Opiumbruiden

In Uruzgan leidt uithuwelijking tot veel ellende voor vrouwen. Velen proberen zelfmoord te plegen met opium. „De meeste dorpsbewoners vonden het zo maar beter.”

Bibi’s man was te oud en te zwak om het land te bewerken, maar hij kon niet verdragen dat zij als dienstmeid ging werken om hun zeven kinderen te voeden. Steeds als ze probeerde het huis te verlaten, ging hij haar met een stok te lijf. Het maakte hem niet uit waar hij haar raakte. Vaak sloeg hij haar bewusteloos. Er was niets tegen te beginnen, vertelt Bibi in de vrouwenvleugel van het ziekenhuis in Tarin Kowt. Dat is een van de weinige plaatsen in Uruzgan waar een gesprek tussen een Afghaanse vrouw en een buitenlander veilig kan plaatsvinden. „Om de kleinste dingen ontstak hij in woede”, vertelt Bibi, die om veiligheidsredenen niet haar echte naam gebruikt. „Mijn familie heeft hem wel gevraagd te stoppen, maar ze hadden weinig in te brengen. Ik behoor mijn man toe. Hij heeft voor mij betaald.”

Acht jaar geleden werd Bibi door haar vader gedwongen om te trouwen met de broer van haar gestorven echtgenoot. Haar nieuwe man werd langzaam blind, waardoor het gezin in armoede leefde. „Het was niet de bedoeling dat ik het huis verliet. Ik mocht niet eens bij mijn ouders op bezoek, of naar de dokter. In de winter van vorig jaar kwam er een moment waarop ik dacht: het is beter om te sterven. Ik wist niet wie mijn kinderen zou moeten onderhouden. Ik wist alleen dat ik het niet meer kon.” Bibi volgde het voorbeeld dat ze al zo vaak gehoord had: ze stal een flinke hoeveelheid ruwe opium uit het huis van haar zus, die de grondstof papaver verbouwt. „Het smaakte verschrikkelijk”, zegt ze, „maar het was de makkelijkste manier om er een einde aan te maken”.

Bibi is klein van stuk en kijkt met een pientere blik uit donkere kraaloogjes. Meer is er over haar verschijning niet te zeggen, omdat ze haar gezicht met een zwarte doek bedekt. Er is namelijk een man in de behandelkamer, dokter Ajab Noor, provinciehoofd van de hulporganisatie Afghan Health and Development Service (AHDS). Deze organisatie beheert klinieken en een netwerk van vrijwilligers op het gebied van basisgezondheidszorg. Bibi (begin veertig) vertelt haar verhaal aan de jonge vroedvrouw die naast haar zit. Die vertelt het over Bibi’s hoofd aan Noor, die in het Engels vertaalt. Zo wordt rechtstreeks contact tussen Bibi en de arts vermeden.

Zachte dood

Een overdosis opium is de meest gehanteerde zelfmoordmethode voor vrouwen in Uruzgan, vertelt dokter Noor. Het is een zachte dood: de patiënt raakt in coma en sterft binnen uren. Bovendien is het voor iedereen beschikbaar, omdat veel boeren papaver verbouwen. „Voor kleine boeren is het de enige manier om wat geld te verdienen”, aldus Noor. „Ze weten dat het tegen de islam is, maar er zijn nog te weinig alternatieven.”

Gemiddeld worden er bij de klinieken waar AHDS werkt in Uruzgan wekelijks drie vrouwen in coma binnengebracht. Meestal zijn ze erg jong, zegt Noor, tussen de zestien en vijfentwintig jaar. Exacte cijfers ontbreken, maar zijn ervaring in de provincie doet hem vermoeden dat ten minste evenveel pogingen slagen. „De opium komt binnen een half uur in de bloedbaan. Binnen een paar uur raakt de patiënt in coma. Er is maar weinig tijd, en veel dorpen liggen ver van de klinieken waar de patiënt geholpen kan worden.”

