen.”

Modderman lacht om het argument. „De verkoop van grond in De Blauwe Stad loopt allang slecht. Dat begon ruim vóór iemand hier over het begrip financiële crisis had gehoord.”