Liefde zonder kroon

Juliana zou volgens biograaf Cees Fasseur geen bezwaar hebben gehad tegen het overspel van Bernhard. Koningshuizen sluiten verstandshuwelijken en daarbij hoort een losse huwelijksmoraal. Maar is dat wel zo?

‘Close your eyes and think of England.’ Zo zou de Britse koningin Victoria (1837-1901) haar dochters hebben voorbereid op hun huwelijksnacht. Seks moest je passief ondergaan met het oog op verwekken van nageslacht en voor de pleziertjes ging je man gelukkig naar anderen. Cees Fasseur gebruikte het beroemde citaat in zijn boek Juliana & Bernhard als metafoor om de huwelijkse moraal in de koninklijke kringen van weleer te verklaren. Voor hem is het de verklaring waarom koningin Juliana het gedrag van haar man Bernhard accepteerde. Gedrag dat in moderne ogen verwerpelijk is. Bernhard gedroeg zich binnenskamers op paleis Soestdijk als een pasja, ging openlijk vreemd en vond het normaal dat Juliana optrad als gastvrouw van zijn ‘buitenmevrouwen’.

Maar vond Juliana dat wel zo normaal? Was dit wel de code in koninklijke kringen? Het citaat wordt dan wel toegeschreven aan koningin Victoria, maar is helemaal niet van haar afkomstig. Victoria was een seksueel gepassioneerde vrouw die zelf bijzonder genoten had van haar huwelijksnacht. In haar dagboek schreef zij de volgende dag: ‘We sliepen niet veel en naarmate het ochtendgloren doorbrak, aanschouwde ik dat wonderschone, engelachtige gezicht naast mij. Ik kan het niet in woorden uitdrukken!’

Het citaat ‘Close your eyes’ is in werkelijkheid afkomstig uit 1912. Het zou zijn opgetekend door Lady Hillingham in haar dagboek: ‘Gelukkig komt Charles minder vaak naar mijn slaapkamer dan vroeger. Ik heb zijn bezoeken nog maar twee keer per week te ondergaan. Zodra ik zijn voetstappen buiten mijn kamerdeur hoor, ga ik achterover liggen op mijn bed, sluit mijn ogen, spreid mijn benen en denk aan Engeland.’ Het is typisch een opmerking van een vrouw die om verstandelijke redenen was getrouwd en de seksuele avances van haar man niet kon waarderen.

Victoria verkeerde in precies de tegenovergestelde positie. Ze had haar man Albert gekozen op basis van affectie, het aantal zwangerschappen volgde elkaar in hoog tempo op en het echtpaar had ook veel meer kinderen dan het gemiddelde Britse adellijke gezin van hun tijd. Bovenal was Victoria als zelfbewuste vrouw een allesbehalve gelijkwaardig huwelijk aangegaan, waarin zij de machtigste partij was. Victoria was nog maar een kind toen de huwelijkskandidaten zich al verdrongen en eenmaal koningin was er niemand om haar in een relatief vrije keuze te beperken. Zij vond liefde belangrijker dan een hoge koninklijke titel en zij was niet de eerste Britse prinses die er zo over dacht. De ambitieuze Oranjes dachten dat zij goede huwelijkskandidaten konden leveren, maar zagen tot hun grote schrik dat de eer bij herhaling toeviel aan prinsen uit obscure Duitse vorstendommetjes.

De Oranjes waren mede groot geworden dankzij een uitgekiende huwelijkspolitiek en hadden het principe van ebenbürtigkeit hoog in het vaandel staan toen het aankwam op consolidatie en vergroting van hun dynastieke prestige. In 1814 leken zij heel sterk te staan in hun ambitie om een aanstaande echtgenoot voor een Britse koningin te leveren. In het verleden waren Oranje-stadhouders al getrouwd geweest met Engelse en Pruisische koningsdochters en daardoor waren ze begin negentiende eeuw gelieerd aan twee van de belangrijkste vorstenhuizen in Europa. De Britse prinsessen waren een tikkeltje belangrijker. Zij verkeerden in de positie om met het principe van ebenbürtigkeit losser om te gaan en genoegen te nemen met een hooggeboren, niet-koninklijke kandidaat die een liefdevolle echtgenoot zou zijn. De Oranjes hebben het geweten.

In de lente van 1814 leek de wereld nog voor hen open te liggen. Erfprins Willem Frederik was in 1813 met enthousiasme binnengehaald in de door Napoleon vrijwel geruïneerde Nederlandse gewesten. De erfprins had van het voorlopig bestuur de politieke soevereiniteit aangeboden gekregen. Pruisen was bezig de belangrijkste politieke staat binnen de Duitse gebieden te worden en als zoon en echtgenoot van een Pruisische prinses stond de erfprins in een sterke positie. Zoon Willem maakte de zegetocht compleet, omdat hij verloofd was met Charlotte, de enige dochter van George IV van Groot-Brittannië.