Hoe weinig uitzonderlijk Bibi’s zelfmoordpoging is, blijkt als binnen de vrouwenvleugel bekend wordt waarover zij praat. In de vroedvrouwenklas zijn meer vrouwen aanwezig die hetzelfde hebben gedaan. Zubaidah (niet haar echte naam) is bereid er over te vertellen.

Zubaidah was zeventien toen haar ouders haar meedeelden dat ze zou trouwen, met een ongeletterde man die ze niet kende. Zelf was ze naar school geweest en ze vreesde een aan huis gekluisterd en armzalig leven met hem. Maar hij had de grootste bruidsschat geboden. Tijdens de verlovingsceremonie, toen trouwen onvermijdelijk was geworden, nam Zubaidah genoeg opium om in coma te raken. In het ziekenhuis werd ze gered. „Mijn vader kon niet meer onder de verloving uit. Zo werkt het nou eenmaal”, zegt ze met neergeslagen blik.

Op de huwelijksdag, toen ze haar verloofde voor het eerst ontmoette, bleek dat hij bijna dertig jaar ouder was dan zij. Dat hadden haar ouders maar niet verteld. „Ik dacht: over een paar jaar zal hij oud en zwak zijn (de levensverwachting in Afghanistan is 44 jaar, red.), en dan moet ik zonder inkomsten voor hem zorgen.” De dag erna nam ze een grotere dosis opium, en weer werd ze gered. Nu, vijf jaar later, mag Zubaidah van haar man de gratis vroedvrouwenopleiding volgen. „Het gaat iets beter tussen hem en mij”, vertelt ze. „Maar ik ben niet gelukkig.”

In de voorgaande week zijn er alleen al in dit ziekenhuis drie vrouwen binnengebracht, vertelt directeur Amir Mohammad. Met behulp van de vroedvrouw, die de patiëntes heeft verzorgd, somt hij op: „Er was een achttienjarig meisje dat werd uitgehuwelijkt, maar verliefd was op iemand anders. De tweede was een 27-jarige vrouw, die al negen jaar verloofd was, maar niet kon trouwen, omdat haar ouders een te hoge bruidsschat vroegen en zij de schande niet meer aankon. Ten slotte was er een 35-jarige getrouwde vrouw die mishandeld werd door haar echtgenoot.”

Er wordt niet over gepraat, omdat de gemeenschap de zelfmoorden beschouwt als ongehoorzaamheid, legt dokter Mohammad uit. Hij vertelt een geschiedenis van een half jaar geleden, eveneens over een meisje dat werd gedwongen te trouwen terwijl ze verliefd was op iemand anders. „Ze pleegde zelfmoord met opium, en toen de jongen van wie zij hield dat hoorde, schoot hij zichzelf dood. De meeste dorpsbewoners vonden dat het maar beter was dat ze dood waren, omdat ze de wens van de ouders niet hadden gerespecteerd.”

Eigen regels

Dit verhaal gaat niet over verslaafden die per ongeluk een overdosis nemen. Niet dat er in Uruzgan geen probleem is met opiumverslaving. Volgens gegevens van AHDS zoekt 1,5 procent van de 300.000 inwoners hulp voor verslaving. Vooral mannen raken verslaafd, maar vooral vrouwen slikken bewust opium als zelfdodingsmiddel. „Deze vrouwen willen echt dood”, zegt Noor. „Als alle opium zou verdwijnen, zouden ze een ander middel zoeken.”

In het ziekenhuis worden de vrouwen bijgebracht met digoxine, een middel dat het hart weer beter moet laten pompen. „Elke drie minuten spuiten we een ampul in”, vertelt Noor, „tot ze bijkomen. Meestal is daar een ampul of tien voor nodig.” De patiënte wordt na een dag weer opgehaald door familie of echtgenoot. Dat moment benut de arts om een hartig woordje met hen te spreken. „Ik probeer hun aan het verstand te brengen dat vrouwen ook rechten hebben, dat ze volgens de islam hun echtgenoot zelf mogen kiezen. Soms protesteren de vaders dan. Die zeggen: ‘Wij hebben onze eigen regels.’ Een enkele keer dreig ik met de politie. Wat het beste helpt, is uitleggen dat een vrouw levend meer waard is dan dood. Dan kan ze ten minste nog voor je werken en voor je zorgen.”

