Legoïsme

Als jongetje kon ik één ding heel erg goed: van vierkantjes iets ronds maken. Ik was een groot liefhebber en verzamelaar van Lego en er was niets mooier dan uit een enorme berg witte blokjes de sierlijke krommingen van een oceaanstomer of een ruimteschip te laten oprijzen. Zo nu en dan mochten de pronkstukken die mijn boezemvriendje en ik maakten enkele weken in de etalage van de dorpswinkel te kijk staan. We glommen dan van trots, maar we waren wel ons speelgoed kwijt.

Mijn hogere bouwkunst is nu niets meer waard. Niet dat mijn kinderen niet van Lego houden. Integendeel, overal in ons huis slingeren blokjes rond – behoorlijk pijnlijk als je daar ’s nachts op trapt. De blokjes zijn alleen niet meer wit. En het zijn geen blokjes meer. De bouwstenen zijn nu in alle kleuren van de regenboog en in elke denkbare vorm te koop. Doorzichtig en buigzaam, lichtgevend en pimpelpaars, koepels en buizen, vinnen en staarten.

Ik weet nog goed wanneer het tij keerde. Het moet zo eind jaren zestig zijn geweest toen de eerste Legopoppetjes aan de horizon verschenen als herauten van het nieuwe regime. Met hun bolle kopjes, opgewekte grijnzen en felle kleuren namen zij bezit van mijn fantasiewereld, met vernietigend effect. Alles wat ik tot dan toe gemaakt had, was ineens bestempeld als hopeloos ouderwets, zwart-wit, hoekig en square. Niet alleen was Lego nu officieel kinderachtig verklaard, er werd ook een absolute lengtemaat ingevoerd. De standaardblokjes kwamen maar tot kniehoogte van de poppetjes. De bezetters waren reuzen en mijn cruiseschepen werden tot de Madurodam-klasse gedegradeerd. Op straat mocht in die dagen de verbeelding aan de macht zijn, in mijn kinderkamer kreeg diezelfde verbeelding een flinke knauw.

We maken ons terecht zorgen

of Nederland nog wel een innovatief land is. Vroeger stonden we hoog op de internationale ranglijstjes van competitieve economieën, maar we zijn de afgelopen jaren behoorlijk gezakt. In het Innovatieplatform – motto: hoeveel (ex)columnisten heb je nodig om een lamp in te draaien – worden zulke lijstjes vaak besproken. Nu is op dit type rangschikkingen veel af te dingen. Zo zijn ze gedeeltelijk gebaseerd op interviews, zodat het verschijnsel van group think op de loer ligt. Wie zijn precies al die innovatie-experts? In een bekende sketch van Van Kooten en De Bie heeft het slachtoffer van een slecht toupet advies gekregen van een ‘professor in de haar’. Vraag: “Professor in de haar? Wie heeft u dat verteld?” Antwoord: “Die andere professor in de haar!”

Verder wil de natuurkundige in mij altijd weten wat de foutenmarges van dergelijke onderzoeken zijn. Is de positie van Nederland bepaald plus of minus Liechtenstein? Binnen de grenzen van de onzekerheid kunnen vele landen weleens ex aequo staan.

Maar goed,

het kabinet heeft zich het lovenswaardige doel gesteld op te stomen naar onze traditionele plaats in de top-5. De ijzeren wetten van de logica eisen echter dat als ons land een stap omhoog wil zetten, een ander land een stap naar beneden zal moeten doen. De vraag is welke vrijwilligers zich daarvoor melden. Nu zijn er landen die onmiddellijk hors categorie verklaard moeten worden. De Verenigde Staten blijven voorlopig een absolute nucleaire wereldmacht; Zwitserland lijkt zijn bankgeheim niet snel te willen opgeven; en Singapore heeft uitgesproken andere ideeën over krachtig leiderschap. Er is echter één land dat op bijna alle onderdelen enkele plaatsen boven ons staat en dat in veel opzichten wél op Nederland lijkt: Denemarken. Wat doen de Denen nu precies beter? Is het de clustering van hun universiteiten, de sterkere focus in het onderzoek, de ambitieuze investeringen, de durf om te kiezen? Of is het toch de Lego?

Vanuit het perspectief van innovatie is de geschiedenis van Lego leerzaam. Zo heb ik begrepen dat de bedenker Ole Kirk Christiansen een jonge weduwnaar en kistenmaker was, die leefde en werkte tussen zompige moerassen en woeste heiden in een uithoek van Jutland. Toen de financiële crisis van de jaren-30 aanbrak, had hij het lumineuze idee uit afvalstukjes hout kleine eendjes en ander miniatuurspeelgoed te maken. De kinderen konden deze goedkope schaalmodellen dan vervolgens in hun gedachten tot ware proporties uitvergroten. Goedkoop en creatief. Volgens de overlevering bedacht Christiansen de plastic Legoblokjes toen iemand hem zei dat er geen systeem in zijn werk zat. Dat hebben we geweten.

Christiansen was behalve een echte innovator ook een echte kindervriend. Ook al brandde zijn werkplaats af toen twee van zijn kinderen eens met vuur speelden, zijn zoontje van twaalf werd toch zijn eerste zakenpartner. Zo’n man verdient een standbeeld. Of een film van Tim Burton met Johnny Depp in de hoofdrol.

De eerste Legodozen waren niet veel groter dan een luciferdoosje. Ik kan me nog goed herinneren dat ik ze op verjaardagen cadeau kreeg. Er zaten maar een paar blokjes in, allemaal vierkant of rechthoekig. Maar uit die elementaire bouwsteentjes kon je een compleet universum vormen. Een aandoenlijk reclamefilmpje uit die tijd laat zien hoe het moet. Als je een blokje van één-bij-één op een blokje van één-bij-twee zette, had je een hond. Nog een blokje van twee-bij-twee ernaast en je had een hondenhok. De rest moest je fantasie maar doen.

Zelf fantaseren is niet langer nodig.

Nu verovert Lego de wereld met themadozen gebaseerd op Hollywood-films zoals Star Wars en Indiana Jones. De beschrijvingen zijn dikke gidsen die kinderen via een honderdstappenplan door de ingewikkelde constructies heen leiden. Wee je gebeente als je een fout maakt of een stukje kwijtraakt, want dan kun je helemaal van voren af aan beginnen. De rijkdom aan voorgevormde onderdelen zorgt er voor dat je heel precies alleen dát kunt maken wat de fabrikant van te voren heeft bedacht. Mijn ruimteschepen liggen nu met krommingen, vloeiender dan ik ooit had kunnen dromen, prefab in de etalage van de speelgoedwinkel. Maar niemand is er meer trots op.

De teloorgang van het vierkante blokje is volgens mij de perfecte metafoor voor alles wat er mis is met de moderne maatschappij. Ik kan alleen niet precies uitleggen waarom.

“Papa, mijn Lego is stuk!”

Kijk, dat kon in mijn tijd dus niet.