Scholen maken het verschil

Amsterdamse leraren verdienen meer dan hun collega’s in Almere. Toch krijgen docenten in beide regio’s een extraatje van onderwijsminister Plasterk. Hoe zit dat?

Leraren van middelbare scholen protesteerden deze week tegen het uitblijven van een nieuwe cao – en daarmee tegen werkgeversorganisatie VO-raad, die in hun ogen was teruggekomen op eerdere afspraken. In maart van dit jaar was een andere staking gericht tegen minister Plasterk (Onderwijs, PvdA), die volgens de leraren niet snel genoeg over de brug kwam met de beloofde loonsverhoging.

Ontevreden leraren doen er goed aan ook het beleid van hun eigen school te bestuderen. Het Onderwijsblad, weekblad van de Algemene Onderwijsbond, schreef deze week dat er grote beloningsverschillen tussen scholen bestaan. Een gemiddelde Amsterdamse leraar zit in een hogere salarisschaal dan een collega uit Almere.

„Die beeldvorming is vervelend”, zegt bestuurslid Peter van Gelder van het schoolbestuur Almeerse Scholen Groep (ASG). Twee van ‘zijn’ scholen, Echnaton en De Meergronden, bungelen onderaan de lijst. Op Echnaton zitten bijvoorbeeld acht op de tien leraren in salarisschaal LB, met een maximumsalaris van 3.441 euro. Vergelijkbare Amsterdamse scholen hebben veel meer leraren in LC (maximaal 4.015 euro) gezet. En dat met dezelfde rijkssubsidie.

Van Gelder zegt dat veel van de Almeerse leraren „toelages” krijgen. „Dat geldt ook voor veel mensen in schaal LB. Feitelijk verdienen ze het loon van een schaal hoger, maar ze komen toch als LB’ers in de lijst.” De oplossing is nabij – het overkoepelende bestuur ASG gaat een uniform beloningssysteem invoeren. „Dan zullen veel leraren ook formeel in LC vallen”, zegt Van Gelder.

Minister Plasterk heeft zowel Amsterdam als Almere aangewezen als gebied waar het verwachte lerarentekort extra hard zal toeslaan. In beide steden krijgen leraren een extraatje ten opzichte van collega’s buiten de grote steden.

Bovenaan het lijstje waarin Echnaton en De Meergronden staan – scholengemeenschappen met vmbo, havo en vwo – bevinden zich twee Amsterdamse scholenconglomeraten die per 2007 zijn opgegaan in de overkoepelende Amarantis Onderwijsgroep.

De totstandkoming van Amarantis, een bestuurlijk fusieproduct van middelbare scholen en een ROC, heeft volgens de woordvoerder de lonen meer gelijkgetrokken. „Wij bieden doorlopende leerlijnen aan voor vmbo’ers. Zij kunnen de overstap naar het mbo maken binnen hetzelfde gebouw en met dezelfde leraren. Een deel van deze leraren kwam van een ROC, waar het gemiddelde loon hoger lag dan op de middelbare scholen. Omdat de leraren van het vmbo hetzelfde werk doen, hebben we veel van hun lonen gelijkgeschakeld met die van de mbo-docenten.” Dat gelijkgeschakelde loon is meestal LC. Amarantis kan dit betalen van de schaalvoordelen die de fusie met zich meebracht, aldus de woordvoerder.

De beloofde loonsverhoging van minister Plasterk, waarvoor hij structureel een bedrag heeft uitgetrokken dat oploopt tot 1 miljard euro in 2020, is vastgelegd in het Convenant LeerKracht van Nederland. Daarin staan richtlijnen per schoolcategorie voor de ‘functiemix’, de verhouding tussen het aantal leraren in schaal LB, LC of LD. Scholen in de Randstad krijgen gemiddeld meer geld dan scholen daarbuiten, en moeten van dat geld ook hogere gemiddelde lonen gaan betalen. Zo moeten randstedelijke scholengemeenschappen het aantal leraren in LB in 2014 verminderd hebben tot een op de vijf. Daar voldoet nog niemand aan.

In de categorie scholen waar het laagste niveau minimaal havo is, bijvoorbeeld de categorale gymnasia, zijn de best betalende scholen van Nederland te vinden. De drie koplopers vallen samen onder één schoolbestuur, de Stichting VO Amsterdam-Zuid. Uitschieter is het Sint-Nicolaaslyceum, waar zeven op de tien leraren in schaal LC zitten en de rest in LD. Ook het Nicolaas haalt de streefcijfers nog niet, maar het scheelt niet veel.

Op het Nicolaas en zijn twee zusterscholen weet een leraar waar hij aan toe is – iedereen komt standaard in schaal LC. Nadeel is dat doorgroeien naar LD alleen mogelijk is voor leraren die de functie van afdelingsleider erbij gaan doen. Er zijn scholen die nog veel meer leraren in schaal LD hebben zitten, waarbij het Jacob-Roelandslyceum in Boxtel de kroon spant met 58 procent van de leraren in deze schaal. Die school heeft wel 38 procent van de leraren in schaal LB, tegen 0 procent op het Amsterdamse Nicolaas.

In tegenstelling tot Amarantis verklaart de Stichting VO Amsterdam-Zuid haar hoge salarissen juist door de kleine organisatie en daarmee de geringe overhead. Per school, zegt beleidsmedewerker Ineke Jansma van de stichting, bestaat de leiding uit een rector en een plaatsvervangend rector. „Het schoolbestuur zelf bestaat uit vrijwilligers. De stichting heeft drie mensen in dienst.”

Ook de slechtst betalende scholengemeenschap is overigens gevestigd in de hoofdstad – van het Islamitisch College Amsterdam ontvangt 87 procent van de leraren een salaris in schaal LB.