Een opa die drugs koopt

Wie staat er voor de rechter en waarom? AOW’er Rudy had veel harddrugs op zak. Maar niemand heeft eigenlijk last van hem. Is afkicken een optie?

De handen van de oude Surinamer trillen als hij in het bankje gaat zitten voor de Amsterdamse rechter. Ziekte of zenuwen? Zijn pet wil hij op de stoel achter hem gooien. Hij mist.

Rudy heet hij, 68 jaar, uit de Pijp. Een jaar geleden op straat gepakt met dertien bolletjes cocaïne en veertig pilletjes methadon in doordrukstrips.

De rechter stelt niet de gebruikelijke vraag: klopt dat? De meeste mensen zeggen toch nee. Deze rechter, Lauwaars heet hij, leunt losjes achterover en zegt, alsof hij een simpel weetje checkt: dat klopt, hè?

Het werkt. Rudy knikt, totaal ontspannen. Jawel, zegt hij. „Ik heb ze gekocht. Ik ben verslaafd. Het was een koopje, vandaar.” Een koopje, hikt rechter Lauwaars. Rudy’s piepjonge advocaat grinnikt besmuikt. Zo is de zaak wel heel snel klaar.

De rechter bladert nog maar eens door Rudy’s papieren. Twee keer eerder met justitie in aanraking geweest. De laatste keer alweer tien jaar geleden. Ook voor drugsbezit. Hij buigt zich over zijn tafel: hoe doet u dat? Rudy knippert niet-begrijpend met zijn ogen. Nou, zegt de rechter. Zo lang verslaafd zijn, want u bent vast niet eergisteren begonnen, en dan géén crimineel verleden? Rudy zegt nog altijd niks. Niet dat ik uw geheimen wil weten, stelt de rechter gerust. „Ik ben gewoon benieuwd hoe u dat doet.” Waarvan koopt hij de drugs? Hoe komt hij aan zijn geld? Nu lijkt Rudy het te snappen. Geld. Van mijn uitkering, antwoordt Rudy. Natuurlijk, zegt de rechter, u krijgt AOW. Hoe hoog is die eigenlijk? Zevenhonderd zoveel euro. Terwijl de rechter nog lijkt te rekenen hoeveel, of liever hoe weinig harddrugs je daarvan kunt kopen, vult Rudy aan: als ik geld heb, koop ik. Heb ik geen geld, dan koop ik niet. Een gelegenheidsjunk.

Veertig jaar is Rudy al verslaafd. Hij woont in zijn eentje op een bovenwoning. Zijn kinderen en kleinkinderen komen regelmatig op bezoek. Hij doet niemand kwaad. De advocaat is aan het woord. Wat kan hij er verder over zeggen? Weinig. Rudy is een opa die gebruikt. Afkicken, zoals de officier van justitie net voorstelde? De advocaat gelooft er niet in. Want deze ouwe vos gaat die streek niet meer afleren. Hij gebruikt met mate. En zonder daarvoor te stelen en in te breken, zoals de gemiddelde junk. De advocaat ziet Rudy niet de honderd uur werkstraf uitvoeren die de officier eist. Rudy is praktisch blind, de GGD komt ’s ochtend en ’s avonds bij hem thuis om zijn ogen te druppelen en dan nemen ze meteen zijn methadon mee. De advocaat vraagt om schuldigverklaring zonder straf.

De officier vindt dat een slecht idee. Rudy mag dan zelf geen misdrijven plegen of op een andere manier actief op zoek zijn naar geld, door zijn gebruik van harddrugs houdt hij de zware misdaad die met drugs samenhangt wel in stand. Daarom staan er zulke hoge straffen op drugsbezit. Wat hem betreft, blijft afkicken de enige optie. En een werkstraf kan hij vast wel aan, ook met die ogen. De rechter informeert of Rudy eigenlijk wel begrijpt wat de officier zegt. Nee. „Ik heb niet geluisterd.” De officier mag hetzelfde nog een keer zeggen.

De rechter kijkt nog eens naar Rudy. „U ziet er best fit uit.” Bijzonder hoor. En knap ook, dat u uit het criminele circuit bent gebleven. Haastig, alsof hij zich ineens het betoog van de officier herinnert: „Maar u houdt de criminaliteit natuurlijk wel in stand.” De rechter maakt de honderd uur werkstraf geheel voorwaardelijk. Prima, uitstekend, iedereen tevreden. Mocht u nou weer wat kopen, zegt de rechter, laat u dan niet verleiden tot koopjes. Hij corrigeert zichzelf nog voor hij verder gaat. „Ik mag het natuurlijk niet zeggen als rechter.” Hij zegt het toch: of koop in elk geval wat kleinere hoeveelheden. Dan is het minder strafbaar.