Lever kan de productie van insuline in de alvleesklier verhogen

De lever van mensen die te dik zijn scheidt een stof af waarop de alvleesklier reageert met de aanmaak van meer insuline. De alvleesklier doet dat door meer van de insuline producerende bètacellen te maken.

Japanse onderzoekers hebben dit mechanisme van insulineproductie ontrafeld. Het mechanisme bestaat bij dikke mensen die een verhoogde kans hebben op ouderdomsdiabetes (diabetes mellitus type 2). De onderzoekers denken dat het mechanisme echter vooral aanknopingspunten biedt voor nieuwe behandelmethoden van diabetes type 1 (Science, 21 november).

Bij diabetes type 1 verdwijnen er bètacellen door een afweerreactie tegen die gespecialiseerde cellen van de alvleesklier. Patiënten met deze diabetes produceren steeds minder insuline. Diabetes type 2 heeft een ander mechanisme. Daar worden de lichaamscellen minder gevoelig voor insuline. In reactie daarop worden – op commando van de lever – in de alvleesklier meer insuline producerende bètacellen gevormd. Deze mensen produceren aanvankelijk juist méér insuline. Pas later tijdens die ziekte zakt de productie in doordat de insuline producerende bètacellen uitgeput raken.

Door het levercommando kunstmatig op te wekken, herstelden Japanse onderzoekers bij muizen met type 1 het aantal bètacellen. Het lijkt dus mogelijk type 1 te behandelen door bètacellen te regenereren.

Het was bekend dat de aanzet hiertoe uit de lever komt, maar niet welke processen daaraan ten grondslag liggen.

De Japanse onderzoekers gingen na welke levereiwitten actiever worden in muizen met overgewicht. Eén daarvan, het enzym ERK, trok de aandacht omdat het een belangrijke regelfunctie heeft. Als zij bij gezonde muizen de activiteit ervan verhoogden, nam de insulineproductie sterk toe en verdubbelde de hoeveelheid bètacellen. De onderzoekers bewezen dat het signaalcontact tussen lever en alvleesklier verloopt via het het autonome zenuwstelsel. Door bij muizen de autonome zenuw tussen lever en alvleesklier door te snijden vormden de in hun lever gestimuleerde muizen geen nieuwe bètacellen en de insulineproductie bleef gelijk. Blijkbaar wordt het aantal bètacellen bij gezonde dieren bepaald door signalen vanuit de lever, via het autonome zenuwstelsel naar de alvleesklier.

Bij muismodellen van type 1 diabetes leidde kunstmatig opgewekte ERK-activiteit in de lever eveneens tot een verhoging van het aantal bètacellen en bijgevolg normalisering van de insulineproductie. Verdwenen bètacellen kunnen dus regenereren als de alvleesklier via het autonome zenuwstelsel de juiste prikkels krijgt. Huup Dassen