Diego

Aan het ziekbed van mijn kleinzoon vroeg ik: „Wat zou je nog willen van Sinterklaas?” Hij deed alsof hij even diep nadacht en zei: „De handschoenen van Oliver Kahn.”

Mijn hart brak.

Luttele uren later reed ik op de snelweg langs de Allianz Arena. De mooiste urbanistische stuip van West-Europa. Een rode gloed van finesse en megalomanie. Kom er maar in, op zoek naar de handschoenen van Oliver Kahn. Zonder de hulp van Mark van Bommel lukt het niet, en dan nog. Jean-Marie Pfaff vertelde me ooit dat je eerst een gebergte van voetvegen over moet voor je bij Bayern de kleedkamer mag betreden.

Ik dacht aan Jan Jongbloed. Zou hij nog handschoenen hebben? Jan weet wat sterven is – hij was nooit zo totalitair in bezit. Mijn kleinzoon woont in München en weet niet wie Jan Jongbloed is. Zoals hij zich ook niet kan herkennen in de gracieuze handen van Edwin van der Sar, of in een parade van Gianluigi Buffon. Hij heeft één held, en dat is Oliver Kahn.

Geluk is blind.

Terug thuis zag ik hoe Diego Maradona een Schotse ballenjongen op de schouders nam. Pluisje had ook nog een muts weg te geven. En een shirt. En een aai. Aan de ballenjongen kon je zien dat zijn leven nu pas was begonnen. Opgejaagd door de streling van een engel zou hij de klassenstrijd in Glasgow met gemak kunnen doorstaan.

Diego Armando Maradona: kindervriend.

Ik had het niet meer verwacht. Jarenlang zag je hoe vergeefs de legende aan zijn ondergang stond te tillen. Hij waggelde alleen nog in de breedte, kwam niet meer vooruit. Accordeon van drugs en zelfbeklag. Op gezette tijden vluchtte hij naar Cuba, hengelend naar de magische hand van Fidel. Als laatste oponthoud, als laatste belijdenis. En nog steeds boos op de wereld. Een hagelschot op journalisten kon er altijd af.

Niet alleen het geteisterde lichaam, ook het hoofd leek last te hebben van een te ruig verleden. Vooral tijdens wedstrijden van het Argentijns elftal moest ik bij de arabesken van Maradona weleens aan de gekke koeienziekte denken. Hij gesticuleerde de negentig minuten vol. Van elke interland maakte hij een opera op de tribune. Of toch een rebelse, zij het zwakzinnige striptease van warmbloedigheid en patriottisme. Vaak ging hij ook nog huilen. Pijn doet Argentijnen dansen en dus werd Diego na elke nederlaag van het nationale team nog populairder dan hij al was.

Gevoelig afgeslankt en blozend van gezondheid stond hij deze week als bondscoach in de kou van Glasgow. Een mirakel op noppen. Ook in het hoofd zat het weer goed: geen larmoyante grimassen te bekennen. Wel bliksemkusjes na de wedstrijd voor Messi, Tévez, Mascherano en de anderen. Eerder pelgrim dan coach in Hampden Park. Met een ingetogenheid die ik bij de achtbare heer Hiddink zelden in een dug-out heb gezien.

Mystiek, bijna.

Het moet hem ijlings aangeleerd zijn. Iemand moet tegen Diego hebben gezegd: „Een bondscoach is een meneer met een strak gelaat en weinig armen en benen.”

Het was er goed ingeprent. Bij mijn weten zat Maradona zelfs de hele wedstrijd uit zonder een kauwgompje op te steken. Althans, ik heb hem niet één keer met die jojoënde open bek van Alex Ferguson gezien. Nog net geen penseel van de beschaving, maar veel scheelde het niet. Dat hij met losse veters naast het veld stond was een minpuntje. Maar toch, Diego had zo aan het ziekbed van mijn kleinzoon mogen zitten, liever dan Oliver Kahn.

Blijft het duren?

De dag na de wedstrijd werd in de Argentijnse krant Olé bericht over de peptalk van Maradona. In de bus en in de kleedkamer zou hij de spelers in een eindeloos repetitio hebben toegeroepen: „Ik benijd jullie, bende hoerenzonen.” Zijn vocabulaire was dus niet meegegaan in de roes van civilisatie. Nog niet.

Diego heeft nog een handicap: hij is wispelturiger dan de neten. Er wordt dezer dagen in Argentinië flink gegokt over de vraag hoe lang Maradona het als bondscoach zal volhouden. De verwachting is hooguit drie wedstrijden. Het WK van 2010 in Zuid-Afrika zal hij zeker niet halen, is de algemene stemming.

De ballenjongen in Glasgow zit er niet mee. Tot in lengte van jaren zal hij Maradona met zich meedragen, als een eeuwigheid. En iedere ochtend, tot diep in de oude dag, zal hij zich in de wangen knijpen, bang om versteend te raken in de streling van zijn leven.