Bontmuts op kussens

Gepensioneerd ondernemer in badkuipen Jan van den Hoek: „Die ogen, die uitstraling.” Twaalf jaar geleden keek hij zijn eerste alpaca in de ogen bij een fokker in Noordwijk. „Ik was op slag verliefd.” Zijn vader was boer, vroeger hadden ze thuis varkens. koeien en schapen. „Maar dan zie je zo’n alpaca, nou, dat is heel wat anders.”

Nu lopen er in het weiland achter zijn landhuis in Numansdorp zeventig alpaca’s rond. Af en toe klinkt een zacht hummen. Het komt uit de kelen van de alpaca’s. Als je door je oogharen kijkt, kun je denken dat het lama’s zijn, of koningspoedels, of schapen met lange nekken. Ze dragen allemaal een bontmuts. Als de veulentjes liggen, zijn het net zwaantjes. Alpaca’s zijn nieuwsgierig. Ze komen langzaam naar je toe, wuivend met hun opplakwimpers. Maar als je je hand uitstrekt om je vingertoppen in die onwaarschijnlijk dikke vacht te stoppen, dan gaan ze er als een haas vandoor. Op kussentjes.

In het weiland staat een tuinstoel. Daarin zit Annie van den Hoek vaak zomaar een beetje te zitten, kijken naar de alpaca’s. „Dat geeft zo’n rust.” De dieren bewegen traag. „Je mag best weten”, zegt Jan van den Hoek, „er zitten er bij van 20.000 euro”. Hij wijst een wit, weelderig vrouwtje aan, dat samen loopt met haar iets minder wollige zus. „Zij heeft in Engeland op een show de eerste prijs gehaald. Haar wou ik per se hebben. Ze heet Juliana.”

Van den Hoeks alpaca’s komen oorspronkelijk uit Peru. Sinds 1994 mag Peru alpaca’s exporteren. Maar omdat de EEG-landen geen vergunning hadden voor het importeren van alpaca’s, haalde Van den Hoek zijn Peruanen uit Zwitserland. Maar sinds 2004 volgt ook Zwitserland het EU-besluit om, uit angst voor ziektes, geen dieren uit Peru te importeren. „Als je nu goed wil fokken, dan moet je een hengst kopen bij fokkers die destijds goed spul uit Peru hebben gekocht”, zegt Van den Hoek. Alpaca’s uit Chili, Bolivia en Canada zijn wel rechtstreeks te importeren.

De alpacamarkt staat in Nederland volgens Van den Hoek „nog in de kinderschoenen”. In Amerika is de prijs van een topdier 25.000 dollar. „Daar is zelfs al ooit een alpacahengst verkocht voor 300.000 dollar.” In Europa wordt 30.000 of 40.000 euro neergelegd voor een goede hengst. Bij Alpaca Holland in Numansdorp kost een veulen 7.000 à 8.000 euro. Maar wie alleen voor de sier alpaca’s in de tuin wil, die koopt al voor een paar duizend euro een dier. De prijs van een alpaca wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van zijn wol. De wol van een alpaca moet je voelen om te geloven hoe zacht die is. Het allerzachtst is alpacababywol. „Jan heeft zelfs sokken van alpacawol”, zegt Annie. Zelf draagt ze een zwarte mantel van alpacawol. „Ik zal het je laten zien”, zegt Van den Hoek en hij werpt zich op een bruine alpaca. Onder zijn oksel klemt hij de hals van het dier, zijn handen trekken de vacht open: weelderige wol met een krulletje erin. Dat krulletje noemt Van den Hoek „de krimp”. „En die krimp, daar gaat het om”, zegt hij.

Alpacawol is volgens de fokkers anti-allergisch, thermisch, zeven keer sterker dan schapenwol, waterafstotend en hij prikt niet. Fokkers leveren hun wol aan thuisspinners of aan een dekbeddenfabrikant die zijn dekens vult met alpacawol. Maar in Nederland zijn er nog te weinig alpaca’s om wolproductie rendabel te maken.

Op 16 maart van dit jaar was er voor het eerst in Nederland een grote alpacashow, in een manege in het Noord-Brabantse Hapert. Een Australische keurmeester beoordeelde de dieren op hun bouw, houding, gebit en natuurlijk de wol. Die dag deden er vijftien dieren van Alpaca Holland mee. Tien gingen met een eerste prijs naar huis. Peruvian Beatrice was Grand Champion 2008.

Weet Van den Hoek hoe alpacavlees smaakt? Hij moet lachen, van de schrik. „Ik heb het hart niet”, zegt hij. „Wij vinden ze te mooi om op te eten.” Een keer was Van den Hoek op bezoek bij een boer die alpaca’s en lama’s had. „Die man zei: binnenkort leg ik een lama in de diepvries. Die zat daar niet zo mee. En in Peru eten ze ze wel, net als wij schapen. Het schijnt goed te eten te zijn, maar het is geen delicatesse, een soort schapenvlees, maar dan neutraler van smaak.” In Australië, waar massaal alpaca’s worden gehouden, zijn fokkers wel bezig om slagers en restaurants te interesseren voor vlees van hengstjes waarmee niet wordt gefokt. „Maar dat is allemaal heel pril”, zegt Van den Hoek.

