Met zijn allen in hetzelfde schuitje

Zij zijn rijk. Westerse bedrijven zijn nu voor een habbekrats te koop. Toch manen Chinese ondernemers elkaar om behoedzaam te zijn.

Chen Feng, baas van de Chinese luchtvaartmaatschappij Hainan Airlines, zit minutenlang bewegingloos in een grote leren fauteuil. Dan komt de kredietcrisis ter sprake. De westerse kredietcrisis. Opeens raakt Chen opgetogen. „In de afgelopen dertig jaar hebben wij Chinezen hard gewerkt in een vreedzame omgeving en veel geld gespaard. Nu hebben de Amerikanen water bij het geld gedaan.”

De Chinese captains of industry in het World Trade Center in Barcelona grinniken. Chen is nog niet klaar. „Nu komt de vraag van de Amerikanen: China, helpt u ons? Mijn antwoord: Nee, absoluut niet. Jullie hebben van het goede leven genoten terwijl wij aan het werk waren. Nu willen wij van het goede leven genieten.” En weer grinniken de ondernemers. „De Amerikanen”, vervolgt Chen, „waren onze leermeesters. Nu heeft onze leraar een probleem en wij studenten weten niet wat we moeten doen. Mijn les is: geloof in onszelf. We moeten samenwerken in de wereld, maar het kan geen eenrichtingsverkeer meer zijn.”

Chen, die onder andere in Maastricht MBA studeerde, staat niet alleen. Yan Binghzu, bestuursvoorzitter van de Bank of Beijing, een lokale bank waarin ING een belang van 16 procent heeft, windt er ook geen doekjes om. „Ik heb tegen Amerikaanse bankiers, zoals de bestuursvoorzitter van Goldman Sachs, het volgende gezegd: Jullie houden ervan om verhaaltjes te vertellen. Maar mensen geloven jullie verhaaltjes niet langer. Jullie hebben jullie crisis over de hele wereld verspreid.”

Jarenlang luisterden de Chinese ondernemers naar adviezen uit het Westen. Dertig jaar geleden opende China zijn deuren voor het Westen. Tien jaar geleden ging het zelf de wereldmarkt op.

Kritiek op de VS is geen exclusief tijdverdrijf van Chinese managers. De baas van Malaysia Airlines, Munir Majid, dient de Amerikaanse hegemonie een verbale dolkstoot toe. „De crisis brengt een verschuiving in de machtsbalans aan het licht. En dan bedoel ik niet alleen hard power, maar ook soft power: normen en waarden. De westerse waarden zijn niet langer het paradigma. De waarden van het Westen zijn verongelukt. ”

De toonzetting verandert als een Chinese topambtenaar het woord neemt. Xu Kuangdi, voormalig burgemeester van Shanghai en nu een hoge politieke adviseur, blijft ook in de kredietcrisis in dictie en woordkeus een en al diplomaat. „We moeten reflecteren en studeren”, zegt hij.

Zijn bevindingen? Er is in de wereld geen evenwicht meer. Hoge valutareserves in China. Hoge consumptie in de VS. „Wij zetten daar een groot vraagteken bij.” En dan is er die grote discrepantie tussen de reële en die zogeheten virtuele economie. Hoe konden, vraagt hij, jonge wiskundigen in dienst van Amerikaanse banken producten ontwerpen die de bankiers zelf niet begrijpen? En wat is dat voor wereld waarin kredietbeoordelaar Standard & Poor’s het Amerikaanse Lehman Brothers een goede beoordeling gaf vlak voordat de bank instortte? Xu zei het zo: „Vertrouwen en samenwerking zijn meer waard dan geld en goud.”

