Een erfenis met een zwart randje

Een erfenis met een effectenportefeuille kan in dit beursklimaat voor de erfgenaam een flinke last betekenen. Hoe deze last beter te dragen?

Wie zijn nalatenschap goed heeft geregeld, kan met een effectenportefeuille alsnog een onaangename verrassing achterlaten voor de nabestaanden. Vaak plaatst het effectenbezit de nabestaanden voor problemen.

Wat te doen met de portefeuille. Verkopen van de stukken is vaak emotioneel. (Vader kocht de aandelen Philips al in 1960). Ook kan er worden gekozen om de portefeuille in stand te houden. Dan kan worden besloten deze aan een van de erfgenamen te laten toevallen. Dat heeft financiële consequenties omdat erfgenamen verplicht zijn over de waarde van de erfenis successierecht te betalen. Niet altijd is er in de rest van de erfenis genoeg geld beschikbaar om die belasting te voldoen.

Erfgenamen die de portefeuille in stand willen houden moeten in zo’n geval de successierechten uit eigen zak betalen. Als er meer dan een erfgenaam is, moet het effectenbezit vaak worden verdeeld. Dat proces kan lang duren, weet Bernard Schols. Als oud-notaris en docent notarieel (belasting)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen is hij nogal eens als estate-planner betrokken bij nalatenschappen waarbij effecten moeten worden verdeeld.

„Er zijn veel gevallen van beleggingsportefeuilles die maar niet verkocht kunnen worden doordat de erfgenamen zoek, zwak of misselijk zijn”, zegt Schols. Vaak wordt de vertraging veroorzaakt door onenigheid tussen de erfgenamen over het goede moment om de erfenis te gelde te maken. De emoties kunnen dan hoog oplopen, zeker als de waarde van de effectenportefeuille fluctueert.

Ook financieel adviseur Frank van den Barselaar van Zantboer + Partners kent deze voorbeelden. „Je ziet vaak dat een van de kinderen is belast met de taak om de portefeuille te verkopen. Dan ontstaat er al snel ongenoegen over de verkoop tussen de broers en zusters. Als de koersen stijgen na de verkoop dan heeft hij te vroeg verkocht. Wacht hij met verkopen en dalen de koersen dan kan hij ook op kritiek van de andere erfgenamen rekenen.”

De onderlinge verhoudingen kunnen nog verder op scherp worden gezet door de fiscale behandeling van de effectenportefeuille. De Successiewet schrijft voor dat heffing die van toepassing is, wordt bepaald op het moment van overlijden. Over die waarde betalen de erfgenamen straks successierecht.

Tussen de waardebepaling bij overlijden en de successiebetaling kan echter een lange periode liggen. Erfgenamen lopen een financieel risico als er in die periode grote koersdalingen zijn op de beurs. Daardoor kan het zijn dat ze moeten afrekenen met de fiscus over een bedrag dat de portefeuille allang niet meer waard is.

Schols: „Dat is bijvoorbeeld nu het geval met de nalatenschap van mensen die afgelopen zomer zijn overleden. De waarde van de nalatenschap is in de tussentijd gehalveerd.” De te betalen belasting is echter nog wel op de oude waarde gebaseerd.

Van den Barselaar: „Neem het voorbeeld van een neef die een portefeuille erft waarvan de waarde is gehalveerd sinds het overlijden van zijn oom. De neef, die volgens het tarief in de Successiewet 41 procent belasting over zijn erfenis moet betalen, krijgt daardoor een heffing van in totaal 82 procent successierecht.”

In de ogen van Van den Barselaar is een tegemoetkoming van de fiscus onder de huidige omstandigheden zeer wenselijk.

Erven is niet altijd even leuk, zegt Schols. Hij ziet wel een lichtpuntje in de uitspraken van staatssecretaris De Jager van Financiën vorige week naar aanleiding van vragen van erfgenamen aan de Belastingdienst. Schols: „De staatssecretaris gaf aan dat de erfgenamen de Belastingdienst kunnen verzoeken om een betalingsregeling als zij door de opgetreden koersdaling niet meer aan hun betalingsverplichting kunnen voldoen.” Zelfs kwijtschelding zou mogelijk zijn, zegt Schols die verdere informatie afwacht en erfgenamen aanraadt niet te vroeg te juichen.

Volgens beide adviseurs is het in veel gevallen verstandig voor de erfgenamen om de portefeuille zo snel mogelijk te liquideren. Schols: „Bij veel mensen zal het hoofd daar niet naar staan vlak na een overlijden, maar het voorkomt wel veel discussie achteraf.”

Van den Barselaar raadt in dit verband vermogende particulieren aan de koersrisico’s op het vermogen goed te inventariseren en een duidelijk actieplan op te stellen, zodat men na het overlijden snel actie kan ondernemen. Van den Barselaar: „Bijvoorbeeld om het risico in de portefeuille terug te brengen en lopende posities af te wikkelen.”

Gaat het om een flinke nalatenschap, dan adviseert Schols de erflater nadrukkelijk een zogeheten executeur-testamentair met de juiste bevoegdheden (zie ‘Sterren executeur’) in het testament te benoemen. „Dat moet een daadkrachtige persoon zijn die in staat is snel de wensen van de overledene uit te voeren.” Zo’n executeur kan de erfgenamen ook helpen bij de vraag of ze een dergelijke erfenis überhaupt wel moeten accepteren. Soms is immers onduidelijk of de bezittingen van de overledene wel hoger zijn dan de schulden.

Door de nalatenschap alleen onder voorbehoud (beneficiair) te aanvaarden kan de executeur voorkomen dat de nabestaanden privé aansprakelijk zijn voor eventuele schulden. De aanwezigheid van een executeur beperkt de administratieve rompslomp en vergemakkelijkt daarmee de afwikkeling.