Weg spirituele kunstkijkervaring

Het oudere echtpaar was gemotiveerd aan de tentoonstelling van Wendelien van Oldenborgh in het Rotterdamse kunstcentrum TENT begonnen. Voor twee euro hadden ze een gidsje met achtergrondinformatie gekocht. Geïnteresseerd lazen ze de zaaltekst bij de entree. Maar al in de eerste zaal ging het mis. „Ze hadden wel eens wat bankjes mogen neerzetten”, mopperde de vrouw toen ze vijf minuten naar een dia-installatie had staan kijken. De resterende negen minuten hield ze voor gezien. Een paar zalen verder gebeurde hetzelfde. Van Oldenborghs nieuwe videowerk Maurits Film (45 minuten) boeide wel, maar een van de twee krukjes was al bezet. En op het tapijt neervlijen, zoals andere bezoekers deden, was voor het echtpaar geen optie.

Toch zonde. Heb je als tentoonstellingsmaker een veelbelovende jonge kunstenaar uitgenodigd die echt wat te melden heeft, een architect in de arm genomen die de expositieruimte fraai vertimmerd heeft tot filmhuis – en dan vergeet je fatsoenlijke zitmeubels neer te zetten.

Er wordt weleens beweerd dat mensen de tijd en rust niet meer hebben om goed naar een kunstwerk te kijken. Dat geloof ik niet. In de Londense Tate Britain, op het overweldigende retrospectief van Francis Bacon, zag ik hoe bezoekers de schilderijen minutenlang in zich opnamen. Gemoedelijk rug aan rug zaten ze, op banken van zacht zwart leer, ademloos starend naar de opengesperde monden en getergde lijven. Ook waren er opvallend veel jonge kunststudenten die geduldig de contouren schetsten van Bacons worstelaars.

Voor een optimale kijkervaring moeten de omstandigheden een beetje meewerken. Een vakantie bracht mij laatst in de Rothko Chapel in Houston, een bedevaartsoord voor Rothko-fans. Vlak voor zijn dood in 1970 creëerde de Amerikaanse kunstenaar hier een intiem, achthoekig heiligdom met op iedere wand een immens zwart schilderij. Een plek, zo had de website beloofd, waar je in alle stilte kon wegdromen bij de oneindige diepte van Rothko’s zwarte doeken. Jammer alleen, dat bij mijn bezoek net de voorbereidingen voor een lezing werden getroffen. Vrijwilligers schoven met plastic stoeltjes, terwijl een techneut de microfoon testte. Weg spirituele kunstervaring.

Rothko wist als geen ander hoe de wijze van tentoonstellen de kijkervaring kan beïnvloeden. Hij stelde strenge eisen aan de manier van ophangen – dicht op elkaar en in kleine ruimtes, zodat de kijker geen stap meer terug kan doen – en weigerde zijn schilderijen naast die van anderen te hangen. Rothko wist ook als geen ander dat kijken tijd kost. Op foto’s is hij haast nooit al schilderend te zien. Meestal zit hij in een luie stoel, sigaretje in de hand, naar zijn eigen doeken te staren.

Met het overzicht van zijn late series in Tate Modern, een tentoonstelling die zo mogelijk nog indrukwekkender is dan die van Bacon, zou Rothko intens tevreden zijn geweest. Nooit zag ik zoveel mensen zo lang gehypnotiseerd naar een schilderij kijken. Alsof er op de doeken films te zien waren in plaats van varianten in rood, bruin en zwart. En wat me in de Rothko Chapel niet was gegund, kreeg ik daar, te midden van honderden andere kunstfreaks wel: een kippenvelmoment.