Touwtrekken om Kirkuk

De Iraakse Koerden eisen de oliestad Kirkuk voor zich op, maar het beloofde referendum wordt telkens uitgesteld.

Na het zoveelste checkpoint doemt Kirkuk op, de hoofdprijs in een bitter conflict tussen de Koerden en de rest van Irak – potentieel het gevaarlijkste conflict van de vele die het verscheurde land bedreigen.

Omlijst door de gitzwarte rook van affakkelvuren op de olievelden links en rechts van de weg, de hoofdweg uit de Iraaks-Koerdische hoofdstad Arbil, biedt de stad een troosteloze aanblik. Jarenlange verwaarlozing – eerst als gevolg van de internationale sancties tegen het bewind van Saddam Hussein en na diens omverwerping in 2003 door gebrek aan investeringen van de nieuwe regering in Bagdad – heeft Kirkuk veranderd in een sloppenstad.

„De federale regering vernedert Kirkuk en geeft de stad geen geld. Ze wil dat de stad in een verschrikkelijke toestand is als straf voor de mensen die bij Koerdistan willen horen”, zegt de Koerdische minister van Betwiste Gebieden, dr. Mohammed Ihsan, in Arbil. „U heeft Kirkuk gezien. De regering doet precies hetzelfde als Saddam Hussein vroeger deed.” In Kirkuk gooit Amanj Mohammed Abdul Rahman, installateur van satellietschotels, er nog een schepje bovenop: „Als de Arabieren hier de macht kregen, zouden ze erger zijn dan Saddam Hussein.”

De verhouding tussen de Koerdische minderheid en de Arabische meerderheid in het land is sinds 2003 niet zo slecht geweest, bevestigen buitenlandse diplomaten in Koerdistan die het touwtrekken om Kirkuk volgen.

Vervolg Irak: pagina 5

Iraakse Koerden zullen Kirkuk nooit opgeven

Vervolg Irak van pagina 1

De shi’itische premier Maliki in Bagdad heeft tot razernij van de Koerden geprobeerd Koerdische legereenheden te verdrijven uit door hen opgeëist gebied, gedreigd niet-Koerdische tribale milities te vormen in Kirkuk en gezinspeeld op vermindering van het federale geld voor Koerdistan. Elk nieuw incident kan tot een gewapende botsing leiden, is de algemene vrees.

De Koerdische minister van Betwiste Gebieden, Mohammed Ihsan zegt: „Als je een muisje in een hoek zet en slecht behandelt, zal hij proberen jou aan te vallen. Als de mensen merken dat ze zijn verraden en dat hun leiderschap is verraden, dan zullen ze niet stil blijven zitten. Dan kunnen we hen niet in bedwang houden.”

Volgens artikel 140 van de grondwet van 2005 had in 2007 een volkstelling en volksraadpleging moeten plaatshebben in Kirkuk. Die zou moeten vaststellen of de stad, met ruw geschat ruim een miljoen Koerden, Arabieren en een aanzienlijke Turkmeense minderheid, onder de Koerdische Regionale Regering (KRG) wilde komen dan wel onder het gezag van Bagdad blijven.

Voor deze belofte een referendum te houden, zeggen de Koerden, hebben zij de concessie gedaan dat de rest van Koerdisch gebied – een brede, olierijke strook langs de Koerdische grens helemaal van de grens met Syrië tot ruim ten zuiden van Bagdad – niet meteen aan Koerdistan zou worden geplakt maar voorlopig als ‘betwist’ zou gelden.

Tientallen jaren geleden begon de regering in Bagdad de politiek van arabisering van Koerdisch gebied, die onder Saddam Hussein in de genocide van eind jaren tachtig zou ontaarden. Koerden, maar ook Turkmenen en Assyriërs, werden verdreven naar collectieve steden in het noorden en oosten van Koerdistan en naar Turkije en Iran. In hun plaats werden Arabieren met premies aangemoedigd te verhuizen naar de Koerdische gebieden.

Na de Amerikaans-Britse invasie van 2003 trokken veel Koerden terug naar hun oude woongebieden. Sommige Arabieren vertrokken, al dan niet onder dwang. En niemand weet zeker hoe de getalsverhoudingen nu liggen: vandaar het referendum, dat behalve in Kirkuk ook in de andere betwiste gebieden zou moeten worden gehouden.