Later gaat er nog eens een vrouwelijke medewerker van AHDS bij het meisje langs om te kijken hoe het met haar gaat. Veel meer kan Noor niet doen. In Uruzgan zijn geen therapieprogramma’s of vrouwenopvanghuizen. De arts is ervan overtuigd dat het probleem hier groter is dan elders. Uruzgan is de armste provincie van Afghanistan, en oerconservatief, legt hij uit. „De geletterdheid is er nog lager dan in Helmand of Kandahar. Die provincies zijn iets minder achtergesteld door de invloed uit Kandahar-stad en Pakistan. In de landelijke gebieden van Uruzgan kan bijna niemand lezen en mogen nauwelijks meisjes naar school.”

Vrouwenwelzijn en vrouwenrechten staan bij de meeste hulporganisaties die zich langzaam beginnen te vestigen in Uruzgan niet bovenaan de agenda. Een reden is de gevoeligheid van het onderwerp. „Misschien kan ik voorlichting gaan geven over kinderwelzijn, en het gaandeweg ook over vrouwen gaan hebben”, peinst dokter Noor.

De Nederlandse hulporganisatie Healthnet TPO geeft voorlichting over geestelijke gezondheid en gaat daarbij de positie van vrouwen niet uit de weg. Afghaanse medewerkers gaan naar scholen en dorpen en bespreken daar globaal een aantal aandoeningen. Zo ook op de enige meisjesschool in Uruzgan, de Malalai-school in Tarin Kowt. Die ligt ingeklemd tussen het kantoor van de gouverneur en het hoofdbureau van politie en kan zo beveiligd worden tegen aanvallen van de Talibaan.

„Wat is een depressie?”, vraagt docent Mohammad Hamayoon aan de meisjes in hun schoolbankjes met Unicef-logo’s. „Dat is toch een deel van het leven?”, antwoordt een van hen, „het is heel normaal.” Hamayoon schudt het hoofd. „Vrouwen hebben er vaker last van dan mannen”, legt hij uit. „Dat komt door de strengheid van de familie, het gebrek aan onafhankelijkheid en zelfvertrouwen. Ze lijden onder de oorlog, of lichamelijke gebreken, of ze worden mishandeld door hun man.”

De leerlingen giechelen als de docent verstrikt raakt in een grijze boerka die hij wil aantrekken voor een rollenspel. „Een depressieve vrouw barst in tranen uit als je vraagt hoe het gaat”, zegt hij, en hij demonstreert het vol overgave. „Het hoofd van de familie en de gemeenschap klagen dat ze niet werkt en willen niet geloven dat ze ziek is. Zo wordt het probleem alleen maar erger. Ze denkt aan zelfmoord en vraagt zich af wie er zal komen bidden aan haar graf. Zo’n vrouw moet je troosten. En neem haar mee naar buiten, naar bruiloften bijvoorbeeld.” Er wordt driftig geknikt in de klas. De les is voorbij. De volgende dag staan drugsverslaving, angststoornissen, familiegeweld en stress op het programma.

Bibi heeft geen troost meer nodig. Haar leven is sinds vorig jaar sterk verbeterd. Toen ze werd ontslagen uit het ziekenhuis, was haar man laaiend, en moesten haar broers nog eens op hem inpraten. Maar ze werd geholpen door het lot: de man werd al snel helemaal blind en kon haar niet meer slaan. Sinds twee maanden heeft ze een baan als conciërge. „Ergens ben ik blij dat hij blind is”, zegt ze in het ziekenhuis, „maar hij blijft mijn man. Ik moet van hem houden. Ik moet bij hem blijven en voor hem zorgen. Ik mag geen genoeg krijgen van het huwelijk.”