'Het huisvrouw zijn zit in onze genen'

In Zweden werken veel meer vrouwen fulltime dan in Nederland. Oud-politica Ina Brouwer ging na hoe dit komt. ‘In Nederland vond geen grootschalige emigratie plaats.’

Ze heeft er veel over gediscussieerd met Franse vrouwen. Waarom Nederlandse vrouwen vinden dat ze om drie uur op het schoolplein moeten staan om hun kinderen op te halen. Terwijl Franse vrouwen hun kinderen met een gerust hart tot de avond uitbesteden. Ze kwam er nooit echt uit.

Ina Brouwer is al haar hele leven bezig met vrouwenemancipatie. En met de vraag waarom zo weinig vrouwen in Nederland doordringen tot topfuncties. Brouwer, voormalig CPN- en GroenLinks-politica en van 1995 tot 2000 directeur emancipatiezaken bij het ministerie van Sociale Zaken, is sinds deze zomer voorzitter van de branche organisatie MOgroep Kinderopvang. Ook in die functie loopt ze weer tegen ‘het glazen plafond’ aan.

Brouwer is bezig met een boek over het thema. Het verschijnt komend jaar, maar gisteren vertelde ze de samenvatting ervan al op een congres over vrouwenemancipatie in Zweden en Nederland, dat was georganiseerd door de Zweedse ambassade en de Tweede Kamer.

Nederland heeft altijd een sterke moederschapstraditie gehad, zegt Brouwer. Dat was al zo in de 18de eeuw. „In Frankrijk vonden ze destijds dat het krijgen van kinderen een last was, iets dat vrouwen beperkte in het sociale leven. Baby’s waren hinderlijk. Die mening werd vooral gepropageerd door de adel. Borstvoeding werd in die kringen gezien als iets primitiefs, een zwangerschap werd zo lang mogelijk verborgen omdat die de schoonheid van de vrouw bedierf. Kinderen werden van jongs af aan opgevoed door gouvernantes en minnen. Dat was overigens ook in Duitsland en Engeland zo.”

In Nederland bestond dat soort adel niet?

„De Nederlandse samenleving was veel meer egalitair, veel meer een handels- en burgermaatschappij.”

En de Nederlandse burgers waren vóór borstvoeding.

„Jacob Cats zei het al: ‘de moeder als spil van het gezin die de kinderen zelf ook voedt’. Die mening was niet uit de lucht gegrepen. Nederland had een relatief lage kindersterfte.”

En Zweden?

„Ja, dat is dus het fascinerende! Zweden vond in de 18de eeuw óók dat moeders die bij hun kinderen bleven, de beste moeders waren. Maar kijk eens drie eeuwen later. Tegenwoordig werkt in Zweden 80 procent van de vrouwen fulltime en is economisch zelfstandig. In Nederland werkt 70 procent van de vrouwen, maar driekwart daarvan in deeltijd. Een volwaardig pensioen is voor Nederlandse vrouwen nog steeds een uitzondering. Na een scheiding komen veel Nederlandse vrouwen in armoede terecht. Mijn boek gaat over de vraag hoe het komt dat Zweden en Nederland in driehonderd jaar zo ver uit elkaar zijn gaan lopen waar het vrouwenemancipatie en arbeidsparticipatie betreft.”

Waarom lopen we zo achter op Zweden?

„Een belangrijke oorzaak was de graancrisis in de 19e eeuw. De graanprijzen daalden. In Nederland werd Oost-Groningen daar hard door getroffen, maar in het agrarische Zweden had het voor het héle land catastrofale gevolgen, met armoede en hongersnood tot gevolg. Tussen 1866 en 1914 emigreerde een op de vijf Zweden, voornamelijk naar Amerika.”

Zweden had kunnen insukkelen.

„Ja. Maar dat gebeurde niet. Wat er wel gebeurde, was dat in 1934 het diplomaten- en economenechtpaar Alva en Gunnar Myrdal een boek schreef over de bevolkingscrisis en hoe die op te lossen. Geen ideologische verhandeling, maar een praktisch en visionair handboek. Ze schreven dat er meer kinderen nodig waren. Maar de feministe Alva Myrdal vond dat dat alleen kon samengaan met een moderne positie van vrouwen. Daarom moest er goede opvang komen. De Myrdals verankerden ook de moederschapstraditie in hun werk. Baby’s hoorden bijvoorbeeld in hun eerste jaar thuis te blijven, zo vonden zij. Het boek kreeg in Zweden een enorme aanhang. Men voorzag dat op de langere termijn, na de crisis, vrouwen hard nodig waren op de arbeidsmarkt.”

In Nederland waren vrouwen niet nodig op de arbeidsmarkt?

„Nederland was toen al veel meer een diensteneconomie dan een agrarische, zoals de Zweedse. Dat is eigenlijk de rode draad in de geschiedenis van de Nederlandse vrouwenemancipatie: economisch waren vrouwen niet echt nodig.

„Toen er voor het eerst echt een arbeidskrachtentekort was in Nederland, in de jaren zestig en zeventig, was die traditie al zo diep geworteld, dat er geen appèl op vrouwen werd gedaan, maar gastarbeiders uit Marokko en Turkije werden gehaald. Nederland had overigens ook geen vergelijkbare groep intellectuelen als de Myrdals, die al in de jaren dertig een blauwdruk maakten voor een geëmancipeerde maatschappij.”

Kwamen de vrouwen in opstand in Nederland?

