Voorlopig geen staatshulp voor Amerikaanse auto-industrie

Het Amerikaanse Congres stelt hulp aan de noodlijdende autobranche na twee dagen van hoorzittingen met de autobedrijven uit tot december. Politici konden het er gisteren niet over eens worden of de automakers steun verdienen, hoe hoog die zou moeten zijn en waar het geld vandaan zou moeten komen. De autofabrikanten moeten voor december een plan schrijven over hoe ze denken uit de problemen te komen. Congresleden verlaten Washington nu voor een reces.

Het bericht dat er voorlopig geen hulpplan komt, was een belangrijke reden voor een grote daling op Wall Street gisteren. De Dow-Jonesindex daalde 5,6 procent. In Azië en Europa volgden de beursgraadmeters deze daling niet. De Amsterdamse AEX-index stond rond het middaguur op een plus van 1 procent.

In de VS richtten beleggers zich puur op de autosector. Eerder deze week getuigden de topmannen van de ‘Grote Drie uit Detroit’, General Motors, Chrysler en Ford, in het Congres over hun situatie. GM en Chrysler zeiden op korte termijn overheidssteun nodig te hebben omdat faillissement dreigt. GM lijdt nu 2 miljard dollar (1,6 miljard euro) verlies per maand en er wordt gevreesd voor de toekomst van het concern.

Het leek er gisteren op dat er een akkoord zou worden bereikt. Enkele senatoren van de Democratische en de Republikeinse partij meldden ’s middags dat er een compromis zou zijn. Later bleek dat deze senatoren slechts voor zichzelf spraken. „De autofabrikanten moeten ons een plan laten zien, voordat wij hun geld kunnen tonen”, zei de Democratische voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi.

Het probleem is verworden tot een politieke patstelling. Aan de ene kant is er angst dat de werkloosheid bij het omvallen van de branche enorm zal stijgen. De auto-industrie is inclusief fabrieken, dealers en onderdelenproducenten naar eigen zeggen goed voor bijna eentiende van alle banen in de VS. Sommige Democraten willen de autoproducenten daarom geld geven uit het noodfonds van 700 miljard dollar, oorspronkelijk bestemd voor de financiële sector.

Een aantal Republikeinen meent daarnaast dat het noodfonds niet bedoeld is voor de autobranche. Zij vinden dat die hadden moeten investeren in milieuvriendelijker auto’s. Door de hoge olieprijs van afgelopen zomer en de gevolgen van de crisis zijn Amerikanen minder geïnteresseerd in de benzine slurpende auto’s die de Grote Drie maken. Ze willen liever milieuvriendelijker auto’s van de concurrentie uit Europa en Azië.

Om de autofabrikanten bij te staan, stelde het Congres begin oktober een fonds in van 25 miljard dollar. De automakers mochten daaruit tegen lage rente van de overheid lenen, op voorwaarde dat zij dit geld zouden investeren in de productie van schonere auto’s. De exacte regels daarvoor zijn echter nog niet bepaald en het geld is daarom nog niet vrij.