Opeens zijn er geen auto-onderdelen meer nodig

Eerst kwamen er geen nieuwe orders meer binnen. Daarna werden bestaande orders geannuleerd. Ineens hebben de 250 Nederlandse toeleveranciers aan de auto-industrie veel minder werk.

Neem die gele Amerikaanse schoolbussen, zegt Henk-Jan Wegman. Iedereen kent die. „In het versnellingsmechanisme zit een onderdeel van ons. In al die bussen.” Nog een voorbeeld? De generatoren die het Amerikaanse leger onder meer in Irak gebruikt. „In die motoren zitten zuigers die wij maken.”

Hij bedoelt maar, de gespecialiseerde producten van Gieterij Doesburg voor vrachtwagens en personenauto’s worden over de hele wereld verkocht. De eerste helft van dit jaar was het werk voor het bedrijf van Wegman bijna niet bij te houden. General Motors, Mercedes, DAF: alle grote autofabrikanten bleven maar meer auto’s en trucks produceren. En dus stroomden de bestellingen binnen. Eerst moesten de ruim honderd werknemers overwerken. Daarna moesten ze ook om de zaterdag komen. In augustus vroegen de afnemers of ze in 2009 nóg meer konden leveren.

Maar begin september was het opeens voorbij. Eerst kwamen er geen nieuwe orders meer binnen. Op zaterdag kon het personeel voortaan weer thuis blijven. Daarna werden bestaande orders afgezegd. Aan uitbreidingen denken ze nu niet meer bij Gieterij Doesburg. De honderd werknemers blijven sinds deze maand op vrijdag thuis. Bij het ministerie van Sociale Zaken is inmiddels een aanvraag ingediend voor werktijdverkorting. En directeur Wegman denkt er over om de hele maand december zijn fabriek te sluiten.

Gieterij Doesburg is niet het enige bedrijf dat afhankelijk is van de auto-industrie. Nederland heeft zo’n 250 bedrijven die wereldwijd leveren aan auto- en vrachtwagenfabrikanten. Behalve aan NedCar in Born leveren ze vooral aan autofabrieken in België, Duitsland en Frankrijk.

Ongeveer honderd van deze bedrijven zijn volledig afhankelijk van de auto-industrie. Zij merken het direct als General Motors, Ford en Chrysler minder auto’s maken. Of als Daimler en Opel hun fabrieken wekenlang stilleggen, zoals in Duitsland is aangekondigd. Elke auto minder is een onderdeel van de Nederlandse toeleveringsindustrie minder.

In totaal werken er bij deze 250 Nederlandse bedrijven circa 40.000 mensen. Gezamenlijk behalen zij jaarlijks een omzet van circa 12 miljard euro volgens cijfers van branchevereniging Holland Automotive. De bedrijven die alleen aan de auto-industrie leveren, hebben een omzet van ongeveer 6 miljard euro.

De markt is van de ene op de andere dag ingezakt, zegt Leendert Remmelink van Holland Automotive. De hele bedrijfskolom rekende tot voor kort nog op groei van winst en omzet. Nu moet iedereen zijn prognoses flink naar beneden bijstellen en de productie verlagen, zegt Remmelink.

Inalfa Roof Systems uit Venray zag de omzet de afgelopen weken drastisch dalen. Deze week kondigde de fabrikant van schuifdaken aan dat 90 van de 500 werknemers hun baan verliezen. Autofabrikanten bestelden opeens ook veel minder verstelsystemen voor autospiegels bij MCI Montfoort. Dit bedrijf maakte een paar weken geleden bekend dat door het „instorten van de automarkt” 65 van de 270 werknemers weg moesten.

Staalproducent Corus in IJmuiden brengt de staalproductie fors terug, mede als gevolg van de terugval in de auto-industrie. En Mapro uit Den Bosch levert ineens beduidend minder behuizingen voor airbags. Onderaan de bedrijfskolom sturen ook autodealers hun personeel naar huis, als ze al niet failliet gaan.

Veel van de bedrijven die afhankelijk zijn van de auto-industrie, willen graag werktijdverkorting invoeren. Vorige week hadden al negentien bedrijven een verzoek ingediend bij minister Donner (Sociale Zaken, CDA) zegt Remmelink. Hij verwacht dat dit aantal snel groter zal worden, nu minister Donner gisteren heeft besloten deze mogelijkheid te verruimen.

Werktijdverkorting was eigenlijk alleen bedoeld voor bedrijven die acuut een probleem hebben, zoals brand- of waterschade. Veel bedrijven menen dat de kredietcrisis zo’n calamiteit is. Hun werknemers komen dan tijdelijk in de WW. Gaat het weer beter, dan kunnen ze weer aan het werk. Want veel bedrijven willen helemaal niet van hun mensen af – tenminste, niet definitief. Het is vaak hoog opgeleid, gespecialiseerd personeel, dat moeilijk te vinden is. Als de vraag straks weer aantrekt, zijn ze hard nodig.

Bij andere bedrijven heeft het helemaal geen zin om een gedeelte van het personeel naar huis te sturen, bijvoorbeeld bij Gieterij Doesburg. Het levert weinig besparing op, zegt directeur Wegman. „Als ik er een paar man tussenuit haal, ligt het hele productieproces stil. Het heeft alleen zin om iedereen naar huis te sturen.”

