'Dat jongetje bij mijn vrouw was mijn zoon'

‘Ik heb mijn vrouw voor het laatst gezien in 2002. Het was ook de eerste en laatste keer dat ik mijn zoon zag. Hij was toen tien. Mijn vrouw was in verwachting van hem toen we in 1991 uit Liberia moesten vluchten. Zij is naar Ghana gegaan. Ik ben in Nederland terechtgekomen. Later hoorde ik dat mijn vrouw in Ghana een zoon had gekregen. Inmiddels leven we noodgedwongen al zestien jaar van elkaar gescheiden. Veel landgenoten die in Nederland asiel hebben gekregen, waren na zes maanden al herenigd met hun gezin. Bij mij is alles mis gegaan. Ik begrijp niet waarom.

We houden contact door elke week te bellen. Ik heb ook veel foto’s van mijn zoon vanaf dat hij een kleine jongen was. Mijn vrouw zegt dat hij nu langer is dan ik.

Ons leven is overhoop gegooid door de eerste burgeroorlog die in 1989 in Liberia uitbrak. Mijn vader had een landbouwbedrijf. Ik zou het overnemen, maar in 1991 ben ik opgepakt door het rebellenleger van Charles Taylor. Mannen en ook jongens die nog op school zaten, werden door de rebellen gedwongen te trainen. Jongens die weigerden, zagen we nooit meer terug. Later begreep ik dat ze waren vermoord. Na zes maanden training bij de rebellen kon ik ontsnappen: ik wilde geen mensen doodschieten.

Daarna was het voor mij te gevaarlijk in Liberia. Mijn vrouw wilde niet alleen achterblijven in het dorp waar de rebellen hun hoofdkwartier hadden gevestigd. Zij is toen naar Ghana gegaan waar haar ouders woonden. Ik kon niet met haar mee, dat zou te veel in de gaten zijn gelopen. Nadat mijn vrouw was vertrokken ben ik naar Nigeria gevlucht.

Daar vond ik een baantje als ober bij iemand thuis, maar na verloop van tijd wilde mijn baas mij niet langer in huis hebben. Hij was bang dat ik hem in moeilijkheden zou brengen, omdat mijn naam lijkt op die van de toenmalige Liberiaanse president Samuel Doe. Mijn baas was rijk en wilde mij wel helpen naar het buitenland te gaan als ik beloofde zijn naam en adres niet te noemen als er problemen zouden ontstaan. Zijn chauffeur heeft me naar het vliegveld gebracht. Ik had op dat moment geen idee waar ik heen zou gaan. We hadden alleen afgesproken dat ik asiel zou aanvragen in het eerste land waar het vliegtuig zou stoppen. Dat bleek Nederland te zijn: een land waar ik niets van wist.

De aankomst op Schiphol was een schokkende ervaring. Ik moest direct met mijn handen omhoog tegen een muur gaan staan. Mijn benen werden uit elkaar geschopt. Ik ben naar het grenshospitium gebracht waar ik een kamertje werd ingeduwd, zodat ik met mijn bagage naar binnen viel. In de gang van het grenshospitium zag ik een jongen op de grond liggen die door de politie tot bloedens toe werd getrapt. Ik heb meer incidenten gezien waarbij de politie vluchtelingen als misdadigers behandelde.

Vier maanden heb ik in het grenshospitium gezeten in afwachting van een verblijfsvergunning. Tijdens de eerste ondervraging nam de vreemdelingenpolitie mijn paspoort in beslag. Ik kreeg het niet terug. De politie bleek het ook niet afgegeven te hebben bij de rechtbank waar ik moest verschijnen. Doordat ik niet kon aantonen wie ik was, besliste de rechtbank negatief over mijn asielaanvraag.

Ik moest naar het consulaat in Rotterdam om opnieuw ondervraagd te worden. Daar kreeg ik ten slotte mijn papieren terug en hoewel alle gegevens klopten, heb ik uiteindelijk geen vluchtelingenstatus gekregen zoals andere vluchtelingen uit Liberia, maar een reguliere verblijfsvergunning. Je hebt dan minder rechten dan iemand met een vluchtelingenstatus. Je uitkering is lager, je moet zelf je opleiding regelen en betalen en je verdient minder. Je salaris moet bovendien op een bepaald niveau zijn voordat je je gezin hierheen kan halen.

