'Los zeeroverij op aan land'

Militair-strategische tegenactie kan de piraten bij Somalië verzwakken. Maar de enige kans op een duurzame oplossing ligt aan land.

De piraten op de wateren bij Somalië trekken steeds meer internationale aandacht. Het tegenovergestelde geldt zo’n beetje voor de crisis op het Somalische vasteland. „Terwijl daar juist de kans op een structurele oplossing voor de piraterij ligt”, zegt Roger Middleton van de Britse denktank Chatham House.

Het militaire en geostrategische denken domineert in reactie op de explosief toegenomen piraterij bij Somalië, het land waar de misschien wel meest vergeten crisis van de wereld woekert. De Deense zeevaartgigant Moller-Maersk heeft aangekondigd dat het zijn olietankers voortaan langs Kaap de Goede Hoop stuurt, in plaats van door de Golf van Aden. De extra kosten voor de langere route neemt Maersk op de koop toe. Maersk volgt zo onder meer Svitzer, ‘s werelds grootste sleepbootrederij (ook uit Denemarken), en het Noorse Odfjell, groot op het gebied van chemicaliëntankers. Ook in Nederland zijn rederijen bekend die voortaan langs Zuid-Afrika naar Azië varen.

De steeds driestere piraten hebben dit jaar bijna veertig schepen gekaapt, met als uitsmijter, vorige zaterdag, de mammoettanker Sirius Star. Een actie „zonder weerga”, zoals een woordvoerder van de Amerikaanse Vijfde Vloot het zei.

Vanuit de maritieme sector klinkt nu de roep om robuuster optreden door de buitenlandse oorlogsschepen die zijn opgestoomd naar Somalië. Zo’n vijftien fregatten doorkruisen de Indische Oceaan en de Golf van Aden, uit onder meer de Verenigde Staten, Frankrijk, Rusland, Griekenland, Turkije, Pakistan en India.

„Militair ingrijpen kan de piraten zeker verzwakken”, zegt Middleton. Met name het gericht uitschakelen van ‘moederschepen’, waarmee piraten tot ver uit de kust aanvallen lanceren, perkt de actieradius in. De Sirius Star is waarschijnlijk overvallen vanaf zo’n moederschip. Een Indiaas fregat blies deze week een moederschip op, een voorbeeld waar marines van andere landen een voorbeeld aan kunnen nemen, zo verklaarden zeevaartorganisaties.

Maar, legt Middleton uit, piraten opsporen is één ding, hen neutraliseren is een ander verhaal. De Indiase schietactie was, volgens officiële lezing, een reactie op een vijandige actie van de piraten. Houden de kapers zich echter op het goede moment gedeisd, dan maken zij grote kans om al te actieve tegenwerking te ontlopen. Veel landen deinzen namelijk terug voor mogelijke juridische consequenties van actieve piratenjacht.

De Deense marine pakte in september tien piraten op maar moest ze weer vrijlaten op last van Kopenhagen. Denemarken heeft geen rechtsmacht, klonk het. Waarnemers opperen dat Kopenhagen bang was dat de piraten, na eventuele celstraf, asiel zouden aanvragen in Denemarken. Dat zou moeilijk geweigerd kunnen worden; uitzettingen naar het gevaarlijke Somalië zijn geen optie.

Het systeem van gewapende escortes waartoe Nederlandse rederijen hebben opgeroepen – net als in de Tweede Wereldoorlog – heeft eveneens zijn grenzen. De twintigduizend schepen die jaarlijks door de Golf van Aden varen, kunnen nooit allemaal bewaakt worden.

De uiteindelijke oplossing voor de problemen op zee bevindt zich dan ook, paradoxaal genoeg, aan land, zo betoogt Middleton. Zeventien jaar banditisme, clanoorlog en gewapende opstand heeft in Somalië geleid tot wat de Verenigde Naties omschrijven als de ergste humanitaire crisis ter wereld. Meer dan drie miljoen Somaliërs, eenderde van de bevolking, zijn afhankelijk van buitenlandse voedselhulp. Somalische vissers hebben hun werkterrein overgenomen zien worden door buitenlandse vissers, ook Europese. Piraterij wordt zo een aanlokkelijk perspectief, zeker gezien de bedragen die ermee te verdienen zijn.

Herstel van het centrale gezag in Somalië moet daarom prioriteit krijgen, zegt Middleton. Vervolgens kan nagedacht worden over een kustwacht, die tegen de piraten kan optreden, en over economisch herstel waardoor er alternatieven ontstaan voor het piratenbestaan. Dat Somalië een effectief democratisch gezag krijgt, is echter een wensdroom, erkent Middleton. Islamitische extremisten, die het zuiden van Somalië al beheersen, dreigen ook de hoofdstad Mogadishu in te nemen. President Abdullahi Yusuf verschuilt zich al weken in buurland Kenia.

Interessant genoeg waren het juist extremisten die in 2006, toen zij kortstondig de macht hadden in Somalië, de piraterij de kop indrukten. Zeeroverij mag niet volgens de islam, was het argument. De piraterij nam weer toe nadat de extremisten verjaagd waren door Ethiopië met instemming van de VS, die bang waren voor fundamentalisme in Somalië.

De opstandelingen die nu oprukken, zeggen dat zij de piraten opnieuw zullen afstraffen. Een zegsman van een opstandelingenfactie zei gisteren tegen persbureau Reuters dat gewapende strijders Haradheere zijn binnengegaan, de kustplaats waar de gekaapte Saoedische tanker Sirius Star nu ligt. „Saoedi-Arabië is een moslimland en een Saoedisch schip kapen is een grotere misdaad dan het kapen van een ander schip. Wij zullen er iets aan doen.”

Middleton zegt juist bewijzen te hebben dat extremistengroeperingen, in weerwil van wat zij beweren, samenwerken met piraten. „Ze willen profiteren van de buit.”

De kans is miniem dat er op afzienbare termijn een internationale interventie plaatsvindt in Somalië, die veel waarnemers zien als voorwaarde voor herstel van onafhankelijk gezag. De VN geven prioriteit aan Congo, waar zij 3.100 extra blauwhelmen naartoe willen sturen. En dan is er nog de aanhoudende zoektocht naar de beloofde troepen voor Darfur.

„De strijd tegen piraterij leidt hopelijk ook tot meer nadenken over de problemen in Somalië”, zegt Middleton, „maar ik vrees dat de zeestrijd juist de aandacht afleidt van wat er aan land gebeurt.”