Maar tot woede van de Koerden blokkeren de Arabieren uitvoering van artikel 140 en premier Maliki spreekt van wijziging van de grondwet die volgens hem te haastig is opgesteld. Maliki heeft het tegenwoordig niet meer over de ‘federale’ maar over de ‘centrale’ regering; volgens de Koerden een aanwijzing dat hun hele autonomie gevaar loopt.

Op de kruispunten in de stad wordt felroze suikerspin verkocht, shahr banaat – meisjeshaar. Het is het enige meisjeshaar dat hier te zien is, want verkommerd Kirkuk is heel conservatief geworden en alle vrouwen dragen buiten een hoofddoek.

Het straatje waar installateur Amanj Mohammed Abdul Rahman woont is, zoals de meeste wegen, een stenig pad met diepe gaten en greppels waaromheen de auto’s laveren. Amanj is een van die Koerden die na 2003 naar Kirkuk zijn teruggegaan. Zijn jongste zoontje van vier heeft hij Siver genoemd – „Siver, Sèvres”, legt hij uit, naar het niet-geratificeerde akkoord uit 1920 dat voor het eerst en het laatst in een onafhankelijke Koerdische staat voorzag. In het verdrag van Lausanne in 1924 was Koerdistan alweer geschrapt.

„Ik wil dat Kirkuk bij Koerdistan komt”, zegt Amanj. „Al was het maar omdat de situatie daar veel veiliger is dan elders in het land. Ik vertrouw premier Maliki niet. Zijn loyaliteit is meer aan zijn godsdienst dan aan Irak. Alle shi’ieten en shi’itische partijen zijn zo.”

Het is een standpunt dat onder Koerden van hoog tot laag wordt gedeeld. Fuad Hussein, rechterhand van de Koerdische president Barzani, zegt in Arbil dat hij het wel zou weten als hij een Turkmeen was – dan koos hij voor Koerdistan. „Het is erg om het te moeten zeggen, maar wat is de dominante ideologie aan Arabische kant? Er zijn sunnieten, en die zijn verdeeld in fundamentalisten en Ba’athisten. De shi’ieten zijn allemaal fundamentalisten. Aan Koerdische kant zijn ook veel fouten gemaakt, maar hier ligt de basis voor een liberale samenleving met een betere positie voor vrouwen, waar over democratie wordt gepraat.”

Maar een lokale Turkmeense politicus, Jawlal Zulal, kan zich in die uitleg niet in vinden. „Wij ontzeggen de anderen niet hun aanwezigheid in de stad, maar wij Turkmenen willen dat de stad onder de centrale regering in Bagdad blijft vallen. Kirkuk is een Iraakse stad met een Turkmeense identiteit.”

Jawlal Zulal vervolgt: „De Koerden zijn de bron van spanningen en conflicten na 2003. Ze bouwen illegale woningen voor hun eigen mensen die ze naar Kirkuk overbrengen om er de demografie te veranderen. Sinds 2003 hebben ze 700.000 Koerden naar de stad overgebracht. De veiligheidsdiensten en de politie worden door de Koerden gecontroleerd – en de meesten van hen komen oorspronkelijk uit Arbil, en niet uit Kirkuk.”

Zijn Arabische collega dr. Rafa al-Marsumi spreekt eveneens van een Koerdische volksverhuizing. „Op deze manier is er ook geen enkele kans dat ze het referendum niet zouden winnen. Arabieren hebben ze eruit geduwd met premies en door middel van arrestaties of door hen geen werk te geven. Ik spreek van 160.000 tot 200.000 mensen! Maar we willen niet dat Kirkuk bij Koerdistan komt. Nooit. Wij als moslims geloven dat God eerlijk is, ook in Kirkuk.”

’s Avonds in het schemerdonker van een Arbils eethuis zijn Koerdische functionarissen het met elkaar eens hoe spijtig het is dat ze Kirkuk niet meteen na de Amerikaans-Britse invasie hebben teruggepakt.

Vijf jaar later, met een premier die zich toenemend als sterke man manifesteert en met breed verzet onder de Iraakse bevolking tegen een Koerdisch Kirkuk, is de politieke positie van de Koerden verzwakt.

Maar aan opgeven denkt niemand. „De kwestie-Kirkuk is sinds de vorming van Irak steeds uitgesteld”, zegt Fuad Hussein. „Maar voor ons zal dat nooit afstel worden. Als je gelooft in je zaak, dan zal het eens lukken. Het is onze taak de andere partijen te overtuigen dat ons lot samen is. Het alternatief is een hel voor de Koerden en voor allemaal.”