'Ik voelde mij niet langer veilig in Iran'

Ruim een jaar was Afshin Ghotbi trainer van Perspolis, de populairste voetbalclub van Iran. Deze week verliet de oud-assistent van Guus Hiddink het land. Hij voelde zich er niet langer veilig.

Het is twee uur in de nacht als er een limousine over de snelweg rijdt richting Khomeini International Airport in Teheran. Ik zit achterin met de bekendste, beroemdste en populairste man van Iran, de Amerikaanse voetbalcoach Afshin Ghotbi (44). Hij heeft zijn ontslag ingediend bij Perspolis, de grootste voetbalclub van Iran waar Arie Haan drie jaar geleden ook trainer was.

Zijn ontslag is door de leiders van de club niet geaccepteerd. Ghotbi is verontrust dat ze hem misschien het land niet uit laten gaan en heeft een vlucht geboekt naar Dubai. Daar wacht zijn Nederlandse partner al meer dan een week op zijn komst. Zij heeft haar buik vol van Iran en wil niet meer terug naar Teheran.

De limousine nadert het vliegveld. Het is rustig in de vertrekhal. Ghotbi kiest er bewust voor om op deze manier het land te verlaten. Zodra bekend wordt dat hij is vertrokken bij Perspolis breekt volgens de coach de hel los. „De fans zullen massaal naar het vliegveld komen om mij ervan te weerhouden te gaan. Miljoenen voetballiefhebbers zullen rouwen om mijn vertrek. Zo belangrijk is voetbal voor de mensen hier.”

In de vertrekhal wordt hij meteen herkend. Gewillig gaat hij met zijn fans op de foto. Het personeel van luchtvaartmaatschappij Emirates heeft geen argwaan. Ze zijn gewend dat Ghotbi regelmatig naar Dubai vliegt, waar hij een appartement heeft: „Morgen zal het nieuws als een lopend vuurtje door het land gaan als ik niet op de training verschijn.”

Eerder in de week zitten we aan de salontafel van zijn prachtige appartement in een kil Teheran. Ghotbi vertelt hoe hij in het trainersvak is gerold: „Ik heb het vak onder meer in de praktijk geleerd van Nederlandse coaches. Ik kom uit de school van Guus Hiddink, was een van zijn assistenten op het WK 2002 toen Hiddink bondscoach was van Korea. Vier jaar later was ik samen met Pim Verbeek assistent-coach van Korea toen Dick Advocaat de Koreanen onder zijn hoede had op het WK in Duitsland. En vervolgens werd ik de assistent van Pim Verbeek toen die het stokje in Korea overnam van Dick na het WK 2006.”

Ghotbi verliet in juli 1977, twee jaar voor de Islamitische revolutie, op 13-jarige leeftijd samen met zijn vader Iran. „We emigreerden naar Amerika. Voetbal was alles voor me en gelukkig kon ik later als aanvallende middenvelder terecht bij UCL [University California of Los Angeles]. In die periode begon ik ook een voetbalschool waar onder meer oud-Ajacied John O’Brien uit voort is gekomen.”

Alcohol mag officieel niet worden gedronken in Iran, maar Ghotbi schenkt voor ons een glas wijn in als hij vertelt dat een Iraanse journalist hem weer heeft teruggebracht naar zijn geboorteland: „Vanaf het moment dat ik in Azië onder de hoede van de Nederlandse coaches actief was, begonnen de media in Teheran mij te volgen. Voordat ik het wist was ik in augustus 2007 hoofdtrainer bij het Real Madrid van Azië: Perspolis. En wist je dat de club dertig miljoen aanhangers heeft in Iran?”

De nieuwe voetbaltrainer is een sensatie. Hij is een man met een moderne aanpak, een goede organisator en liefhebber van aanvallend voetbal. Ghotbi spreekt Farsie met Amerikaans accent. Dat hij naast een Iraans paspoort ook een Amerikaans paspoort heeft, hebben de Iraniërs hem vergeven.

