Op handelsmissie over de taalgrens

Opsplitsing is in België de trend. Rijke Vlamingen tegenover arme Walen. Toch verandert er iets. En is Wallonië trouwens wel zo arm?

Het mooiste zou het zijn als er een prins bij was. Net als bij de handelsmissies van België naar China of Zuid-Afrika. Kroonprins Filip had het tijdens zo’n reis een keer over mensen en partijen, zoals het Vlaams Belang, die zijn land „kapot” willen maken. Dan zou de prins toch wel zijn best willen doen om het land bij elkaar te houden?

Volgend jaar gaan Vlaamse en Franstalige ondernemers weer op handelsmissie. Niet in het buitenland deze keer. Ze gaan naar de andere kant van de taalgrens, naar plaatsen als Kontich, Zwijnaarde en Louvain-La-Neuve. Omdat ze elkaar slecht kennen, zegt voorzitter Marc Henri De Bruyne – Franstalig – van BE4Business die de reis organiseert, de eerste handelsmissie in eigen land. „Vaak doen bedrijven al jaren zaken met een leverancier in Duitsland, ook al is er een leverancier vlakbij in Vlaanderen of Wallonië.”

De reis duurt drie dagen. Er zijn speed dating-sessies, in de bus kan worden genetwerkt, ’s avonds is er een cocktail. BE4Business heeft een brief geschreven aan het koninklijk huis. Maar dat reageert altijd op het laatste moment, zegt De Bruyne. Misschien gaat er straks ook een prins mee.

Rudy Aernoudt – hoogleraar en ex-topambtenaar – herinnert zich een handelsmissie naar China met de prins. In het gebouw van de bijeenkomst stonden drie bordjes om Chinese ondernemers de weg te wijzen: Brussel, Vlaanderen, Wallonië. „Ik zag een Chinees met zweet op zijn voorhoofd, hij zei: I’m looking for the seminar about Belgium.”

Aernoudt is een Vlaming, maar kent Wallonië goed. Als kabinetschef van verschillende ministers ging hij over het economische beleid van Vlaanderen, Wallonië én van de federale overheid. In 2001 spraken politici af dat de federale overheid niet langer verantwoordelijk is voor de promotie van bedrijven in het buitenland. Belgische ambassadeurs mogen zich daar niet meer mee bezighouden. Als de topman van Samsung bij een ambassadeur komt omdat hij wil investeren in België, moet de ambassadeur eerst vragen: waar wilt u investeren? En dan moet hij de man doorverwijzen naar de handelsattachee van die regio op de ambassade. Dat werkt natuurlijk niet, zegt Aernoudt. „De baas van Samsung wil gewoon zaken doen met de ambassadeur.”

[Vervolg België: pagina 14]

België

Vlamingen dreigen in oude fout van Walen te vervallen

[Vervolg van pagina 13] Toen Rudy Aernoudt voor de federale regering werkte, wilde hij een boek uitgeven, samen met regionale overheden. How to invest in Belgium and its regions, moest het heten. Op de omslag wilde hij een webadres zetten dat eindigde op .be, zoals alle webadressen in België. „Dat mocht niet van de Vlamingen. Het moest .com zijn. Iets neutraals.” Het boek is er nooit gekomen.

Vorige maand maakte de Vlaamse regering bekend dat ze een eigen domeinextensie gaat aanvragen voor internetadressen. Vlaanderen denkt aan .vla of .fla.

Kris Peeters, de christen-democratische minister-president van Vlaanderen, wil meer. De regio’s moeten nieuwe bevoegdheden krijgen, vindt hij. Ook op economisch gebied. En hij is niet de enige. Vrijwel alle partijen in Vlaanderen zijn voor een ‘staatshervorming’. Franstalige politici zijn bang dat er daardoor een einde komt aan de solidariteit tussen het rijke Vlaanderen en het minder welvarende Wallonië.

Arbeidsmarktbeleid is een van de gevoelige punten. Minister-president Peeters wil dat de regio’s daar helemaal zelf verantwoordelijk voor worden. „In Vlaanderen zullen we moeten inzetten op het verhogen van de werkzaamheidsgraad van 50-plussers; in Wallonië en in Brussel is er vooral de uitdaging van de jongerenwerkloosheid. Daar moet dus verschillend beleid gevoerd worden.”

