Zorg botst met VWS over wet

Instellingen voor geestelijke gezondheidszorg weigeren in januari een nieuwe wet door te voeren. In deze wet staat dat instellingen van tevoren moeten aangeven hoeveel psychiatrische of psychologische hulp iemand nodig heeft. Daardoor kunnen zorgverzekeraars nauwkeuriger een vergoeding vaststellen.

De overkoepelende vereniging GGZ Nederland heeft vanochtend laten weten dat de zwaarte van een behandeling zeer moeilijk te bepalen is, maar ze vindt ook dat haar leden dit jaar te veel nieuwe wetgeving moeten invoeren. „We kunnen het administratief niet meer aan”, zegt voorzitter Marleen Barth van GGZ Nederland.

Tot vorig jaar viel de geestelijke gezondheidszorg onder de AWBZ. Dit jaar werd een deel van de financiering overgeheveld naar gemeenten, de nieuwe zorgverzekering en justitie. GGZ werken nu dus met vier financieringssystemen.

Bovendien zijn veel instellingen in financiële problemen gekomen, omdat ze sinds dit jaar pas betaald krijgen na een behandeling. Hierdoor ontstond een gat in hun begrotingen. Om niet failliet te gaan moesten ze tot nu toe 1,25 miljard euro lenen, ongeveer eenderde van hun jaaromzet.

Staatssecretaris Bussemaker (VWS, PvdA) gaat ervan uit dat de instellingen „meewerken aan uitvoering van parlementaire besluiten”, aldus een woordvoerder van het ministerie.