Muzikale puzzels

Voor Tom ‘Junkie XL’ Holkenborg zijn games een belangrijke nieuwe afzetmarkt voor zijn liedjes. Ze stellen wel andere eisen dan de reguliere markt voor popmuziek.

In een ouderwets computerspel hoorde je ‘boem’ als er een auto tegen een andere auto aanbotste, en dat was het dan. En het simpele digitale deuntje op de achtergrond piepte verder alsof er niets gebeurd was. Dat deuntje was zo eenvoudig, omdat er voor meer geen geheugen was. Het waren rustige en weinig uitdagende tijden voor de componisten van computerspelmuziek.

Tegenwoordig trekt de 40-jarige muzikant Tom ‘Junkie XL’ Holkenborg rustig vier maanden uit om de soundtrack van een computerspel te componeren, vertelt hij vanuit zijn studio in Los Angeles. „Het is een muzikale puzzel die met niets anders te vergelijken is”, zegt de Nederlandse producer die remixen maakte voor Britney Spears en Justin Timberlake en die muziek componeerde voor speelfilms als Blade, Catwoman en het op een computerspel gebaseerde Resident Evil.

In een modern racespel heeft een botsing direct gevolgen voor bijna alle zintuigen. De controller trilt, de auto raakt beschadigd of begint te roken en de botsing knalt levensecht uit de speakers. Maar ook de achtergrondmuziek is interactief. Wanneer Holkenborg de muziek componeert voor een race van drie minuten, dan zitten daar zo’n dertig tot veertig beatmarkers in, momenten in het spel die invloed hebben op de muziek. Een geweldige start, een scherpe bocht of, inderdaad, een harde botsing. Bij het maken van de original score van bijvoorbeeld het racespel Need For Speed: Pro Street was voor Holkenborg de uitdaging „om al die momenten te ondersteunen met variaties in de muziek en er tegelijk voor te zorgen dat de muziek toch als één logisch geheel bleef klinken.”

Holkenborg groeide op met games. Toen hij zeven jaar oud was, was hij vaak te vinden in de radio- en televisiezaak van zijn buren die een apparaat hadden met daarop het oerspel Pong. Als middelbare scholier speelde hij Pac-Man in de snackbar. In de jaren negentig hield hij het voor gezien, omdat hij, zodra hij aan een spel begon, al snel acht uur bezig was en zo te weinig tijd overhield voor zijn studiowerk. Tegenwoordig zijn games voor hem een belangrijke afzetmarkt. Bestaande liedjes van hem worden gebruikt in spellen, hij maakt remixen van nummers van andere artiesten om ze meer op de sfeer van een computerspel te laten aansluiten en componeert volledige soundtracks.

In 2002 scoorde Holkenborg een wereldwijde nummer 1-hit met zijn remix van het Elvis-nummer A Little Less Conversation die onderdeel was van een commercial die door sneakergigant Nike op miljoenen huiskamers werd afgevuurd. Ook games zijn voor hem een manier om met zijn muziek in de huiskamer te komen. Hij bracht zijn vijfde studioalbum Booming Back At You uit bij het label Artwerk, een platenmaatschappij die gelieerd is aan het grote computerspellenbedrijf EA Games, en vrijwel al zijn tracks worden in games gebruikt. De titeltrack ‘More’ van Need For Speed: Pro Street was ook de eerste single van zijn album en bereikte zo miljoenen huiskamers die hij via traditionele kanalen als MTV en de radio niet bereikt. Computergames zijn voor hem de nieuwe radio.

Maar voor Holkenborg is het computerspel meer dan alleen een nieuw platform voor de distributie van popmuziek. Ook de interactieve muziek in een game kan op zichzelf indrukwekkend zijn, of het nu klassieke muziek of moderne dance betreft. De muziek is volgens hem pas echt geslaagd wanneer het in het spel zelf een meerwaarde heeft; de muziek moet dienstbaar zijn en mag niet te veel domineren. Die uitdaging en het complexe, interactieve karakter van de muziek maken het een volstrekt nieuwe discipline die volgens Holkenborg aan populariteit wint. Als speciaal docent ‘Composition & Musicdesign’ op het ArtEZ Conservatorium in het oosten van het land ontmoet hij steeds vaker studenten die gamecomponist willen worden. Het maken van muziek voor games is voor hen geen onderdeel van een carrière als uitvoerend artiest, maar het uiteindelijke doel.

Anderzijds beïnvloedt de muziek van computerspellen ook de popmuziek. Zo was het jarenlang een rage om het beperkte geluid van de ouderwetse computerspellen te incorporeren in moderne dancemuziek. Holkenborg heeft zelf nog een paar apparaten in zijn studio staan die gebaseerd zijn op de chips zoals die in de eerste generatie computerconsoles zaten. Het karakteristiek bliepgeluid klinkt terug in talloze moderne hits en leidde tot een subgenre dat onder meer Bitpop, 8-Bit en Chiptune wordt genoemd. Volgens Holkenborg zit in deze muziek de charme juist in de beperking, zoals dat het geval kan zijn bij een gitaarbandje met muzikanten die eigenlijk geen gitaar kunnen spelen, maar die wel mooie liedjes verzinnen.

Holkenborg zei twee jaar geleden tegen deze krant dat hij zich als artiest over een paar jaar „niet meer op en neer ziet springen op het podium bij Lowlands”. Het componeren voor films, commercials en games is een lucratief alternatief. Maar beperken de bijbehorende, vaak strakke formats hem niet te veel als artiest? Holkenborg: „Het ambachtelijke en artistieke gaan hand in hand. Je moet kennis van zaken hebben, goed snappen hoe alles technisch functioneert en je bent voortdurend problemen aan het oplossen. Maar dat levert nog geen leuke muziek op. Het is juist een pittige artistieke uitdaging om binnen dat harnas ook als artiest je ei kwijt te kunnen.”

Junkie XL remixte de titeltrack van het spel Mirror’s Edge (EA Games)