Voetbal staat in Iran boven de wet. De vijftien sportkranten en zeven televisiekanalen kunnen geen genoeg van de coach krijgen. De belangstelling wordt helemaal overweldigend als Perspolis onder leiding van Afshin Ghotbi op de laatste speeldag voor 110.000 toeschouwers kampioen wordt. „Het is dagenlang feest geweest in Iran”, glundert Ghotbi. „Huilende en juichende mensen. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt.”

Voetbal is de grootste en belangrijkste sport in Iran. De nationale competitie bestaat uit 18 clubs. De sport lijkt mee te groeien met alle moderne ontwikkelingen in het westerse voetbal, maar dat is schijn. Achter de schermen woedt de corruptie, omkoping en het machtsspel die het voetbal verlammen.

Ghotbi weet niet wie hij binnen de club tot zijn vrienden en vijanden moet rekenen. „Ik moet steeds op mijn hoede zijn. Ondanks de titel willen veel mensen me kwijt omdat ik te populair ben geworden. Ze proberen mijn spelers te beïnvloeden. Bewijzen heb ik niet maar ik weet dat het gebeurt.”

De dag voor zijn vertrek traint Ghotbi twee keer met zijn ploeg. Er is eerst een fitnesssessie op het nationaal olympisch trainingscentrum buiten Teheran. Het is een groot complex, aangelegd door de Sjah in de jaren zeventig en redelijk onderhouden door de geestelijk leiders na de revolutie in 1979.

Op de weg terug van de ochtendtraining is Ghotbi opgelucht dat hij voor zichzelf heeft besloten te vertrekken. Terwijl zijn chauffeur zijn auto door het krankzinnige verkeer van Teheran rijdt, vertelt de Amerikaan op de achterbank dat hij zich ook gefrustreerd voelt dat hij zijn werk niet kan afmaken. Ghotbi slaakt een diepe zucht: „Ik voel me gedwarsboomd door de politieke macht binnen en buiten de club. Ik denk echt dat de politieke leiders de strijd om het kampioenschap beïnvloeden. Ik weet dat ik dingen zeg die veel mensen denken, maar nooit hardop durven zeggen. Als halve buitenlander en Coach van het Jaar kan ik dat doen. Maar de religieuze instituten in dit land zijn bevreesd voor vrije denkers – iets waar ik na een verblijf van anderhalf jaar in Iran wel begrip voor kan opbrengen.”

Na een uur te hebben vastgezeten in het verkeer komen we aan op het krakkemikkige complex van Perspolis in Teheran. De gym aan de overkant van de straat wordt gedeeld met het gewone publiek. Vrouwen met hoofddoekjes en bedekte lichamen joggen op de loopband en trainen – apart van de mannen – op apparaten.

Ghotbi’s Nederlandse leerschool is terug te zien in de trainingen: „All excersises with the ball, typical Dutch”, roept hij me toe als hij het trainingsveld op loopt. Langs de kant staat een handjevol journalisten dat de vijftien sportkranten dagelijks met roddel en achterklap vol schrijft.

Na de training staat de auto van Ghotbi klaar en loodst zijn chauffeur de populairste man van Iran door een supportershaag het trainingscomplex af. De coach heeft afscheid genomen van zijn assistent-coaches. Hij wil verder met zijn carrière in een meer professionele omgeving. En hij voelt zich niet meer veilig in Iran. Dat laatste is het belangrijkste argument om te vertrekken.

„Ik heb hier geen privéleven. Vorig weekend zat mijn Nederlandse partner als enige vrouw onder de 70.000 toeschouwers in het stadion. Voor haar wordt een uitzondering gemaakt omdat vrouwen niet naar het voetbal mogen. Na afloop reed ze in mijn auto met chauffeur van het terrein af toen een woedende groep supporters de auto aanviel. Ze gooiden ook met stenen. Stel je voor wat er gebeurt als we verliezen? Voor haar was het de spreekwoordelijke druppel. Zij heeft het vliegtuig gepakt naar Dubai en wil niet meer terug.”

