En dan rent de pers op de burgemeesters af

Burgemeesters willen de wietteelt reguleren, zo meldden ze gisteren eensgezind. Maar zijn ze wel zo eensgezind? En leidt „hun krachtig signaal” aan het kabinet ook ergens toe?

Reguleren. Dat was het magische woord dat gisteren op de ‘wiettop’ in Almere veelvuldig in de mond werd genomen. Maar wat dat reguleren dan precies inhield? Daarover liepen de meningen nogal uiteen.

Na een ruim drie uur durende besloten bijeenkomst van 33 burgemeesters begon om kwart over vijf de persconferentie. Dagvoorzitter Annemarie Jorritsma, burgemeester van Almere en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, meldde trots dat de uitkomst van „een buitengewoon intensief gesprek” was dat de burgemeesters het in grote mate zeer met elkaar eens waren. Uitzonderlijk, zei Jorritsma, want het ging om burgemeesters van zowel grote als kleine gemeenten, en zowel grensgemeenten als niet-grensgemeenten.

Nadat zij vervolgens een verklaring had voorgelezen met gezamenlijke conclusies, mocht de massaal toegestroomde pers aan iedere burgemeester individueel vragen stellen. En daarmee begon een ware stormloop.

Franse en Duitse journalisten stootten hun Nederlandse collega’s aan om te vragen wie toch de burgemeester van Amsterdam was en cameramannen haastten zich van de ene naar de andere burgervader. Deze deden braaf hun praatje, dan weer in het Duits, dan weer in het Engels of Nederlands.

Reguleren moet vooral niet worden verward met legaliseren, legden zij geduldig uit. Wat dat reguleren dan wel inhield? Controle houden op de kweek, zei de een. Een vergunningsysteem, zei de Eindhovense burgemeester Rob van Gijzel. Vergunningen? Nee joh, zei een ander. We moeten het gedoogbeleid herzien, net zoals je een auto af en toe een onderhoudsbeurt geeft, zei burgemeester Gerd Leers van Maastricht.

Waar de burgemeesters echter steevast de nadruk op legden, was de onderlinge eensgezindheid. „Dat burgemeesters van verschillende politieke kleuren het reguleren allemaal steunen, is een buitengewoon krachtig signaal. Daar kán het kabinet niet omheen”, zei onder anderen Jorritsma stellig.

Maar leidt dat signaal ook ergens toe? In 2000 wilde de Tweede Kamer gereguleerde levering van wiet aan coffeeshops toestaan. En in 2005 wilde een Kamermeerderheid een experiment met legale wietteelt toestaan. Maar in beide gevallen hield het kabinet voet bij stuk en kwam er geen groen licht voor een versoepeling van het coffeeshopbeleid. „Het is een naïeve verwachting dat je met regulering van de aanvoer criminele elementen uit het circuit kan weren”, zei toenmalig minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD).

Ook het pasjessysteem, waarmee grensgemeenten buitenlandse drugstoeristen willen weren, lijkt juridisch kwetsbaar. Een bestuursrechter in Maastricht oordeelde in april van dit jaar dat een coffeeshop bij het wel of niet binnenlaten van klanten geen onderscheid mag maken tussen Nederlanders en niet-Nederlanders. Maar zowel burgemeester Leers van Maastricht als burgemeester Bruls van Venlo hopen dat de Raad van State over enkele weken tot een ander oordeel komt.

Een woordvoerder van het ministerie van Justitie wil nog niet ingaan op de uitkomsten van de wiettop. „Zolang wij die uitkomsten niet zelf hebben kunnen bestuderen, geven wij geen commentaar. Maar minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA, red.) heeft afgelopen week wel toegezegd dat hij medio volgend jaar met een nieuwe drugsnota komt.”