Een keer per jaar komen Aziatische topondernemers naar Europa om zakenpartners te ontmoeten tijdens de Global China Business Meeting. De bijeenkomst, die gedomineerd wordt door Chinese ondernemers, moet uitgroeien tot een klein ‘Davos’ voor Chinese vraagstukken. Onder de 400 gasten bevindt zich dit jaar een aantal pioniers van de Chinese expansie in het buitenland. Fu Chengyu, bestuursvoorzitter van de grote staatsoliemaatschappij CNOOC, is er, een man die met grote transacties in Australië en Afrika van zich deed spreken. Ook Li Dongsheng, bestuursvoorzitter van de producent van consumentenelektronica TCL, maakt zijn opwachting. De 50.000 werknemers van Li verkopen in de hele wereld tv’s onder de merknamen Thomson (voorheen Frans) en RCA (ooit Amerikaans).

De conferentie, al de vierde editie, is een marktplaats. Chinese ondernemers met veel geld, grote ambities en weinig ervaring aan de ene kant. Europese financiële dienstverleners op jacht naar fees, en Europese ambtenaren op jacht naar buitenlandse investeerders aan de andere kant. De China Meeting, en andere, vergelijkbare evenementen in Europa, symboliseerde de afgelopen jaren de Chinese expansie in het buitenland. De Europeanen maakten de nieuwkomers uiteraard graag wegwijs in het westerse zakenleven. De Chinezen lieten zich er graag huldigen voor hun ondernemerschap. Samen gingen ze een gouden toekomst tegemoet.

De conferentie van 2008 is een tikje anders. De ontmoeting heeft plaats te midden van een snel om zich heen grijpende economische crisis waarvan nog niemand de diepgang kan peilen. Vlak na een financiële wereldtop in Washington waar opkomende landen een grotere rol opeisten. In een tijd waarin het Westen, naarstig op zoek naar geld, naar het rijke Oosten kijkt. Naar China, ook, een land met intussen al 2.000 miljard dollar aan valutareserves.

De westerlingen hebben nu iets uit te leggen. „Het is lastig te verklaren dat wij in China zijn om de Chinezen te leren hoe je moet bankieren in het kapitalisme”, zegt een Europese bankier, „om vervolgens te moeten toegeven dat ook wij de wijsheid niet in pacht hebben.” Stan Fung, een Amerikaans-Chinese durfkapitalist, beziet de nieuwe situatie met ironie. „Op eerdere conferenties was het uitgangspunt: het kapitalisme moet China helpen. Nu moet China het kapitalisme redden.”

Wat zullen de Chinese ondernemingen doen als de wrevel over de Amerikaanse uitwassen is weggeëbd? De ondernemers in Barcelona onderstrepen in koor dat ze deel uitmaken van de wereldeconomie en dat daarin ook geen verandering komt. „We zitten allemaal in hetzelfde schuitje”, zegt Yan van de Bank of Beijing.

Zullen Chinese ondernemingen het Westen met investeringen onder de armen grijpen? China heeft geld en westerse ondernemingen zijn door de aanhoudende koersdalingen spotgoedkoop. Het lijkt een ideaal moment voor China om grootschalig inkopen te doen.

„De omstandigheden zijn inderdaad gunstig”, zegt Henry Wang, vicevoorzitter van een vereniging van Chinese academici (40.000 leden). „Ford wordt verhandeld voor maar 1 dollar.” Wang zelf studeerde onder andere aan Harvard en doet onderzoek naar de expansie van Chinese bedrijven. „De komende dertig jaar staan hoe dan ook in het teken van Chinese investeringen in het buitenland. De meeste ondernemingen zijn er op gebrand een positie in het buitenland op te bouwen en de overheid heeft hen ook daartoe aangemoedigd. Dat zal hoogstwaarschijnlijk niet veranderen, ook niet door de kredietcrisis.”

Toen Chinese ondernemingen tien jaar geleden als investeerders op de wereldmarkt verschenen lag hun nadruk op natuurlijke hulpbronnen. Later gingen Chinezen zich ook voor andere sectoren interesseren, zoals elektronica. De afgelopen twee jaar namen ze minderheidsbelangen in financiële dienstverleners.