Ghotbi heeft het vermoeden dat de groep die zijn auto aanviel daarvoor is betaald. „Ons op deze wijze intimideren is de beste manier om mij weg te krijgen. Zo werkt dat hier. Alleen welke macht me weg wil hebben, daar kom je in deze cultuur nooit achter.”

De avond voor zijn vertrek is er koortsachtig overleg gevoerd in het luxueuze appartement van Ghotbi in Teheran met de president van de club, Daroush Mostafavi. Daarna wordt er verder vergaderd op het kantoor van de club in de stad. De druk op de coach van Perspolis wordt met het uur opgevoerd. „De sfeer in de vergadering was intimiderend”, blikt Ghotbi in de taxi terug. „Vooral bestuurslid Hussain Hyadati was boos. Die man heeft vier miljoen dollar in de club gestoken en dat geld verdampt, zegt-ie, op het moment dat ik mijn biezen pak. Hyadati gaat me afmaken in de media om zijn eigen imago te redden, dat heeft hij letterlijk tegen mij gezegd.”

Er wordt een afspraak gemaakt met de vicepresident van het land, tevens de minister van Sport en voorzitter van het Iranese Olympisch Comité, Ali Abadi. Ghotbi nodigt me uit mee te gaan.

In het gebouw van de staatstelevisie van de Islamitische Republiek hangen tientallen foto’s van Ayatollah Khomeini en zijn opvolgers. De grandeur van het complex uit de periode voor de revolutie is nog zichtbaar. En de macht van de staat voelbaar.

Dan komt Ali Abadi binnen. Iedereen staat op. Hij maakt duidelijk dat Ghotbi voor de regering een sleutelfiguur is om het volk door het voetbal tevreden te houden. En hij moet niet vergeten dat het volk hem in het hart heeft gesloten. De coach antwoordt dat hij bij Perspolis niet meer wil opboksen tegen alle onzichtbare krachten. En daarnaast maakt hij zich zorgen om zijn veiligheid. Abadi verzoekt hem nogmaals dringend zijn besluit te heroverwegen.

Murw gebeukt door de druk maar nog steeds vastberaden is Ghotbi op de avond van zijn vertrek bezig zijn koffers te pakken als zijn manager aanbelt. Hij wordt meegevoerd door de straten van Teheran naar een prachtig appartementen complex. Op de zeventiende verdieping wacht weer een bestuurslid, geflankeerd door twee handlangers. Er wordt gedreigd met de FIFA omdat Ghotbi binnen zijn opzegtermijn weg wil. De deal is dat hij nog drie wedstrijden blijft en dat ze hem dan laten gaan. Ghotbi: „Ik weet dat ze geen poot hebben om op te staan, maar de hele sfeer daar was zeer, zeer beangstigend. Zeer intimiderend.”

Ghotbi begint een paar uur voor zijn nachtelijke vertrek te twijfelen. Hij wordt teruggereden naar zijn huis. Dan besluit hij toch te gaan: „Ik heb die man gebeld en gezegd dat ik toch ga, met alle risico’s van dien…” Om half een ’s nachts staat het bestuurslid met zijn handlangers bij de voetbaltrainer op de stoep. Met in hun kielzog een cameraploeg. Ghotbi geeft een overtuigend en emotioneel afscheidsinterview en vergeet daarbij natuurlijk niet het bestuurslid vrij te pleiten van enige blaam van zijn vertrek. Hij heeft geen keus.

Om vier uur in de ochtend stijgt het vliegtuig van Emirates op richting Dubai. Door Ghotbi te laten vertrekken in het holst van de nacht lijken de politici in Iran zich te hebben neergelegd bij het vertrek van hun verloren zoon die zijn heil wil gaan zoeken in de westerse of Noord-Aziatische voetbalwereld. In het luxueuze appartement in Teheran laat Ghotbi een drumstel, een gitaar, wat dvd’s en boeken achter. De coach hoopt dat zijn eigendommen vroeg of laat verscheept worden naar Dubai.