Ik heb Nederlands geleerd, verschillende cursussen gedaan en een opleiding als koeltechniekmonteur voltooid. Toen ik een baan had, moest ik mijn schulden aflossen. In 2002 verdiende ik eindelijk voldoende om in aanmerking te komen voor gezinshereniging. Toch kon ik ook toen niet zomaar mijn vrouw en kind gaan halen. Ik beschikte namelijk niet over huwelijkspapieren.

In 1990 zijn wij getrouwd. Niet in Liberia waar we elkaar leerden kennen, maar in Ghana, in het dorp waar haar vader woonde. Om te kunnen trouwen, hadden we zijn toestemming nodig. Het was een huwelijk volgens de daar heersende traditie: dat betekent zonder documenten, want die zijn in Afrikaanse dorpen niet verkrijgbaar.

In Nederland werd ik direct ingeschreven als alleenstaand, omdat ik geen bewijs had dat ik was getrouwd. Als ik mijn vrouw en zoon hier wilde laten komen, moest ik eerst huwelijkspapieren laten maken in Ghana. In 2002, tien jaar na mijn aankomst in Nederland, kreeg ik toestemming naar Accra te gaan. Mijn vrouw haalde me af van het vliegveld. Toen ik uit het vliegtuig stapte, zag ik haar staan: ze was in al die jaren weinig veranderd. De jongen die ze bij zich had, was mijn zoon. Ik heb hem opgetild en omhelsd. Ik was zo blij.

Twee weken heb ik bij hen gelogeerd. Iedere dag ging ik op pad om te proberen de papieren te regelen. Toen ik bij de rechtbank in Accra de situatie uitlegde, erkende men dat dorpen geen huwelijkspapieren verstrekken. Daarna ontving ik van de ministeries van Justitie en van Buitenlandse Zaken alsnog verklaringen dat ik in 1990 getrouwd was.

Toen ik die documenten op het Nederlandse consulaat in Accra liet zien, vertelde de receptioniste echter dat ze onwettig waren. Volgens haar mocht een buitenlander in Ghana geen traditioneel huwelijk sluiten. Dat was onzin, maar ze liet me niet binnen en dreigde de politie te bellen toen ik bezwaar maakte. We moesten maar opnieuw trouwen, zei ze.

Tegen mijn zin zijn we weer getrouwd, er zat niets anders op. Om dit huwelijk te kunnen legaliseren, moest het Nederlandse consulaat onderzoek doen naar mijn vrouw en mij. Medewerkers zijn naar het dorp van mijn schoonouders gegaan. Mijn schoonvader vertelde toen dat we al eerder getrouwd waren. Die verklaring heeft het consulaat naar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland gestuurd. Daar vond men het vreemd dat ik bij het tweede huwelijk niet had gemeld dat ik al eerder was getrouwd. Ik had namelijk gezegd alleenstaand te zijn, aangezien mijn eerste huwelijk ongeldig was verklaard. De twee huwelijksdocumenten waren ook niet samengevoegd en dat alles veroorzaakte zoveel verwarring dat mijn vrouw en zoon geen visa kregen. Na twee weken in Ghana moest ik alleen terug naar Nederland. We hebben in tranen afscheid genomen.

In Nederland berichtten de ministeries van Buitenlandse en Binnenlandse Zaken mij dat ik op een hoorzitting moest verschijnen. Mijn advocaat vond dat ik daar niet naartoe moest gaan en hij heeft een klacht ingediend bij Justitie. Dat leidde in 2005 tot een rechtszaak waarin toegegeven werd dat er fouten waren gemaakt door het consulaat. Mijn beide huwelijken zijn toen gelegaliseerd.

