Afrika wil één klimaatbeleid

Afrikaanse landen zullenvoor het eerst gezamenlijk optreden tijdens de klimaatconferentie van de Verenigde Naties volgende maand in het Poolse Poznan. Dat hebben delegaties van de 53 Afrikaanse landen gisteren besloten op een bijeenkomst in Algiers.

Door als een blok de onderhandelingen in te gaan, hopen ze hun standpunt beter te kunnen verkopen. In het verleden gingen de Afrikaanse landen met verschillende visies naar klimaatconferenties. Ze lieten zich vaak leiden door het standpunt van grote geldschieters, zonder een duidelijke eigen visie.

Bovendien maakte Afrika deel uit van de groep ‘ontwikkelingslanden’, die geen verplichtingen opgelegd kregen in het Kyoto-protocol (1997), waarin wereldwijd afspraken zijn gemaakt om klimaatverandering te bestrijden. Bij die ontwikkelingslanden horen ook landen als China, inmiddels uitgegroeid tot de grootste ‘klimaatvervuiler’ van de wereld, en Saoedi-Arabië, als olieproducent doodsbang dat de oliehandel beperkingen krijgt opgelegd. „De politiek van de lege stoel is voorbij”, zei de Algerijnse minister van Milieu Cherif Rahmani gisteren.

Afrika is het continent dat het minst (slechts 7,5 procent) bijdraagt aan de uitstoot van broeikasgassen, die verantwoordelijk worden gehouden voor de opwarming van de aarde, maar die daarvan de grootste gevolgen ondervindt. Deskundigen van de Verenigde Naties verwachten dat 250 miljoen Afrikanen rond 2020 zwaar te lijden zullen hebben door extreme droogte. Daarnaast wordt ook gevreesd voor periodes van zware regenval en overstromingen.

Probleem voor Afrika is dat het nauwelijks in staat is invloed uit te oefenen op de onderhandelingen. De landen die aan de conferentie in Algiers deelnamen hebben daarom besloten zoveel mogelijk steun te zoeken bij de Europese Unie. (AFP)