De Chinese investeringen groeiden snel. Vorig jaar besteedden Chinese bedrijven 36 miljard dollar in het buitenland, in de eerste helft van dit jaar was dat met 34 miljard dollar al bijna net zoveel. Daar zaten opzienbarende miljardentransacties tussen, maar ook bescheiden investeringen. De Chinese consultant Ting Zhang rekent voor dat de 59 Chinese investeringen die zij in Groot-Brittannië in de afgelopen zes jaar begeleidde, slechts tien banen per investering hebben opgeleverd. „De Chinese expansie is een belangrijke ontwikkeling, maar je moet het ook niet overdrijven. Veel bedrijven beginnen klein.”

Sommige Europese landen stellen zich nu heel gastvrij op. De discussie over de ongewenste politieke invloed van staatsinvesteringsfondsen is door de kredietcrisis naar de achtergrond gedrongen. Spanje heeft in Barcelona voormalig IOC-voorzitter Samaranch, de minister van Buitenlandse Zaken én de kroonprins laten opdraven om de Chinese gasten te verwelkomen. „De VS en Europa weten dat ze Chinese investeringen nodig hebben”, zegt Frank-Jürgen Richter van het Zwiterse adviesbureau Horarsis, dat de China Meetings organiseert.

Maar vooralsnog blijven de Chinezen weg van de koopjes, zeggen westerse bankiers. En het zou nog wel even kunnen duren voordat Chinese bedrijven toeslaan. Sommige bankiers rekenen op zes maanden. Jon Koplovitz van de grote Amerikaanse investeringsmaatschappij Blackstone rekent zelfs op twaalf tot achttien maanden. „Ik denk dat de nadruk eerst meer op het binnenland komt te liggen. Ze zullen behoedzaam zijn en selectief.”

De buitenlandse investeringen zijn in China bovendien niet onomstreden. Chinese industriëlen hebben zich nogal eens in de nesten gewerkt en de investeringen in de financiële sector waren niet altijd een succes. Chinese ondernemers in Barcelona wijzen steeds weer op een aantal bekende voorbeelden. De investering van het Chinese staatsinvesteringsfonds CIC in het koersverlieslijdende Blackstone van Koplovitz. De overname door TCL van de Franse tv-fabrikant Thomson vlak voor de wereld massaal overschakelde op platte tv-schermen. De investering van Ping An in Fortis.

Wang Shuo, redacteur van het Chinese economische tijdschrift Caijing Magazine: „Het debat in China over buitenlandse expansie is nog niet beslecht. Volgens sommigen zijn de lage prijzen in het Westen een kans die zich maar één keer in een generatie voordoet, anderen zeggen dat de risico’s eindeloos zijn. Waarom moeten we ons eigen geld op het spel zetten om de westerse risiconemers te redden?”

Li Dongsheng, verantwoordelijk voor de overname van de Franse tv-poot, maant zijn landgenoten behoedzaam te zijn. „We hadden destijds niet genoeg ervaring.” TCL heeft zijn investering na vier jaar nog niet terugverdiend, zegt Li, maar het bedrijf heeft volgens hem veel geleerd en heeft een belangrijke positie in het buitenland opgebouwd. „We moeten een volgende keer echt voorzichtig zijn.”

Ook de gevolgen van de economische crisis voor China zelf remmen het enthousiasme. De export krijgt een tik en de economische groei zakt in. De Chinese overheid probeert nu met honderden miljarden euro’s de binnenlandse vraag te stimuleren.

De ondernemers zijn druk om het heden te analyseren en de nabije toekomst te verkennen. „Op dit moment zit er nog veel paniek in de markt”, zegt Fu van oliemaatschappij CNOOC. De ingestorte olieprijzen zijn daar volgens hem het beste bewijs voor. Een prijs gebaseerd op vraag en aanbod zou volgens hem rond 75 dollar per vat moeten liggen. Niet op 50. Hoe de prijzen zich zullen ontwikkelen? „Ik denk dat de lage prijs nog wel even zal aanhouden.”

Fu is geen zwartkijker. Chinese ondernemers hebben er vertrouwen in dat zij de gevolgen van de crisis snel te boven zullen komen, en ze zien meer kansen dankzij de crisis, zegt hij. „We hebben meer vertrouwen dan zes maanden geleden.”