Tijd om even niets te doen

Dit seizoen staan er maar liefst drie tragedies uit de Griekse oudheid op de toneelkalender, Ifigeneia in Aulis, de Perzen en Medea. Kennelijk zijn er mensen die vinden dat deze stukken, ook al zijn ze meer dan tweeduizend jaar oud, licht werpen op de menselijke conditie van vandaag.

Dat was ook precies de stelling van een jonge wetenschapper die een inleiding hield voor een bijeenkomst waar ik vorige week bij was. „Als afgestudeerde in de klassieke letterkunde en de wijsbegeerte weet ik niets van de wereld van economie en financiën”, zei zij. „Maar ik lees wel de kranten en krijg de indruk dat we een paar dingen meemaken waar Aeschylus, Euripides en Sophocles het ook al over hadden.”

De oude tragedies zijn doordrongen van een besef dat de mens te maken heeft met grote krachten die hem omringen en beïnvloeden, legde zij uit. Om dat op menselijke schaal een beetje bevatbaar te maken, werden zij vaak aangeduid als goden met naam en gezicht, maar dat is niet meer dan een hulplijnconstructie. Die kun je later weer uitvegen. Dan hou je de krachten over als onpersoonlijke invloeden, en dan ben je ongeveer waar je moet zijn.

Wat zijn die krachten? Eén is anankè, vaak vertaald als noodlot maar dat klinkt te fatalistisch. Het is meer kosmische noodzaak, dat wat onafwendbaar gebeurt, zich met overmacht aandient en waaraan zelfs de goden onderworpen zijn. En er is moira, dat is de persoonlijke bestemming. De Moiren werden vaak weergegeven als drie godinnen die de levensdraad spinnen, opwikkelen en aan het einde weer doorsnijden. „Schikgodinnen” is de gebruikelijke vertaling, en dat geeft iets weer van wat voor iemand beschikt is. Er zit een suggestie van orde in, zoals in het schikken van een boeket tot een harmonieus geheel. Schicksal, zeggen de Duitsers.

En tot slot is er de mens, die zijn plaats moet bepalen ten opzichte van deze krachten. Hubris is het centrale thema van de tragedies, overmoed, zo wij gewoonlijk vertalen, of trots. Het betekent verder willen reiken dan je aankunt, boven je macht grijpen, meer willen pakken dan wat je deel is. Meestal is dat terug te leiden tot atè, verblinding, niet zien wat er aan de orde is. Die verblinding is vaak een miskenning of ontkenning van anankè. Zo verstoort de tragische mens het evenwicht. Net als bij een slinger die te lang of te ver buiten zijn centrum wordt getrokken, leidt dat tot een tegenkracht, een terugslag. Dat kun je de wraak van de goden noemen, maar ook die hulplijn is niet nodig. Het is het natuurlijke systeem dat naar herstel van evenwicht streeft. De tragedie is wanneer een mens niet doorheeft wat er speelt, er verblind voor is dat hij een slinger uit balans heeft geduwd en daardoor bij de terugslag letterlijk fataal getroffen wordt. Die terugslag is niet persoonlijk bedoeld, heeft zelfs geen bedoeling, kán die niet hebben. Het is gewoon wat er onvermijdelijk gebeurt. Dat is anankè.

Er komen de laatste tijd nogal wat vingerwijzingen naar de tragedie langs. „Blinde trots breekt ABN Amro” is de ondertitel van Jeroen Smits’ bestseller De Prooi. Blinde trots, dat is atè en hubris ineen. En Jos de Mul, hoogleraar filosofie aan het economische bolwerk van de Erasmus Universiteit, heeft een boek geschreven met de titel De domesticatie van het noodlot. We hebben het oerbeest van het noodlot, de anankè een halsband omgedaan en een schoteltje melk voorgezet. Nu denken we dat we het getemd hebben, zegt De Mul, maar het heeft zich alleen getransformeerd. Zijn nieuwe gedaante is de technologie. Het is ons ingebakken en we doen het telkens weer: we maken gereedschappen om ons het leven makkelijker te maken en ons te verlossen uit de slavernij. We duwen de slinger weg. Maar uiteindelijk keren de gereedschappen zich tegen ons. We dachten nu eindelijk onze omgeving te beheersen, maar in plaats van heersers zijn we nog steeds slaven, alleen op een andere manier. We zien het met BlackBerry’s en internet, met particulier autovervoer en met wiskundige investeringsmodellen. Ooit leken het goede ideeën, maar ze keren zich om en dan blijken we even vast te zitten als voorheen. De technologie is de onontkoombare noodwendigheid van deze tijd.

Het noodlot laat zich niet domesticeren; wie denkt van wel, is verblind. Dus wat staat ons te doen? De jonge academicus op het congres wees op een diepere laag onder het begrip moira. Daar gaat het om de vraag of we zijn afgestemd op wat aan de orde is, en bereid om in overeenstemming daarmee te handelen. Schikken we ons naar ons Schicksal? Dat doet denken aan het oosterse Tao, en aan het kloosterlijke begrip oboedientia, ge-hoor-zaamheid. Daar zit ‘audio’ in. Het is niet ‘doen wat de baas zegt’, maar luisteren naar wat er te horen valt.

Dat hebben we een hele tijd niet gedaan. Er was wel een vaag ongemak over wat we aan het aanrichten waren met de planeet en het leven, maar het ging ons te goed. Nu komt de slinger terug, en we reageren zoals we gewend zijn: met technische ingrepen, deze keer van miljardensteunplannen, om hem tegen te houden. Dat is medicijn uit hetzelfde potje dat de kwaal veroorzaakt heeft, en zal dus op den duur niet werken. Als we luisteren naar wat er te horen valt, dan is het nu tijd om even niets te doen. Bij een auto in een slip moet je het gaspedaal en de rem helemaal loslaten. In de systeemdynamica geldt dat je geen energie moet toevoegen aan een systeem in onbalans, want dat verergert het probleem. Laten lopen, niets doen; geef het evenwicht de kans zich te herstellen. Pas dan kun je weer wat uitrichten. Of op zijn Amerikaans, Don’t just do something, stand there.

Het mooie is dat iedereen dat op zijn eigen vierkante meter voor zichzelf kan besluiten. Daar is geen overheid voor nodig. Want moira betekent ook je eigen maat kennen, niet te groot en niet te klein. En daarnaar handelen.