Eigenzinnige optreden

Er kwam voor de ambitieuze Oranjes echter een belangrijke kink in de kabel: de zelfbewuste Charlotte vond het maar niets dat zij was uitgehuwelijkt. Ze wenste niet te ‘leven in Holland tussen de mist en de dijken’ en de maat was vol toen haar verloofde zich in dronken staat tijdens de Ascot races misdroeg. Zij verbrak de verloving en liet zich het hof maken door de ambitieuze Leopold van Saksen-Coburg en Gotha. In de aanloop tot het Congres van Wenen, waar na de Napoleontische oorlogen de landkaart van Europa opnieuw moest worden vastgesteld, hadden de Britse diplomaten daarom iets goed te maken en deden méér dan hun best om de Oranjes te steunen in hun ambitie om koning te worden van het te creëren Koninkrijk der Nederlanden.

Onze latere Willem II was gekwetst door Charlottes eigenzinnige optreden. Hij aanvaardde het aanbod van de Russische tsaar om met diens zusje Anna Paulowna te trouwen. Nederland kwam daardoor verder in de politieke invloedssfeer van de continentale staten, kwam met de rug naar Engeland te staan en zeker na de Belgische afscheiding was Nederland beslist niet meer de politieke bufferstaat tussen Engeland, Frankrijk en de samenwerkende Duitse staten die het beoogd had te zijn.

De versmade verloofde nam twintig jaar later revanche. Charlotte was in het kraambed overleden en na de dood van George IV was de Britse troon naar zijn broer William IV gegaan. De conservatieve William zag een match tussen Engeland en Nederland wel zitten en probeerde zijn nichtje en troonopvolger Victoria warm te krijgen voor een huwelijk met een Oranjeprins. William wilde Victoria’s moeder, een zus van Leopold van Saksen-Coburg en Gotha, dwars zitten. Charlotte’s weduwnaar was met steun van de Britten Koning der Belgen geworden en als ‘Uncle Leopold’ oefende hij grote invloed op Victoria uit. Willem was woest omdat Leopold er met zijn verloofde én zijn troon vandoor was gegaan en was dus méér dan bereid om een dubbele prooi binnen te halen: een prestigieus huwelijk voor zijn zoon én het dwarsbomen van zijn grootste concurrent.

Hij rekende echter opnieuw buiten een zelfbewuste Engelse prinses. Tevergeefs kwam de Prins van Oranje twee zonen aan Victoria voorstellen. ‘De jongens zijn allebei erg lelijk, met Nederlandse gelaatstrekken, zien er zwaar, saai en angstig uit en zijn beslist niet innemend.’ Uncle Leopold schoof met meer succes zijn oomzeggertje Albert naar voren en Willem II moest tandenknarsend toezien hoe zijn concurrent er nu óók al met de gewenste schoondochter vandoor ging.

Victoria verkoos affectie boven koninklijk prestige en ook haar kinderen kregen een relatief vrije huwelijkskeuze. De druiven werden nog veel zuurder voor de Oranjes. Victoria’s dochter Alice had aanvankelijk de ambitie koningin van Nederland te worden. Kroonprins Willem, de zoon van Willem III, had echter een slechte naam in de pers en voldeed ook als persoon niet aan de verwachtingen. Alice was ‘schrikbarend geërgerd’ na een eerste ontmoeting en liet de hofhouding weten verder niet thuis te zijn voor de prins. Dolverliefd trouwde zij uiteindelijk met Leopold van Hessen.

In Nederland werd tegelijkertijd veel langer vastgehouden aan de eis van ebenbürtigkeit en dit maakte op termijn de internationale huwelijkspositie van de Oranjes nóg lastiger. Willem III sloot uit affectie een ebenbürtig huwelijk met prinses Sophie van Würtemberg. De koningsdochter had het echter vooral voorzien op zijn troon, paste emotioneel en intellectueel totaal niet bij de rondborstige en patriarchaal ingestelde koning en een zeer ongelukkig huwelijk was het gevolg. Na Sophies dood kwam voor Willem III echter alsnog huwelijks- en gezinsgeluk. Gestimuleerd door familieleden en hoffunctionarissen ging de koning op vrijerspad en werd in het Duitse minivorstendom Waldeck hoopvol opgewacht.

Helena, een geboren van prinses van Nassau, voerde een gehaaide huwelijkspolitiek die verlies aan politieke macht door maatschappelijke prestige moest compenseren. Waldeck en Pyrmont vormden rond 1878 twee, ver uit elkaar liggende, minivorstendommetjes. De politieke macht was verschoven richting Pruisen en Berlijn. Om vooruit te komen in de wereld konden de prinsessen alleen nog maar ‘omhoog trouwen’.

