Franse socialisten met Aubry meer naar links

De uitslag van de verkiezingen om het leiderschap van de Franse socialisten – nipt gewonnen door Martine Aubry – toont de verdeeldheid in de partij.

De Franse Parti Socialiste is vannacht op de rand van een splitsing beland. Voormalig minister van Sociale Zaken Martine Aubry, uitvinder van de 35-urige werkweek, werd door de leden met iets meer dan 50 procent gekozen tot hun nieuwe eerste secretaris. Althans, dat zegt het kamp-Aubry, op grond van een telling van bijna alle stemmen.

Medewerkers van haar tegenstrever, ex-presidentskandidate Ségolène Royal, opperden vannacht dat zij de uitslag zouden aanvechten als deze bevestigd wordt. „Wij laten ons niet beroven van de overwinning”, zei Royal’s helper Manuel Valls.

Wie het ook wordt, Royal of Aubry, de nieuwe partijleider moet de kwakkelende oppositie nieuw elan geven. Als Aubry haar overwinning krijgt, staat ze voor de opgave de sterk verdeelde PS te renoveren en haar partij klaar te stomen voor de volgende presidentsverkiezingen, in 2012. Met als belangrijke gegadigde voor de socialistische kandidatuur: Ségolène Royal.

Hoe moeilijk het smeden van eenheid zal worden, bleek de afgelopen weken. Een strijd tussen vier stromingen verdeelde de partij uiteindelijk in twee onverzoenlijke blokken. Aubry en haar rivale staan op zo slechte voet met elkaar, dat al in de aanloop naar gisteravond het perspectief van een scheuring opdoemde. Aubry bezwoer dat ze in de partij zou blijven als ze verloor, en dat ze bij een overwinning Royal „als eerste” zou bellen. Maar gerust was ze er niet op. „Als ik verlies, verwacht ik wel dat ze mij ook belt”, zei ze gisteren.

Na telling van bijna alle stemmen bleek vannacht dat haar meerderheid waarschijnlijk enkele honderden stemmen bedraagt. In het kamp-Royal werd geopperd dat in Aubry’s ‘eigen’ noordelijke regio fraude zou zijn gepleegd.

Hoe het ook zij, met deze interne partijverkiezingen zijn Royals perspectieven op een nieuwe kandidatuur voor de presidentsverkiezingen in 2012 verslechterd. In de afgelopen weken bleken haar aanhangers goed voor 29 procent van de Conseil national, het partijparlement. Ze is populair in het land en slaagt er doorgaans beter dan haar partijgenoten in de aandacht van media te trekken. Maar in haar eigen partij bleek ze niet in staat eenheid te smeden.

Gaandeweg groeide Aubry uit tot de kandidaat van het partijestablishment. Van de ex-premiers Lionel Jospin en Laurent Fabius tot de vrienden van IMF-directeur Dominique Strauss-Kahn. Maar wat de brede partijcoalitie bijeenhoudt, is niet in de laatste plaats het verzet tegen Royal.

Want Royal had van de twee de meest revolutionaire plannen met de PS. Ze wilde het gewicht van de partijbaronnen verzwakken: meer referenda waarin leden zich direct kunnen uitspreken en een grotere openheid voor coalities met andere politieke families, onder meer met de centrumpartij van François Bayrou.

Aubry, met haar voorkeur voor de klassieke linkse oriëntatie van de partij, verzet zich daartegen. De PS is van oudsher geen sociaal-democratische centrumpartij, maar beroept zich op een traditie van socialisme en linkse eenheid, waarin de communistische partij dichterbij staat dan het centrum. Aubry belooft de ,,linkse waarden van de PS” weer op te poetsen. Ze legt de nadruk op sociale politiek en massaal verzet tegen de hervormingspolitiek van president Sarkozy.

In zekere zin verwijdert de PS zich met Aubry weer een beetje verder van haar Europese sociaal-democratische zusjes. In de Franse publieke opinie staat Aubry, als minister die zonder al te veel sociaal overleg de 35-urige werkweek invoerde, symbool voor een beweging naar – centralistisch – links.

Maar die ideologische heroriëntering is wel relatief. Want tegelijk heeft Aubry nooit echt ver gestaan van haar vader, ex-voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors, jarenlang een kop van een van de minst op staatssturing gerichte stromingen binnen de PS.

Het is dan ook de vraag of Aubry als aanvoerder van deze bonte coalitie zelf in de positie zou kunnen komen om presidentskandidaat te worden. De vertrekkende partijleider, François Hollande, kwam in elf jaar nooit zover. Aubry’s grootste probleem is dat ze vooralsnog niet de aantrekkingskracht uitoefent op Franse media als Royal. Ze heeft het imago van partijtijger. Dat is des te meer een handicap omdat ze – net als Royal – geen parlementslid is. Tegen haar zin overigens: bij de parlementsverkiezingen in 2007 was Aubry graag kandidaat geweest, maar de partij-instanties in Noord-Frankrijk gaven de voorkeur aan een jongere kandidaat.