Het is nu een beetje alsof je twee patiënten hebt, met verschillende ziekten, die je allebei hetzelfde pilletje geeft, zegt Peeters.

Waarom zou één dokter – de Belgische regering – niet verschillende medicijnen kunnen voorschrijven? „Maar dan is de vraag”, zegt Peeters, „waarom kan ik die medicijnen niet krijgen bij mijn lokale Vlaamse huisarts. De beste arts is degene die de patiënt het beste kent.”

Bovendien, zegt hij, de federale overheid slaagt er al jaren niet in beide patiënten beter te maken. Vlaanderen, Wallonië en Brussel hebben al hun eigen arbeidsbureaus. Een Vlaamse werkloze gaat naar de VDAB, een Waalse naar Le Forem.

Kris Peeters wil niet, zegt hij, dat een Waalse werkloze minder geld krijgt dan een Vlaamse. De sociale zekerheid dient federaal, dus Belgisch, te blijven.

Is de taalgrens ook een economische grens? Be4Business, dat de handelsmissies naar de andere kant van de taalgrens organiseert, kreeg vragen van deelnemers. Sommigen waren bang dat ze moeite zouden hebben met het Nederlands of Frans. De presentaties worden daarom in het Engels gegeven.

Toch doen Vlamingen en Walen veel zaken met elkaar, zegt Rudy Aernoudt. Toen hij voor de Waalse overheid werkte, liet hij het onderzoeken: één op de vier bedrijven heeft filialen langs beide zijden van de taalgrens. „Dat is ongelooflijk veel als je bedenkt dat er ook veel kleine bedrijven bij zitten. De afgelopen jaren zijn Vlaamse bedrijven naar Wallonië gegaan omdat daar meer ruimte is.” De grond is er goedkoper. In heel België zie je ook dezelfde supermarktketens: Carrefour, Delhaize, Colruyt.

Maar, zegt Rudy Aernoudt, door de regionalisering in België krijgen ondernemers die de taalgrens oversteken wel steeds vaker te maken met andere regelgeving. Milieuregels zijn nu al Vlaams, Waals of Brussels. Voor bedrijven is dat niet handig. Maar de verschillende arbeidsbureaus met hun verschillende bestanden worden nu wel weer aan elkaar gekoppeld.

Opsplitsing is al jaren de trend in België. Belgische politieke partijen bestaan niet meer, alleen Vlaamse en Franstalige. Ook bij andere organisaties wordt daarover gedacht, van de Belgische voetbalbond tot het Rode Kruis. Alleen de Belgische vakbonden willen het niet hebben over splitsing. De vakbonden vinden dat ze juist nu een ‘opvoedkundige taak’ hebben: het land moet bij elkaar blijven. Solidariteit, daar gaat het om, zegt Guy Tordeur, secretaris van de katholieke vakbond AVC in Brussel. „Die moet je altijd organiseren. Die is er nooit vanzelf.”

De ideeën die er bij de ene bevolkingsgroep leven over de ander, hoor je natuurlijk ook bij de vakbond, zegt Tordeur. „Wij zijn een afspiegeling van de maatschappij. Bij ons zijn er ook mensen die zeggen dat er in Wallonië minder hard wordt opgetreden tegen werklozen dan bij ons.” Maar dan moet de vakbondsleiding, vindt Tordeur, optreden als „corrector”.

Tordeur voert acties voor illegalen in België, voor kranten in Congo en voor de armen in Brazilië, en als er Vlaamse leden zijn die kritiek hebben op de Franstaligen, zal hij hun altijd uitleggen dat Wallonië er nu misschien slechter aan toe is dan Vlaanderen, maar dat dat elk moment kan veranderen. „Vlaanderen kan maar zo zijn auto-industrie kwijtraken.”

Vlamingen en Walen groeien uit elkaar, zegt ook econoom Rudy Aernoudt. Hij pakt De Standaard, een Vlaamse krant. „Hier kan ik wel in vinden wat er vanavond in Nederland op tv is, maar niet wat er in Wallonië te zien is.”

