Onderklasse is het probleem

Het debat over integratie gaat steeds maar over geloof en afkomst. Maar de echte sociale scheidslijn loopt tussen meedoen of aan de kant staan, betoogt Dominic Schrijer.

Oud-minister Vogelaar (Integratie, PvdA) betoogt in haar opiniebijdrage (17 november) dat de toon in het debat over de integratie van migranten eenzijdig negatief is, het beleid te repressief en dat er te weinig oog is voor de succesverhalen. Volgens Vogelaar moet vooral de PvdA zich dat aantrekken.

Als wethouder Sociale Zaken vind ik dat het door Vogelaar geschetste probleem niet de kern van het integratievraagstuk raakt. Kern is dat grote aantallen mensen – vooral in onze grote steden – in een achterstandspositie leven. Het gaat om mensen die leven op de grens van armoede, die moeite hebben met de Nederlandse taal, weinig of geen opleiding hebben genoten, bovengemiddeld vaak werkloos zijn, vaak op zeer jonge leeftijd kinderen kregen en kampen met een matige gezondheid en slechte woonomstandigheden.

Het debat over de integratie van migranten moet niet zozeer gaan over de toon van de discussie of de aanpak van criminele jongeren. Het moet vooral gaan over de vraag hoe we er beter dan tot nu toe in slagen om de grote groep migranten die niet kunnen meekomen, laten stijgen op de maatschappelijk ladder. Dit is in hoofdzaak praktisch en concreet werk dat zich afspeelt op lokaal niveau.

Het gaat om het bieden van kansen in achterstandswijken, maar ook het consequent aanspreken van individuen op hun eigen verantwoording en verplichtingen, en daarbij vormen van dwang en drang niet schuwen.

Het is mijn ervaring en overtuiging dat etniciteit en geloof niet bepalend zijn voor het wel of niet in staat zijn om sociale achterstanden weg te werken en te stijgen op de maatschappelijk ladder. De nieuwe scheidslijnen in ons land worden niet bepaald door afkomst maar door het wel of niet kunnen meedoen in de samenleving.

Het proces van sociale verheffing gaat echter niet vanzelf. Naast rechten brengt dit ook verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich mee, zowel voor individuen zelf als voor de Nederlandse overheid. Juist een partij als PvdA heeft in haar verleden bewezen op twee manieren goed zorg te kunnen dragen voor succesvolle emancipatie van mensen uit de – toen nog witte – lagere sociale klassen. De SDAP predikte het verheffingssocialisme.

Maar verheffing kan slechts met goede voorzieningen op het gebied van onderwijs, opleiding, huisvesting, werkgelegenheid en zorg. Het is onmiskenbaar dat de Nederlandse overheid de afgelopen jaren op dit vlak te kort is geschoten. Onder het mom van ‘minder overheid, meer markt’ hebben we feitelijk veel mensen in een kwetsbare positie aan hun lot overgelaten. De inzet van oud-minister Vogelaar om in de meest kwetsbare wijken deze sociale infrastructuur met kracht te verbeteren valt dan ook te prijzen en dient absoluut gecontinueerd te worden. Zij heeft er, mede doordat minister Bos (Financiën, PvdA) haar zonder geld op pad stuurde, zelfs voor gezorgd dat woningbouwcorporaties extra geld investeren in de opbouw van wijken.

Sociale verheffing lukt ook niet zonder vormen van dwang en drang. Op de terreinen van opvoeding, onderwijs, huisvesting en arbeid werd vroeger juist door de PvdA heel duidelijk gemaakt wat er van mensen werd verwacht. En laten we eerlijk zijn: ook hieraan heeft het de laatste decennia in ons land ontbroken. Om vooruit te komen moet duidelijk worden gemaakt dat het normaal is dat individuen ook zelf verantwoording nemen, bijvoorbeeld door de taal te leren spreken, de kinderen naar school te laten gaan, de opleiding af te maken, te werken voor het eigen geld en rekening te houden met de buren. Zolang ook van de kant van de PvdA deze verantwoordelijkheid niet duidelijk wordt gemaakt, missen mensen houvast en een stimulans om het leven in eigen hand te nemen en stappen vooruit te zetten.

In het betoog van Vogelaar valt op dat zij alleen criminelen of lastige individuen wil aanpakken. Maar je moet ook hard durven optreden tegen mensen die niet mee willen doen. Die zich willens en wetens niets aantrekken van Nederlandse burgerplichten. En we moeten meer doen dan kansen geven en hoop bieden.

Het is mijns inziens belangrijk dat niet alleen binnen de PvdA maar ook breder in ons land dit gevoelige thema niet op principiële en ideologische, maar vooral op praktische en concrete wijze wordt opgepakt. Dan pas kunnen we de onderklasse verheffen.

Dominic Schrijer (PvdA) is wethouder Werk, Sociale Zaken en Grotestedenbeleid in Rotterdam.

Lees het stuk van oud-minister Vogelaar en andere reacties op nrc.nl/opinie