Uithollen recht van voorkoop onnodig

Het recht van voorkoop wordt uitgehold. Het principe dat alle bestaande aandeelhouders mogen deelnemen aan een claimemissie met korting is een cruciaal geloofsstuk van het Europese kapitalisme. Althans, dat was tot voor kort zo. De Spaanse bank Santander en het Britse Barclays hebben hun aandeelhouders de afgelopen weken met een kluitje het riet ingestuurd.

De zwaar gekorte claimemissie van de Spaanse bank, ter waarde van 7,2 miljard euro, was niet toegankelijk voor de 1,8 miljoen kleine aandeelhouders uit Engeland. Zij nemen misschien slechts 6 procent van het kapitaal van Santander voor hun rekening, maar vertegenwoordigen wel 60 procent van alle aandeelhouders. Deze grote groep, die bestaat uit beleggers in voormalige, door Santander overgenomen Britse building societies (een soort hypotheekbanken), zal in ieder geval nog enigszins worden gecompenseerd voor de verwatering die hun belangen zullen ondergaan, al gaat het waarschijnlijk maar om een schijntje.

Toch is dat meer dan wat de aandeelhouders van Barclays hebben gekregen. Het bestuur van die Britse bank wilde aanvankelijk op één na alle bestaande aandeelhouders links laten liggen, om 5,8 miljard pond (6,9 miljard euro) te kunnen binnenhalen van beleggers uit het Midden-Oosten (de Qatarezen hadden al een belang in Barclays).

Een opstand over de dreigende verwatering dwong Barclays op zijn schreden terug te keren. De aandeelhouders kregen een fooi toegeworpen – 500 miljoen pond van de 3 miljard pond aan preferente aandelen, maar zonder de ‘warrants’ (garanties) die de sjeiks wel kregen.

De twee banken hebben verwezen naar de noodzaak om snel te handelen, maar dat excuus gaat in dit geval niet helemaal op. Als Santander niet zo hardnekkig verzet had geboden tegen het binnenhalen van extra kapitaal, zou de lange acceptatieperiode voor claimemissies die in Groot-Brittannië is voorgeschreven niet zo’n groot bezwaar zijn geweest. Hetzelfde geldt voor Barclays, waarvan de plotselinge kapitaalbehoefte enigszins kunstmatig in het leven werd geroepen.

Geen van beide instellingen wilde per se korte metten maken met het recht van voorkoop. Maar het is wel wat al te makkelijk om buitengewone omstandigheden de schuld te geven van een precedent scheppende schending van langgekoesterde principes. Het reële risico bestaat dat hiermee de deur wordt opengezet voor verdere schendingen, met minder excuses. Die deur moet juist potdicht blijven.

Jeffrey Goldfarb

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.