„Niet massaal, tot de jaren zestig. Want het beroep van huisvrouw kreeg steeds meer status. Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw kwamen er vakbladen en verenigingen van huisvrouwen. Er werd stevige propaganda voor borstvoeding gevoerd. De man werd gezien als de kostwinner die erop uittrok. De vrouw had ook een belangrijke rol, maar thuis, als spil van het gezin.”

De kerk wilde de vrouw achter het aanrecht houden.

„De kerk krijgt vaak de schuld, maar het hele politieke spectrum deed daar aan mee, ook de sociaal-democraten, ook de vakbeweging. Vrouwen hebben jarenlang niets anders gehoord dan dat huisvrouw hun enige levensbestemming was. Het zit in onze genen Nederland kon het zich trouwens veroorloven, dat vrouwen thuis zorgden. Door de welvaart en de hoge arbeidsproductiviteit in ons land hóefden vrouwen niet te werken.”

Het is toch lekker dat vrouwen weinig hoeven te werken.

„Ja, zo kun je het zien. Vrouwen in Amerika en Zweden zijn ook vaak jaloers op Nederlandse vrouwen. In Amerika noemen ze ons model het laid back model, het ontspannen model. Maar over twintig jaar is het vooruitzicht een stuk minder leuk. We lopen nu al tegen de keerzijde aan; ongebruikt talent, een laag percentage vrouwen aan de top. En omdat steeds meer mensen gaan scheiden, komen steeds meer vrouwen in een kwetsbare economische positie terecht, en daarmee hun kinderen.”

In Zweden stagneert het model toch ook. Daar nemen mannen amper verlof op en komt het gezinsleven vaak op vrouwen neer.

„Oh, vast. Maar het stagneert in Zweden op een veel hoger niveau. In Zweden is er een basisvoorziening voor kinderopvang. Daar kan een vrouw met drie kinderen, ongeacht relaties die komen en gaan, toch een bestaan voor zichzelf opbouwen, en een pensioen. Nederland heeft die basis niet. En er is, door onze welvaart en historische wortels, ook amper een maatschappelijke druk om zo’n basis te organiseren.”

Het Zweedse model is een duur model.

„Dat vraag ik mij af. Kijk eens hoe duur het Nederlandse, versnipperde, model is van opvang en onderwijs. Hoeveel geven wij niet uit aan overleg, aan afstemming, aan toezicht op toezichthouders. Ik durf te beweren dat een stabiele basisvoorziening voor kinderopvang ook heel veel kosten bespaart.”

De vergrijzing komt eraan. Dan komt er vanzelf vraag naar vrouwen op de arbeidsmarkt.

„Dat is maar de vraag. Natuurlijk zal de vergrijzing ingrijpend zijn. Maar het is niet te vergelijken met de ontvolking van Zweden destijds. Bovendien heeft zich in Nederland nog steeds geen Myrdal-achtige stroming gemanifesteerd die verandering predikt.”

Er wordt toch veel gediscussieerd over de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt.

„Ja, maar heeft het ook wat opgeleverd?”

Er zijn twee Taskforces opgericht: ‘vrouwen aan de top’ en ‘deeltijdplus’.

„Ik zie de laatste vijftien jaar voortdurend dezelfde discussies langskomen zonder dat we iets veranderen.”

Vrouwen willen zélf niet werken, zegt ‘powerfeministe’ Heleen Mees.

„Dat is onzin. De nieuwe generatie dertigers, zowel mannen als vrouwen, wil wel degelijk dat vrouwen een belangrijker rol gaan spelen in het maatschappelijk leven. Het lukt hen alleen niet de situatie te veranderen. Omdat ze dan stuiten op tradities en ontelbare maatschappelijke organisaties die je allemaal op één lijn moeten zien te krijgen. We hebben nog steeds dezelfde agrarische schooltijden van zestig jaar geleden. Onderwijs, opvang, sport, cultuur en spel zijn afgebakende eilanden die nog amper samenwerken om een mooi, verantwoord, dagprogramma voor kinderen te organiseren. Er is geen duidelijke toekomstvisie op en financiering van kinderopvang. Het is momenteel echt politiek dood tij.”

Maar uit onderzoeken blijkt toch keer op keer dat vrouwen liever in deeltijd willen werken?

„Logisch dat vrouwen dat antwoord geven. Die antwoorden worden bepaald door de huidige omstandigheden waarin alles vastzit. Ik zou zeggen, doe eens onderzoek onder jonge vrouwen. En vraag hun naar hun ambities. Niet alleen op de korte termijn, maar voor hun hele leven. Vraag hun eens de voorwaarden te schetsen die zij nodig zouden hebben. Overigens zal bij een dergelijk onderzoek in Zweden wellicht blijken dat vrouwen meer tijd voor zichzelf en hun gezin willen.”

U entameert een discussie die alleen onder hoger opgeleide vrouwen speelt.

„Hoezo? Lager opgeleide vrouwen moeten toch ook economisch zelfstandig kunnen zijn?”

Wie trekt het debat nu vlot?

„Van het huidige kabinet moeten we het in ieder geval niet hebben. Er is te veel aarzeling, ook op het gebied van de kinderopvang. Daarom is de druk van een jonge generatie vrouwen in de toekomst echt nodig. Voor de korte termijn zou ik willen pleiten voor een Zweeds/Nederlandse Taskforce. Die moet de opdracht krijgen met voorstellen te komen van innovaties op het terrein van kinderopvang, onderwijs, verlof en arbeidsmarkt. ”