Horeca heeft rookverbod aan zichzelf te wijten

Horeca-ondernemers in o.a. Den Bosch en Groningen voeren actie tegen het rookverbod (NRC Handelsblad, 19 november). Deze burgerlijke ongehoorzaamheid is echter nogal misplaatst: het rookverbod hebben de horeca-ondernemers aan zichzelf te wijten. Als de sector zich de moeite van een marktonderzoek had getroost, dan had zij kunnen bedenken dat er een grote en groeiende markt is voor niet-rokende consumenten. Er is sprake van een generatie `jeugdrokers` die inmiddels als bemiddelde twintigers en dertigers is gestopt met roken, maar wel behoefte blijft houden aan de horecabezoeken waar zij in hun jeugd mee zijn begonnen. Sommigen hebben een gezin, maar kinderen zijn stilzwijgend niet welkom. Als de horecasector met die trend mee nu op grotere schaal was begonnen met het ontwikkelen van vrijwillige horecagelegenheden voor niet-rokers, dan was een verbod - even afgezien van Europese wettelijke verplichtingen - helemaal niet nodig geweest. Dan hadden de niet-rokende consumenten en werknemers ervoor kunnen kiezen om de rokende horeca links te laten liggen.

De inkomstenderving waar de ondernemers nu over klagen is dus eigenlijk een kwestie van slecht ondernemerschap. Omdat kleine horecaondernemers inderdaad niet de middelen hebben om dit individueel op te lossen, valt dit vooral de branchevereniging aan te rekenen.

Het uitblijven van zelfregulering is een gemiste kans voor de horecasector om maatschappelijk verantwoord, en dus toekomstbestendig, te ondernemen en alle Nederlanders, hun klanten, te behoeden voor verregaande overheidsbemoeienis.