In het Groningse dorp Meeden, vlakbij de Duitse grens, is de Alpaca Ranch van landbouwer Gert Joling en zijn vrouw Margreet. Zij zijn medeorganisator van de alpacashow in Hapert, „de eerste internationale alpacashow in de Benelux”. „In het begin was ik helemaal niet zo gecharmeerd van dat gekke spul”, zegt Margreet. Gert had ze op internet gezien. Vossen hadden al hun pauwen, kippen en geitjes opgegeten en nu was hij op zoek naar „iets grappigs voor in het weiland”. Gert: „Ik dacht: wat is dat voor iets geks?”

Voor de hobby is zo’n alpaca nogal aan de prijs, zegt hij, maar als je gaat fokken, kun je er geld mee verdienen. Dus gingen de Jolings op pad om zich „te oriënteren”. Toen Margreet voor het eerst in levenden lijve een alpaca zag, was ook zij „meteen verkocht”. „Die oogopslag, hè?” Margreet en Gert zeiden tegen elkaar: „Wat doen we: laten we de achterkamer opknappen of steken we ons geld in alpaca’s?”

Nu, drie jaar later, grazen er achter hun monumentale Oldambtser boerderij uit 1835 twintig alpaca’s in de wei. De Jolings willen uiteindelijk een kudde van zo’n vijftig dieren. Gert en Margreet leggen zich toe op de promotie van de alpaca. Ze versturen elke maand per e-mail 1.300 nieuwsbrieven. En ze organiseren cursussen: een introductiecursus voor mensen die overwegen alpaca’s aan te schaffen en een cursus Alpaca Birthing and Cria Care voor mensen die al alpaca’s hebben (een alpacaveulen heet een cria). Ze geven workshops scheren en cursussen ‘fotograferen tussen de alpaca’s’. Op hun website staat een filmpje dat laat zien hoe je een alpaca halstermak kunt maken. De cursussen zijn tot ver in 2009 volgeboekt. Het afgelopen jaar voerden ze gesprekken met wel veertig, vijftig geïnteresseerden. „Vaak westerlingen die de drukte willen ontvluchten en hier een boerderijtje met een lapje grond op de kop willen tikken. Die zoeken er wat extra’s bij. Juist die mensen zijn gebaat bij voorlichting”, zegt Gert. „Er zijn er die het verschil tussen een mannetje en een vrouwtje niet kennen.”

De klanten van de Alpaca Ranch zijn divers. Er zijn kopers die hun vakantie opgeven voor de aanschaf van een paar dieren. En er zijn bemiddelde gepensioneerden die een interessante tijdbesteding zoeken. Een zorgboerderij kocht een paar alpaca’s voor „een stukje therapie met dieren”. En een verhuurder van trouwauto’s heeft gecastreerde hengstjes „als grasmaaier” staan. Voor veel klanten is het een hobby, zegt Gert Joling, al hopen ze bijna allemaal er op den duur ook geld mee te verdienen.

Jolings collega-boeren zijn sceptisch. „Die lachen maar wat. Ze denken dat een alpaca een veredeld schaap is. Als je vertelt wat je betaalt, schrikken ze. Maar ik raad iedereen aan: schapen de deur uit, alpaca’s erin.” Alpaca’s zijn makkelijk te houden, zegt Joling. Hij somt de voordelen op. Ze hebben niet heel veel ruimte nodig. Ze zijn bijna nooit ziek. Ze stinken niet. Ze lopen het gras niet kapot. Ze poepen altijd op dezelfde plek. Ze vinden het lekker om op de grond te rollen, maar dat doen ze dan altijd in de zandbak. En omdat ze geen intensieve verzorging nodig hebben, kun je er makkelijk een baan naast hebben. Margreet Joling, bijvoorbeeld, staat ook nog twee dagen voor de klas.

De alpacamarkt is volgens Joling nog lang niet verzadigd. „Er is meer vraag dan aanbod”, zegt hij. „En de markt groeit heel langzaam. Een alpacamerrie krijgt – als alles goed gaat – een keer per jaar een jong.” Daarom is de alpacafokkerij volgens hem ook niet te vergelijken met de mislukte struisvogelfokkerij in Nederland. „Een struisvogel legt elke drie weken een ei. En struisvogels moesten concurreren op de vleesmarkt. Zoek daar nog maar eens een plekje. Alpaca’s zijn hobbydieren, dat is een heel ander segment. Ik zie de komende vijftien jaar geen problemen.”

Fokker Van den Hoek wil nog even een misverstand uit de wereld helpen: „Van dat spugen. Dat is zo’n opgeblazen verhaal.” Ze kunnen spugen, zegt hij, maar een goede alpaca doet dat niet. „In mijn kudde zit er niet een verkeerde bij.” Een dier dat naar hem zou spugen „gaat er meteen uit”. Een alpaca spuugt als hij stress heeft, zegt Van den Hoek, bijvoorbeeld als hij wordt geschoren. „Dan komt die drab wel boven. Dat stinkt verschrikkelijk; een heel zure lucht. En – dat moet ik er eerlijk bij zeggen – onderling spugen ze wel naar elkaar, bij het voeren, als ze eten van elkaar willen afpakken. Maar dat is meer blazen, alleen komt er wel wat vocht mee.” Maar ze spugen nooit gericht naar mensen. „Dat doen lama’s ook niet. Maar hoe gaat dat in de dierentuin? Mensen weten dat zo’n dier het kan, dus pesten ze net zo lang totdat het gaat spugen.” Daarom heeft hij tien meter ruimte gemaakt tussen zijn weiland en het fietspad. „Daar fietsen veel schoolkinderen. Die stappen af en dan hoor ik ze zeggen: ‘kijk lama’s, die spugen!’.”

alpaca-ranch.nl en alpacaholland.nl; Meer foto’s op nrc.nl/binnenland