'Wie meisjes tegenhoudt bij de grens, is te laat'

Het kabinet probeert vrouwenhandel tegen te gaan door slachtoffers in Afrika tegen te houden. Dat werkt niet, zeggen hulpverleners van BLinN. En de nazorg schiet tekort.

Het idee lijkt niet zo gek. Om te voorkomen dat Afrikaanse meisjes door mensenhandelaren naar Nederland worden gebracht om ze te laten werken als prostituee, zorg je ervoor dat ze hun eigen land niet verlaten. Dat gebeurde begin dit jaar bij wijze van proef. De Tweede Kamer sprak er vorige week over.

Staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) zond het zogenoemde Snelle Actie Team, bestaande uit mensen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, naar Nigeria. Dit team controleerde een maand lang rechtstreekse KLM-vluchten van Nigeria naar Nederland op potentiële slachtoffers. Een meisje dat alleen reist, zonder een retourticket of met een vals paspoort, kan duiden op mensenhandel. Volgens Albayrak hebben de teams een preventieve werking en wordt mensenhandel zo tegengegaan. Sanne Kroon van Bonded Labour in Nederland (BLinN), een aan Humanitas en Oxfam Novib verbonden organisatie die slachtoffers van mensenhandel ondersteunt, gelooft dat niet.

Elk meisje – het zijn meestal meisjes – dat niet vertrekt, is er één. Waarom werkt deze aanpak niet?

„Als ze terugkomt bij haar ouders, wordt ze meestal niet met open armen ontvangen. Ze hebben vaak grote schulden gemaakt om haar te laten vertrekken, soms een stuk land of een huis moeten verkopen. De handelaren beloven dat ze een goede baan kan krijgen, bijvoorbeeld in de horeca, zodat ze de schuld kan afbetalen en geld kan verdienen voor de familie. Ze weten vaak niet dat de dochters in de prostitutie terechtkomen en extreem worden uitgebuit. Of ze weten wel dat het gebeurt, maar hopen dat hún dochter tot de uitzonderingen behoort die het niet overkomt. Het enige dat ouders kunnen doen, is haar opnieuw meegeven aan de handelaar.”

Maar als ze op de luchthaven worden tegengehouden, houdt het op.

„Bij een verscherpte controle zullen hun handelaren een andere maatschappij kiezen of ze laten ze vertrekken uit een van de omringende landen. Het kan zelfs nadelig uitwerken voor een meisje. Als een handelaar opnieuw kosten moet maken, of meer kosten door een omweg, berekent hij dit aan haar door. Bovendien was er voorafgaand aan de proef met het Snelle Actie Team net een bende van Nigeriaanse mensenhandelaars opgerold [de Koolviszaak, red.]. Dat betekent ook dat er begin dit jaar minder meisjes gerekruteerd en verhandeld werden.”

Albayrak wil juist dat ook andere landen met Snelle Actie Teams gaan werken om een mogelijk waterbedeffect tegen te gaan.

„De staatssecretaris wil de grenzen barricaderen. Als je potentiële slachtoffers bij de grens aanhoudt, ben je te laat. Dan zijn ze al gerekruteerd. Dan kun je niet meer voorkomen dat ze slachtoffer worden. Het is beter om de beschikbare capaciteit te gebruiken om de handelaren die de vrouwen rekruteren en uitbuiten op te sporen en te vervolgen. Het is gekkenwerk om ieder land te vragen van die teams in te zetten. Je kunt toch niet alle vluchten naar Europa vanuit bijvoorbeeld Nigeria én de omringende landen gaan controleren? Veel vrouwen worden al via land- en zeeroutes naar Europa gebracht; die routes zullen dan meer gebruikt worden.”

Als slachtoffers in Nederland worden aangetroffen, hoe worden ze dan geholpen?

„Als slachtoffers van mensenhandel in Nederland worden aangetroffen, krijgen ze de zogenoemde B9-regeling aangeboden. Ze krijgen drie maanden bedenktijd om te beslissen of ze meewerken aan een strafprocedure. Dat kan aangifte zijn, maar ze kunnen zich ook beperken tot het geven van informatie. Het probleem is, dat de vrouwen doodsbang zijn voor de politie. In hun thuisland is de politie vaak een vijand, de mensenhandelaren hebben hun verteld nóóit iets tegen de politie te vertellen. Anders zullen er de ergste dingen gebeuren met hen en met hun familie. Dat zijn geen loze bedreigingen. Meestal is die angst niet na drie maanden verdwenen. Maar als ze niet meewerken, hebben ze na die periode geen recht op bescherming, verblijf of andere hulp.”

Als ze wel meewerkt, is het meisje of de vrouw dan verzekerd van bescherming?

„Nee. Dat vinden wij een tweede zwak punt van de regeling. Als het niet tot een rechtszaak komt, bijvoorbeeld bij gebrek aan bewijs en dat komt nogal eens voor, dan vervalt de B9-regeling. Dan is het: ‘Aju, bedankt voor de moeite’. Tenzij de procedure langer heeft geduurd dan drie jaar. Dan krijgt ze wel een verblijfsvergunning.”

Albayrak zegt: we kijken ook naar individuele gevallen. In extreme gevallen heb ik de bevoegdheid om dan uitzonderingen te maken.

„Ja, maar alleen als de politie en het Openbaar Ministerie een zaak aan haar voorleggen. Juist vrouwen die het zwaarst bedreigd worden, durven niet met de politie te praten. Zij blijven verstoken van hulp en bescherming. En nog iets: Wat zijn extreme gevallen? Dat brengt willekeur met zich mee.”

Hoe zou het beter kunnen?

„Naast de politie zouden ook andere organisaties slachtoffers moeten kunnen aanwijzen die dan recht op bescherming hebben. Natuurlijk moeten dat wel mensen zijn die de expertise hebben om slachtoffers te herkennen. Als de vrouwen de tijd krijgen, durven ze later misschien wel aangifte te doen. Daar is de opsporing alleen maar bij gebaat.”