Een apart ministerie voor het integratievraagstuk

De val van Vogelaar toonde wederom dat Wouter Bos de onbetwiste leider van de PvdA is. Terecht ontsloeg Wouter Bos Ella Vogelaar als minister. Hij gaf gehoor aan de wijdverbreide oproep binnen en buiten zijn partij om, zoals bij de kredietcrisis, leiderschap te tonen en een einde te maken aan het ministerschap van Vogelaar en het Vogelaar-Cohen-beleid in de PvdA. De eerste stap daartoe heeft hij nu gezet. Bos liet al maanden merken dat hij het oneens was met het politiek-correcte en onrealistische beleid van Vogelaar. Voor zijn moed en leiderschap komt Wouter Bos nu alle lof toe.

Lag de schuld alleen bij Vogelaar? Nee. De informateur, de formateur en de leiders van de coalitie zijn ook als schuldigen aan te wijzen. Bij het samenstellen van het projectministerie dat Vogelaar leidde, hebben ze zich onvoldoende rekenschap gegeven van de omvang en de ernst van het integratievraagstuk. Als uitgangspunt werd gesteld dat integratie een wijkprobleem is dat met behulp van geld kan worden opgelost. In deze voorstelling paste Vogelaar perfect. Maar de weerbarstige realiteit liet snel zien dat het integratie- en immigratievraagstuk veel meer is dan een wijkprobleem dat met zakken euro’s kan worden bestreden. En hiervoor was Vogelaar de meest incompetente persoon in het land.

De lijn Vogelaar-Cohen heeft de angst voor moslims in onze samenleving eerder vergroot dan verkleind. Hoe? Door moslims als groep te behandelen aan wier verlangens voortdurend moest worden tegemoetgekomen. Het beeld ontstond dat moslims al de meerderheid in ons land vormden. Dit is allerminst het geval. De extra bescherming en zorg voor moslims in een democratische welvaartsstaat heeft een averechts effect gehad. Ook ontstond het idee dat we met een extreem gevaarlijk bende van halve wilden te maken hadden die we, omwille van de vredeshandhaving, met gepaste afstand en toegeeflijkheid moesten benaderen omdat ze anders het land kort en klein zouden slaan. Daarom werd de PvdA spottend omschreven als de Partij van Allah of Allochtonen.

Het zijn natuurlijk allemaal percepties: geen enkele moslim, behalve de terrorist, verkeert in staat van oorlog met onze samenleving. De angst voor de moslimminderheid bracht de vreemdste uitspraken voort: Nederland zou in de toekomst een islamitische, joodse en christelijke cultuur worden. Wat weten wij over de toekomst? Hoeveel moslims of christenen zullen er over honderd jaar nog zijn? Wat is de islam over honderd jaar? Waarom zouden ook niet de meeste moslims, over enkele decennia, ‘ietsisten’ kunnen worden? Minister Vogelaar wist precies de toekomst te voorspellen. Omdat de huidige stand van zaken met de islam in de wereld er niet echt vrolijk uitziet, joeg ze met dit soort profetische voorspellingen alleen maar vrees aan bij de meerderheid, de niet-moslims.

Al een decennium wordt in de politiek het integratievraagstuk erkend. Er zijn al vijf ministers geweest met deze portefeuille: Rogier van Boxtel (D66, 1998-2002), Hilbrand Nawijn (2002), Rita Verdonk (VVD, 2003- 2007), Ella Vogelaar (PvdA 2007-2008) en nu Eberhard van der Laan. Er zit iets onrechtvaardigs in hun baan: zij moesten, zonder beproefde organisaties achter zich, het meest ingewikkelde politieke vraagstuk oplossen. Tekenend is hoe dit ministerie van naam is veranderd in het afgelopen decennium: Integratie en Grote Stedenbeleid, Vreemdelingenzaken en Integratie en Wonen Wijken en Integratie. Het is te hopen dat het faillissement van mevrouw Vogelaar de politici aan het denken zet. Dit kan niet zo verder.

Er moet een écht ministerie komen voor deze portefeuille: het ministerie voor Immigratie en Integratie. Dit ministerie moet over eigen ambtenaren beschikken en zelfstandig worden gehuisvest. Het moet bestaan uit een minister en een staatssecretaris. Het nieuwe ministerie moet over deze beleidsterreinen gaan: toelating en uitzetting van vreemdelingen, naturalisatie, inburgering, immigratie, achterstandswijken en achterstandsscholen, criminaliteit onder minderheden, radicalisering onder jonge moslims, en sociale, culturele en juridische integratie in de meest brede zin.

De financiering moet gebeuren uit het budget van de ministeries die nu met dit soort vraagstukken bezig zijn: Onderwijs, Justitie, Cultuur, en VROM. Daarnaast, omdat wij derdewereldproblemen in onze eerstewereldsteden hebben, moet ook een deel van het budget van ontwikkelingssamenwerking naar dit nieuwe ministerie gaan. Subsidies aan multiculturele instituten en organisaties moeten worden opgeheven. Onderzoek kan door universiteiten worden gedaan en de projecten kunnen hetzij door rijksambtenaren hetzij door de gemeenteambtenaren worden uitgevoerd. Dit alles zal een enorme besparing en een enorme helderheid opleveren.

Deze alomvattende benadering zal leiden tot eenheid van beleid. De staatssecretaris moet vooral belast zijn met de toelating en de uitzetting van vreemdelingen, het criminaliteits- en het wijkenbeleid. De minister zou zich met overige zaken zoals naturalisatie, inburgering, onderwijs, radicalisering en immigratie bezig moeten houden. Dit laatste vraagt om een actief beleid. Want Nederland heeft ander soort immigranten nodig dat misschien niet noodzakelijkerwijs uit Turkije en Marokko komt – denk aan het belang voor de kenniseconomie. Ook het corpus van het samen te stellen ministerie moet er anders uit gaan zien. Wat de topambtenaren betreft moet er een gezonde balans komen tussen critici en aanhangers van het multiculturalisme. Hun gedwongen samenwerking zal beide kampen confronteren met reële problemen en reële oplossingen.

De minister moet vorm geven aan de cohesie en het zelfbeeld in onze samenleving. Dus is de toekomstige minister niet de minister voor partijprofilering die negatieve of positieve uitspraken over moslims doet. Hij of zij moet zich niet zoals Vogelaar als de prinses van armoede, criminaliteit en achterstand presenteren. Hij of zij is de minister van alle Nederlanders, dus ook van de meerderheid. Met een serieus ministerie, met een goede minister en staatssecretaris, met een ambtelijk corpus dat verschillende ideeën en idealen in onze samenleving representeert, zouden we wellicht na één decennium niet hoeven te worstelen met het integratievraagstuk. We hebben nu lang genoeg geoefend, het is tijd voor het echte werk. Dit is geen utopie, maar een deltaplan.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/ellian