Chimpanseetjes bloeien net als mensen op door persoonlijke aandacht

Bij chimpansees leidt een gebrek aan aandacht in hun vroegste jeugd tot lagere intelligentie en een slechte hechting aan anderen. Ze vertonen daarbij precies hetzelfde patroon als mensen, zoals dat bekend is uit slechte weeshuizen uit Roemenië of Griekenland.

Dit blijkt uit een experiment onder leiding van de Leidse hechtingspsycholoog Rien van IJzendoorn. Daarbij werden twee groepen verweesde chimpansees verschillend door mensen verzorgd in de Great Ape Nursery in het Yerkes Primate Center in Georgia. De jonge apen hadden dus veel baat bij aandacht van niet-soortgenoten (Developmental Psychobiology, online 18 november).

In de jaren zestig, toen de hechtingstheorie van John Bowlby nog fonkelnieuw was, werden hartverscheurende proeven gedaan met aapjes die een metalen of stoffen kunstmoeder kregen. Het hechtingssysteem van mensapen bleek complexer dan dat van ‘lagere’ soorten. Alleen mensapen vertonen bijvoorbeeld de ‘onthechtingfase’ (detachment) als ze van een hechtingsfiguur worden gescheiden: ze maken zich langzaam emotioneel los van die figuur. In het nieuwe onderzoek is het belang van die hechting voor het eerst zo systematisch aangetoond.

Tot in de jaren zestig groeiden in Yerkes verweesde babychimpansees op in extreem isolement, met als gevolg grote problemen in het sociaal gedrag en het begrip van de omgeving. In de jaren zeventig werden verweesde babymensaapjes in kleine groepjes opgevoed. Pas eind jaren tachtig werden grotere groepen gemaakt, met interactie met menselijke verzorgers maar alleen met betrekking tot verzorging en voeding. Voor het huidige onderzoek kregen 17 babychimps bovenop die standaardverzorging tot hun eerste verjaardag doordeweeks vier uur qualitytime toegevoegd, met vijf verzorgers per drie à vijf chimps. Dan werd er gespeeld, verzorgd, gerust en gevoed in ongeveer hetzelfde ritme als chimpanseemoeders met hun kinderen doen. 29 andere chimps kregen slechts standaardverzorging.

Na negen maanden namen de onderzoekers een ontwikkelingstest voor chimpansees af. En als de chimps een jaar oud waren, werd de in hechtingsonderzoek klassieke ‘vreemde situatie procedure’ afgenomen, waarbij het kind (in dit geval de babychimp) een korte tijd alleen met een vreemdeling in een onbekende kamer is.

De meeste standaard opgevoede chimps vertoonden gedesorganiseerd hechtingsgedrag (72 procent). Dat is de meest onzekere vorm van hechting: angstig en repeterend gedrag en zelfs geen toenadering meer zoeken bij de vertrouwde verzorger als-ie weer terug is. Bij de babychimps met veel persoonlijke verzorging was maar 41 procent zo onzeker gehecht. Ook in cognitieve ontwikkeling bij negen maanden scoorden ze veel hoger. Op een schaal waarbij het menselijke gemiddelde 100 is, scoorden ze 110 (niet vreemd, omdat chimpansees veel sneller opgroeien) maar hun zonder persoonlijke aandacht opgegroeide lotgenoten scoorden maar 90. Hendrik Spiering