In de fabriekshal van de gieterij is het schemerig. Het ruikt er naar ijzer. Aan het begin van de productielijn staan twee grote pannen. Met een magneet wordt daar schroot ingegooid. Vanuit een hokje, achter dik glas, laat een medewerker de pan langzaam kantelen. Langzaam stroomt het 1.500 graden hete, vloeibare, oranje ijzer uit de grote pan in een klein pannetje, dat op een heftruck staat. Vonken spatten op de grond uit elkaar. In de kleine pan past 1.000 kilo vloeibaar ijzer.

Het vloeibare ijzer wordt vervolgens in een vorm gegoten. Die vorm bestaat uit twee delen, gemaakt van geperst zand en water. Die twee vormen worden tegen elkaar aan gedrukt, waarna het vloeibare ijzer ertussen wordt gegoten. Het bedrijf maakt 480 verschillende producten, van zuigers tot allerlei onderdelen voor versnellingsbakken, zoals schakelvorken voor vrachtwagens.

Als de producten gestold zijn, rollen ze over een band, waar de onderdelen worden geknipt en gecontroleerd en daarna in kratten worden gestopt. De kratten gingen tot nu toe linea recta naar de autofabrieken. Maar directeur Wegman laat het magazijn zien. De kratten staan tot aan het plafond opgestapeld. „Er kan nog wel wat bij, maar niet veel meer.”

De omzet van Gieterij Doesburg bedroeg vorig jaar 20 miljoen euro. De winstmarge van het bedrijf ligt tussen de 2 en 3 procent, zegt Wegman. Van de omzet komt 30 tot 40 procent uit de Verenigde Staten. Zo is Detroit Diesel een grote klant van het Doesburgse bedrijf. Maar dat Amerikaanse bedrijf ligt eigenlijk al het hele jaar op zijn gat, volgens Wegman. De omzet van de gieterij is de afgelopen weken met 50 tot 60 procent gezakt. „Dat komt doordat de productie gebaseerd was op groei. Dat valt nu allemaal weg.” Hij verwacht dat begin volgend jaar de omzet structureel 30 procent lager zal zijn.

Maar gaan grote autofabrikanten als General Motors, Ford of Chrysler echt failliet, dan worden de problemen voor de Nederlandse toeleveranciers veel groter. Veel bedrijven hopen daarom ook dat de autofabrikanten in de Verenigde Staten staatssteun krijgen, zegt Leendert Remmelink van branchevereniging Holland Automotive. Of daarmee de vraag naar auto’s weer stijgt? Nee, dat niet, zegt Remmelink. „Maar het vertrouwen in de economie moet terugkeren. En als dat terug is, gaan mensen weer auto’s kopen.”

Wat niet helpt is dat grote kredietverzekeraars sinds een paar weken een groot aantal bedrijven uit de auto-industrie niet meer willen verzekeren. Zo zouden grote verzekeraars als Euler Hermes, Atradius en Coface niet meer bereid zijn kredieten aan General Motors en Ford te verzekeren. Bij een kredietverzekering levert bedrijf A zijn producten aan bedrijf B. Voor het risico dat bedrijf B vervolgens de rekening niet wil of kan betalen, kan bedrijf A een verzekering afsluiten bij een kredietverzekeraar.

Als bijvoorbeeld voor leveringen aan Ford geen verzekeringen meer kunnen worden afgesloten, zijn er drie mogelijkheden. Ford betaalt vooruit aan zijn leveranciers. Of de leveranciers leveren onverzekerd en vertrouwen er op dat ze hun geld krijgen. Of Ford is niet meer in staat onderdelen in te kopen, waardoor de productie stil komt te liggen.

Het is een grote schande, schreef voorzitter Jan Kamminga van metaalwerkgeversvereniging FME-CWM vorige week op zijn weblog over de maatregelen van de kredietverzekeraars. Hij sprak over een „zwarte lijst” van ruim 20.000 bedrijven, die Atradius had opgesteld. Voor die bedrijven dreigt daardoor een faillissement, meent Kamminga.

We zijn wat kritischer gaan kijken, bevestigt directeur Bert Bruning van verzekeraar Atradius Nederland. Maar een zwarte lijst wil hij het niet noemen. „We bekijken dagelijks de risico’s en die zijn in de huidige economische omstandigheden toegenomen.” En dus zijn er bedrijven die Atradius even niet wil verzekeren. Namen wil Bruning niet noemen. Maar dat er sinds kort meer bedrijven uit de auto-industrie bij zitten, kan hij niet ontkennen. „We kijken naar kredietwaardigheid. En bedrijven in de auto-industrie krijgen op dit moment zware klappen.”

Een vrije val, zo noemen ze bij Gieterij Doesburg de orders die de afgelopen weken werden geannuleerd. Een paar maanden houden we het nog wel vol, zegt directeur Wegman. Maar dan moet de vraag wel weer aantrekken. Maar hij is er stellig van overtuigd dat dat goed zal komen, zegt hij. En verder blijft hij er nuchter onder. „Uiteindelijk blijven vrachtwagens gewoon nodig. Toch?”