Toch leven we nog steeds niet samen als gezin. Die mogelijkheid wordt geblokkeerd doordat instanties verschillende regels hanteren. De visadienst eist dat beide huwelijken worden erkend door de gemeente Enschede waar ik woon, maar de gemeente erkent alleen het eerste huwelijk. Desondanks sta ik geregistreerd als alleenstaand, waarschijnlijk omdat ik alleen woon, al betaal ik wel twee huishoudens. Iedere maand stuur ik geld naar mijn vrouw. Zij werkt niet meer op de markt sinds het heel slecht gaat met de economie in Ghana. Er heerst grote werkloosheid. Daarom ben ik ook niet in Ghana gaan wonen: zonder werk of uitkering kan ik daar mijn gezin niet onderhouden.

Als mogelijke oplossing om uit de impasse te komen, stelde mijn advocaat voor een visumaanvraag te doen in het kader van verblijf bij de, ongehuwde, partner aangezien het huwelijk niet wordt erkend. We zouden dan eerst moeten scheiden volgens Ghanees recht en vervolgens hier opnieuw gaan trouwen. Dat weiger ik. Ik ben al een keer gedwongen hertrouwd. Een andere optie, zegt mijn advocaat, is dat ik bijvoorbeeld in Duitsland visa aanvraag, omdat het Europese recht minder strenge toelatingsregels voor gezinsvorming kent dan de Nederlandse regelgeving. Maar ik ben bang dat het me daar ook niet lukt. Ik vind het ook niet juist. Ik heb de Nederlandse nationaliteit. Ik wil hier blijven. Ik schaam mij als mijn eigen land geen visum kan verstrekken.

Steeds weer hoor ik dat ik moet wachten, dat is zwaar, maar als ik boos word krijg ik veel hoofdpijn. Er zijn zoveel fouten gemaakt. Nieuwe regels voor gezinshereniging zijn tegen mij gebruikt. Op een bepaald moment was mijn enige hoop nog dat de regering mijn vrouw en zoon zou toelaten op humanitaire gronden.

Maar sinds kort lijkt er toch een uitweg. Op advies van een vriend ben ik onlangs met alle documenten naar het Ghanese consulaat in Den Haag gegaan om de situatie uit te leggen. Men toonde begrip en heeft de papieren naar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Ghana gestuurd om ze daar procedureel te laten toetsen en legaliseren. Zodra de documenten terug zijn, zal het consulaat in Den Haag ze goedkeuren. Dan moet ik er hier mee naar Buitenlandse Zaken en daarna kan ik naar de gemeente om een visumaanvraag in te dienen. Ik ben optimistisch over onze kansen: volgens het consulaat zal het deze keer lukken.

Mijn vrouw en zoon moeten in Ghana een inburgeringstoets doen voordat ze hier komen. Binnenkort hoop ik ze te kunnen ophalen. Het geld dat ik heb gespaard voor de vliegtickets, heb ik nooit gebruikt om zomaar eens naar ze toe te gaan: het was te erg als ik daarna weer alleen terug had moeten reizen.”

Noor Hellmann

Reactie Ministerie van buitenlandse zaken

Overeenkomstig de ten tijde van de legalisatie van de documenten van de heer Doe geldende regelgeving kon niet worden vastgesteld dat de inhoud van de documenten overeenstemden met de werkelijkheid. Om die reden kon niet tot legalisatie door de Nederlandse ambassade in Accra worden overgegaan. Conform de thans geldende regelgeving wordt bij een voor legalisatie aangeboden document geverifieerd of dit door de bevoegde instantie is afgegeven, qua vorm voldoet aan lokaal geldende regels en is ondertekend door een daartoe bevoegd persoon. Het is niet gezegd dat instanties in Nederland dergelijke gelegaliseerde documenten zonder meer als rechtsgeldig zullen erkennen. Overigens is de constructie via de Ghanese ambassade, zoals in het laatste deel van het artikel beschreven, niet van toepassing omdat het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag slechts in Nederland afgegeven documenten kan legaliseren. Ghanese documenten voor gebruik in Nederland kunnen uitsluitend door de Nederlandse ambassade in Accra worden gelegaliseerd.