Regels gelden niet voor Morozevitsj

Alexander Morozevitsj is een eigenzinnig man, niet alleen aan het schaakbord. Ik heb hier wel eens verteld dat hij zich na een nederlaag in een toernooi in Dortmund rechtstreeks van de toernooizaal naar het vliegveld liet rijden om de eerste vlucht naar Moskou te boeken. Zijn bezittingen liet hij in zijn hotelkamer achter en kort daarna kondigde hij zijn afscheid van het professionele schaak aan, waar hij zich gelukkig niet aan gehouden heeft.

Op de Olympiade in Dresden speelt hij, hoewel hij achter Topalov tweede op de internationale ratinglijst staat, voor Rusland aan het vierde bord. Het schijnt dat hij een dag voor het begin het gevoel kreeg dat hij niet goed in vorm was en beter wat lager kon spelen.

Eigenlijk mag dat niet, want de teams moesten hun opstelling lang van tevoren inleveren. Als kabouterland Nederland op het laatste moment een wijziging zou willen doorvoeren, zou het waarschijnlijk niet toegestaan zijn, maar een grootmacht als Rusland heeft een streepje voor.

Bovendien kenden de organisatoren natuurlijk dat verhaal over Morozevitsj in Dortmund en ze wilden vast niet dat hij al voor het begin van hun Olympiade naar huis zou gaan.

Voor de Russen hoeft hun rare opstelling geen nadeel te zijn. Ze zullen ongeveer zo gedacht hebben: Kramnik aan het eerste bord zal nauwelijks verliezen en soms winnen. Morozevitsj zal veel punten maken aan zijn lage bord en als de andere twee spelers geen rare dingen doen, kunnen alle wedstrijden gewonnen worden.

Zo ging het ook ongeveer in de eerste helft van deze Olympiade, al bleef Rusland één keer, tegen Duitsland, steken op 2-2. Er moet iets goed gemaakt worden, want het is al zes jaar geleden dat Rusland de Olympiade won. De zesde plaats in Turijn in 2006 was een dieptepunt dat in de tijd van de Sovjet-Unie tot zware disciplinaire maatregelen tegen de spelers zou hebben geleid.

Nederland moet het deze keer zonder Ivan Sokolov en Sergei Tiviakov doen. De schaakbond is arm en wordt steeds armer en we mogen nog blij zijn dat er kennelijk nog net voldoende fondsen waren om Loek van Wely mee te krijgen.

De jongeren, Jan Smeets, Daniël Stellwagen, Erwin L’Ami en Jan Werle, hebben bescheiden financiële eisen gesteld. Behalve voor Erwin L’Ami is het hun eerste Olympiade en die laat je niet lopen door overspannen looneisen.

Ik schrijf dit na zes ronden, toen Nederland met 9 matchpunten op de 13de plaats stond. Dat lijkt niet erg hoog, maar de afstand tot de koplopers Armenië en Rusland was slechts twee matchpunten.

Hier is een mooie strategische partij uit de wedstrijd tegen Moldavië, die Nederland met 3-1 won.

Loek van Wely – Viorel Bologan, Olympiade zesde ronde

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. Pf3 0-0 6. Le2 e5 7. 0-0 Pc6 8. d5 Pe7 9. b4 c6 Tegen de grote kenner van deze variant wijkt Bologan af van de hoofdvariant, die met 9...Ph5 begint. Maar ook wat hij nu doet heeft Van Wely in het verleden als eens op het bord gehad, in 1991 tegen Almira Skripchenko. Toen deed hij 10. Pe1. 10. La3 cxd5 11. cxd5 Lg4 Een nieuwe zet die me niet erg bevalt. 12. h3 Tc8 13. Db3 Lxf3 Een kwaliteit wordt tegenwoordig uit de losse pols geofferd, maar hier zou 13...Txc3 14. Dxc3 Pxe4 waarschijnlijk niet genoeg opleveren. 14. Lxf3 Pd7 15. Tac1 Lh6 16. Tc2 f5 17. Te1 a6 18. Lb2 Pf6 19. Tee2 b5 20. a4 Dd7 21. axb5 axb5 22. Te1 Kh8 23. exf5 gxf5 24. Le2 f4 Ook al is zijn d-pion zwak, met zijn sterke lopers staat wit toch wel iets beter. Zwart kon de pion niet meteen nemen, want na 24...Pfxd5 25. Pxd5 Txc2 26. Dxc2 Pxd5 27. Td1 zou hij in grote moeilijkheden zijn. 25. Pe4 Txc2 Na 25...Pxe4 26. Lg4 Da7 27. Lxc8 Pxf2 28. Txf2 Txc8 29. Dd3 heeft zwart twee pionnen voor de kwaliteit, maar wit staat beter. 26. Dxc2 Pexd5 27. Td1 Df5 28. Lf3

Zwart heeft een pion gewonnen, maar hij moet een domino-effect vrezen. Als zijn pion d6 verloren gaat, staat vervolgens pion e5 op de nominatie en daarmee zou zijn stelling instorten. 28...Pxb4 Dit is in ieder geval niet de oplossing van zwarts probleem. Een betere verdediging was 28...Lg7 29. De2 Pxe4 30. Lxe4 f3, omdat dan na 31. Lxf3 zijn paard nog goed op f4 terecht zou komen. 29. De2 Pxe4 30. Lxe4 f3 31. Lxf3 Lg7 32. Le4 Df4 33. Txd6 Pa2 Zwarts paard is verdwaald en al zijn pionnen zijn zwak. Wit staat gewonnen. 34. g3 Df7 35. Lb1 Dc7 Niets hielp meer, maar hierna is het op slag uit. 36. De4 Lf6 37. Txf6 Zwart gaf op.

Hans Ree