Taart met zuidvruchten

voor 8-9 porties:90 gram grote pitloze krenten5 gedroogde Turkse abrikozen270 gram goudrenet, ontdaan van schil en klokhuis3 eetlepels citroensapgeraspte schil van ½ citroen100 gram suiker2 eetlepels maïzena250 gram patentbloem80 gram suikersnufje zout125 gram roomboter1 middelgroot eimelk

Bereiding: week krenten en abrikozen 24 uur in ruim koud water, zodat de vruchten goed volgezogen raken. Schep ze uit het vocht en laat uitlekken; bewaar het weekvocht. Snijd appels en abrikozen in stukjes. Breng alle vruchten, het citroensap, citroenrasp, suiker, specerijen en 2 dl water in een pan aan de kook en laat op laag vuur 5 minuten stoven. Vermeng maïzena met 2 eetlepels weekvocht, roer dit papje door de kokende vruchten tot het vocht gebonden is; laat afkoelen.

Maal bloem, suiker, zout en roomboter tezamen in een keukenmachine tot kruimels, voeg het ei toe en laat draaien tot het deeg samenklontert. Laat een uur (of langer) rusten op een koele plaats. Kneed tot een soepel deeg dat niet meer plakt aan de hand; stuif er desnoods extra bloem overheen. Verdeel het deeg in twee gelijke porties.

Vet een taartvorm van 20-22 cm dun in met boter. Rol de ene portie deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak uit en bekleed hiermee de taartvorm. Spreid de vruchtenvulling, die niet waterig, maar soepel gebonden moet zijn, gelijkmatig uit over de deegbodem. Leg de tweede portie deeg over de vulling, knip overhangend deeg bij en sla beide ‘lagen’ deeg terug en druk ze samen vast op de vorm tot een dikke geschulpte rand. Bestrijk het deeg dun met melk en maak een gat in het deegdeksel zodat de stoom kan ontsnappen. Bak de taart 45 minuten op 200 graden, of tot het deeg goudgeel en gaar is. Serveer liefst lauwwarm.

Florine Boucher