Romantiek

Romantiek kwam in het woordenboek van vorstin Helena nauwelijks voor. In de ogen van kleindochter Alice, via vaderskant tevens een kleindochter van koningin Victoria, was Helena een bedlegerige hypochonder die treurde over haar zwakke gezondheid en daarmee uitzonderlijk veel aandacht, service en sympathie van haar omgeving opeiste. ‘Maar zodra een van haar dochters op huwbare leeftijd kwam en een geschikte huwelijkskandidaat aan de horizon verscheen, herstelde zij snel van haar ingebeelde kwaaltjes en rees op van haar ziekbed met een levendigheid die verlammend werkte op de beoogde huwelijkskandidaat’.

Op 28 juli 1878 arriveerde koning Willem III per trein in het kuuroord Pyrmont. Hij was een ruim zestigjarige grijsaard met een dubieuze zedelijke reputatie, maar bezat in de ogen van moeder Helena wél een felbegeerde koningstitel. Volgens de familie-overlevering stonden drie zussen bij het raam toe te kijken hoe het koninklijk rijtuig het grootvorstelijk buitenverblijf naderde. De eerste dochter zei: ‘Ik heb al iemand’, de tweede ‘die man is me te oud’. Ten slotte zei de derde ‘we kunnen die arme man toch niet weer alleen naar huis terug laten gaan’. Emma kwam er openlijk voor uit dat zij koningin wilde worden, maar had vanuit een diep religieus gevoel vooral een dienstbaar ideaal: ‘Ik zoek mijn geluk in het gelukkig maken van de koning en mijn toekomstige volk’.

Het is te gemakkelijk om te veronderstellen dat Juliana zo zeer onder invloed van Emma’s plichtsbesef stond dat ook zij haar geluk zou zoeken in het gelukkig maken van echtgenoot en volk. Juliana’s positie was eerder vergelijkbaar met die van Charlotte en Victoria: zij sloot een ongelijkwaardig huwelijk met een prins die niet zo ebenbürtig was als moederlief aanvankelijk gepland had. Koninklijke huwelijkskandidaten waren namelijk nauwelijks beschikbaar en velen vielen af omdat zij schulden hadden of minder zedelijk gedrag hadden vertoond. De schutterige en weinig modieuze Juliana was bovendien een minder aantrekkelijke partij voor de schaarse prinsen van koninklijke huizen en niet alle prinsen waren gecharmeerd van het feit dat zij in een driehoeksverhouding met haar wel zeer dominante moeder Wilhelmina terecht zouden komen.

Op 27-jarige leeftijd dreigde Juliana een ‘ouwe vrijster’ te worden en de Oranje-opvolging kwam in gevaar. Een ebenbürtig huwelijk met een koninklijke prins was onhaalbaar gebleken, maar gelukkig presenteerde een zekere Bernhard zur Lippe-Biesterfeld zich uit eigen beweging. Bernhard was nog maar kort geleden gepromoveerd van graaf tot prins en bleek minder kieskeurig te zijn dan de prinsen uit respectabele koninklijke huizen. Juliana viel als een blok voor de charmante en wereldse Bernhard. Naïef dacht zij dat de liefde wederzijds was en dat zij een echte levenspartner had gevonden. ‘We passen goed bij elkaar – hebben dezelfde smaken & gevoelens of vullen elkaar aan, enfin het hoort bij elkaar!’ Bernhard zelf had echter minder romantische huwelijksmotieven. Het verbeteren van zijn financiële en maatschappelijke positie was belangrijker dan een huwelijk uit liefde en hij ging zijn echtgenote al snel domineren. Juliana mocht dan wel aanstaand koningin zijn, hij zou de baas in huis zijn.

Wat betreft huwelijkse trouw en gelijkwaardigheid kwam Juliana al snel van een koude kermis thuis. Fasseur diepte een citaat op uit de oorlogscorrespondentie van het paar dat boekdelen spreekt: ‘Besef je eigenlijk wel hoe weinig ik van je afweet. Ik weet nog steeds niet wat voor baan je hebt wat ik kan opgeven als ’t beroep van mijn wederhelft; ik weet niet in wiens gezelschap je slaapt. Ik weet niets, niets, niets!’

‘Close your eyes and think of England’. Victoria was geen preutse ‘Victoriaan’ en was ook niet de vrouw om uit landsbelang haar ogen te sluiten voor de ontrouw van haar man. Gelukkig werd zij niet met dit dilemma geconfronteerd. Leopold en Albert waren allebei sterke mannen en net als Bernhard waren zij patriarchaal genoeg ingesteld om de heer des huizes te willen zijn. Oom en neef beseften echter heel goed dat hun vrouw de bron van hun maatschappelijke positie, hun prestige en hun materiële voorspoed was. Zij behandelden hun echtgenotes daarom met genegenheid en respect. Zij kregen daar de heerschappij binnen het huishouden en veel politieke invloed voor terug. Juliana sloot evenmin haar ogen voor de minder aangename karaktereigenschappen van haar man en zocht emotionele compensatie bij anderen. Er was echter een staatscommissie voor nodig om haar te overtuigen dat een echtscheiding niet in het landsbelang was.