Vaderlijk welkom voor Van der Laan

Noem het een opwarmrondje. Aan het einde van een debat over Marokkaanse overheidsbemoeienis met Nederlandse onderdanen maakte Eberhard van der Laan (PvdA), de nieuwe minister van Wonen, Wijken en Integratie, zijn debuut in de Tweede Kamer. Hij beantwoordde gisteravond een paar vragen die collega’s Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) en Hirsch Ballin (Justitie, CDA) voor hem overlieten.

Hirsch Ballin nam uitgebreid de tijd zijn nieuwe collega te verwelkomen. Door zijn gebrek aan ervaring in de Haagse politiek rekent Hirsch Ballin de nieuwkomer „vooralsnog tot de categorie normale mensen”. Met vaderlijke trots keek hij toe terwijl Van der Laan de eerste woorden tot de Kamer sprak.

De mores van de Kamer moest Van der Laan zich duidelijk nog eigen maken. Het eerste het beste Kamerlid dat hij in zijn blikveld kreeg, wilde hij het woord geven. De Kamervoorzitter maakte ogenblikkelijk duidelijk dat niet hij, maar zij over de orde van de vergadering gaat. „Ik maak het nog even af”, zei Van der Laan daarop verontschuldigend tegen het Kamerlid. „Dan mag u.”

Steun kwam uit onverwachte hoek. Rita Verdonk, een van zijn voorgangers, zei „alle vertrouwen” in de nieuwe minister te hebben. „Want slapper dan de vorige, dat is onmogelijk.”

Het jonge Kamerlid Tofik Dibi (GroenLinks) verwelkomde Van der Laan met een ander gemoed. „Ik vind het nogal onwerkelijk om u daar zo te zien zitten. Ik was namelijk erg gesteld op Ella.”