Alchemist in vilt

Viltkunstenaar Claudy Jongstra krijgt de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs. Daarmee wil ze een verfplantentuin aanleggen.

Haar kunst hangt in gerenommeerde musea als het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Museum of Modern Art in New York en het Victoria & Albert in Londen. Ze maakte vilt voor kledingontwerpers als John Galliano, Donna Karan en Christian Lacroix. Ze ontwierp stoffen voor kostuums voor de Star Warsfilm The Phantom Menace en krijgt steeds meer opdrachten voor vilttoepassingen in interieurs van buitenlandse architecten. Volgende week krijgt ze de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs. Heeft viltkunstenaar Claudy Jongstra (1963) na een carrière van vijftien jaar niet reeds alles bereikt wat ze zich wensen kan?

„Ik heb juist het gevoel dat ik net begonnen ben”, zegt Jongstra in haar woning op het Friese platteland. „Wat ik nog wil bereiken, is verdieping in mijn werk. Wat de buitenwereld betreft, ben ik tevreden. Ik werk samen met topvormgevers en mijn werk wordt internationaal erkend. Maar het viltproces zelf, daar zitten nog kanten aan waarin ik me verder kan specialiseren.”

Ze is nu bezig zoveel mogelijk kennis te vergaren over kleuren, vertelt ze. „De kennis van wol en verviltingstechnieken, die heb ik wel in de vingers, al gaat ook die studie altijd door. Ik wil nu alles weten van planten, kruiden en kleuren.” Het geld dat ze met de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs krijgt – 50.000 euro – wil ze besteden aan de aanleg van een verfplanten- en kruidentuin bij haar huis. „Die tuin moet uitgroeien tot een kenniscentrum over natuurlijke kleuren.”

Als ze die tuin heeft gerealiseerd, heeft Claudy Jongstra alle schakels van het viltproces in eigen hand: ze heeft al een eigen schaapskudde van 150 Drentse heideschapen en Gotlanders en een eigen wolververij. „Die onafhankelijkheid vind ik heel belangrijk. Ik wil als een alchemist onderzoek doen naar kleuren. Dat is lastig uit te besteden. Die diepgravende kennis lees je uiteindelijk terug in het vilt, als een handtekening. Maar ook de kwaliteitscontrole en de onafhankelijkheid van toeleveranciers vind ik belangrijk. Het is een soort statement: ik wil doen wat ik moet doen los van de rest van de wereld.”

En dan heeft ze nog het verlangen om alleen maar vrij werk te maken. Zonder wensen en randvoorwaarden van architecten en andere opdrachtgevers. „Daarmee ben ik al een aardig eind op weg.” Voor een recente tentoonstelling in het Tilburgse museum De Pont, samen met schilder Marc Mulders, maakte ze voor het eerst vrij werk. „Vrijwel altijd krijg je bij een opdracht een wand of ruimte toegewezen, waarbij wordt vermeld hoe groot het werk mag zijn en welke kleuren gewenst zijn. Ik zou graag werken aan projecten waarbij je alle vrijheid krijgt. Zo van: ‘dit is het gebouw, doe maar iets’.”

Jongstra houdt van het grote gebaar, legt ze uit. „Met mijn vilt wil ik meters maken. Ik kan wel een sjaal maken, maar dan kan ik niet voluit gaan, daarin kan ik geen wereld scheppen. Daar heb ik niet de behoefte het aan te raken, zoals bij een wandvullend werk.” Onderzoeksinstituut TNO ontwikkelde een steunweefsel van laminaat, zodat Jongstra’s vilt te gebruiken is als behang. Ze werkt ook regelmatig samen met TNO bij onderzoek naar bijvoorbeeld lichtechte kleuren en mengtechnieken. Door Syntens, het innovatie-ondersteunende bureau van de overheid, werd ze uitgeroepen tot een van de meest innovatieve ondernemers van Friesland.

De modewereld heeft ze inmiddels achter zich gelaten. Alleen voor couturier Alexander van Slobbe maakt ze nog vilt. „Omdat hij iemand is die mijn materiaal nooit geweld zal aandoen.”

Jongstra ziet nog tal van ontwikkelingsmogelijkheden voor zichzelf. Zo veel zelfs dat ze – naast zes andere medewerkers – een artistiek partner heeft die haar „op het rechte pad moet houden”. „Dat is echt noodzakelijk, want anders zou ik zwichten voor allerlei verleidingen die me afbrengen van mijn wens om me verder te verdiepen in diverse aspecten van het vilten.” Zo is ze door een autofabrikant benaderd om bekleding voor autostoelen te maken. Tot nu toe is ze alleen ingegaan op het verzoek van vloerenfabrikant Forbo om marmoleum te ontwerpen. Ze pakt een monster van de vloerbedekking. „De kleuren en de uitstraling van de Friese klei”, legt ze uit. „Het voordeel van die samenwerkingsverbanden zou zijn dat je een constante bron van inkomsten hebt uit royalties. Maar als ik die verdieping wil bereiken, moet ik me concentreren en geen zijwegen inslaan.”