Laat kleine cafés buiten rookverbod

Voor Faas Zwart (oud-lid Raad van State): Mijn stelling is: de kleine cafés moeten op juridische gronden worden gevrijwaard van het rookverbod. Ik baseer mij daarbij op het Verdrag van Rome tot bescherming van de rechten van de mens. Nederlandse wetten mogen daarmee niet in strijd komen. Het verdrag beschermt de eigendom. Nationale maatregelen die de eigendom (ook: een horeca-/exploitatievergunning) aantasten, moeten noodzakelijk en proportioneel zijn ter bereiking van een doel dat als een algemeen belang kan worden aangemerkt; ze mogen bovendien niet discriminatoir zijn. Van belang is dat het gebruik van tabak in algemene zin niet verboden is en dat het doel van de maatregel dus moet worden gekenschetst als: ontmoediging van ongezond geacht gedrag. De vraag is dan of die tamelijk bescheiden doelstelling rechtvaardigt dat een deel van een bedrijfstak van zijn bestaansmiddelen wordt beroofd, althans een aanzienlijke omzetdaling moet vrezen. Daarbij komt dat het verdwijnen van buurtcafés ongetwijfeld als een sociaal verlies moet worden gezien. Tevens is het de vraag of het specifieke doel van de gezondheidsbescherming van horecapersoneel zo’n ingrijpende maatregel kan rechtvaardigen. Dat zou – waarom niet voor die mogelijkheid gekozen? – kunnen kiezen tussen werken in een rook- of niet-rookcafé. Maar het zwaarst weegt het discriminatoire karakter van de wet. Grote, meervermogende horecaondernemers kunnen een rookruimte creëren, maar de kleine, die daar fysiek of financieel niet toe in staat zijn, leggen het loodje. Mijn conclusie: de wet is in strijd met het Europese recht.