Toch is het nog niet te laat voor België, denkt Rudy Aernoudt. Volgend jaar zijn er weer verkiezingen in België, voor de regionale parlementen. De Vlaming Aernoudt wil meedoen met een nieuwe partij. In Wallonië. Dat is minder gek dan het op het eerste gezicht lijkt: Aernoudt is bekend in Wallonië, hij wordt vaak uitgenodigd voor debatten op Franstalige tv-zenders. Hij krijgt steun uit heel het land van mensen die vinden dat politici moeten ophouden met zeuren over „Vlamingen en Walen”, zegt hij. „Zeker nu met de kredietcrisis zijn er wel belangrijkere zaken.”

Aernoudt wil onder meer dat de hoogte van uitkeringen na verloop van tijd wordt beperkt. Het klopt volgens hem – zoals sommige Vlaamse politici zeggen – dat er in Vlaanderen meer Fransen werken dan Walen. Maar dat is niet omdat de Walen lui zijn. In Frankrijk worden uitkeringen, anders dan in België, na verloop van tijd verlaagd. En een Fransman in België verdient netto – als gevolg van fiscale en sociale wetgeving op grensarbeid – 28 procent meer dan een Belg die hetzelfde werk doet.

Maar het beeld van het rijke Vlaanderen en het arme Wallonië klopt niet volgens Aernoudt. Ja, Vlaanderen is gemiddeld rijker. Maar de rijkste provincie van België is Waals-Brabant, in Wallonië dus. „De taalgrens valt niet samen met de economische regio’s in dit land. De problemen doen zich voor in de gebieden die vroeger draaiden rond kolen en staal.” De Vlaamse provincie Limburg en rondom de Waalse steden Luik en Charleroi.

Vlaanderen dreigt nu dezelfde fout te maken als Wallonië, zegt Aernoudt. Na de Tweede Wereldoorlog was Vlaanderen de arme regio met veel werklozen. Met subsidies werden autofabrikanten gelokt. Nu blijft Vlaanderen die subsidiëren, terwijl eigenlijk al duidelijk is dat die fabrieken net zo weinig toekomst hebben als de staalindustrie destijds in Wallonië. „Tot 2012 ligt de economische groei in Vlaanderen nog hoger dan die in Wallonië. Maar ik kan u niet zeggen wat de rijkste regio is in 2025.”

Rudy Aernoudt vraagt wel eens aan zijn Vlaamse studenten bij welke universiteit de meeste nieuwe bedrijven als spin-offs ontstaan. Ze twijfelen meestal tussen Leuven en Gent. Het goede antwoord, zegt hij dan, is Louvain-la-Neuve, in Wallonië. Daar gebeurt van alles op het gebied van biotechnologie en ICT.

Henri De Bruyne van Be4Business, die de handelsmissies aan beide zijden van de taalgrens organiseert, kwam op dat idee toen hij met een Vlaamse journalist praatte die veel over ICT schreef. Tijdens dat gesprek bleek dat de journalist nog nooit in Louvain-la-Neuve (30 kilometer van Brussel) was geweest.

Benoît de Nayer, directeur van het ICT-bedrijf Citobi in Louvain-la-Neuve, lacht een beetje als hij dat hoort – maar hij klinkt niet vrolijk. „Het komt door het slechte imago van Wallonië”, zegt hij. „Maar weinig mensen weten dat er niet alleen in de VS, maar ook in België een sillicon valley is. De ICT-bedrijven in onze regio zijn zeer innovatief en succesvol.” Daarom gaat De Nayer mee op de handelsmissie. „Wij zijn goed, maar men moet ons leren kennen.”

Ook De Nayer was een keer mee met een handelsmissie naar het buitenland: vorig voorjaar, naar Amerika. Prins Filip was mee. De ICT-bedrijven uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel, zegt hij, presenteerden zich als Belgische delegatie, en dat werkte heel goed. Dat het bij andere missies lang niet altijd zo gaat, komt volgens hem doordat bedrijven in de ICT-sector beter dan veel andere bedrijven beseffen dat ze niet kunnen bestaan zonder het buitenland – en dat ze dus wel móéten samenwerken.

Politici in België, zegt De Nayer, waren de afgelopen jaren te druk met zichzelf en de staatshervorming die maar niet wil lukken. Nu, door de financiële crisis, zullen ze volgens hem weer gaan beseffen waar het echt om gaat: de economie, en dat ze er eensgezind aan moeten werken dat het goed blijft gaan met België. „Dat is ook de wapenspreuk van België, wist je dat? Eendracht maakt macht.”