Niet de vlinder, maar de rups

Of de Haïtiaanse religie vodou een slechte of goede kracht is, is een onbeantwoorde vraag, zoals bij alle religies. In het Tropenmuseum is een expositie te zien van kunst en mystiek uit Haïti.

‘Met granbwa zile’. Het lijken geen woorden uit een bekende taal, ook al klinken ze lieflijk op grond van de talen die ik wel ken. Nederlands kan dit alleen zijn als het uit een gedicht van Cees Buddingh’ komt. Granbwa als de grootvader van de blauwbilgorgel. Met granbwa zile. Is het Haussa? Sanskriet? Oezbeeks? Misschien komen de woorden wel uit het Esperanto of het Klingon, talen die door mensen niet ontstaan maar bedacht zijn. Met granbwa zile. Met grote zeilen? Met grote zielen?

Meester van het grote bos van de eilanden, dat betekent met granbwa zile. Het zijn woorden uit de creoolse taal die op Haïti wordt gesproken en die nu fonetisch correcter worden geschreven dan in het Frans waaruit deze taal, onder meer, is voortgekomen. Maître du grand bois des îles, schrijven de Fransen. Met granbwa zile, zeggen de Haïtianen, die de woorden ook beknopter uitspreken. Wie eenmaal weet dat hij aan Frans moet denken als hij ze leest, begrijpt ze moeiteloos. Miwa is spiegel, laren is de koningin, matant is tante, ansanm ensemble. Ook spelling kan poëtisch lijken: etazini is een lyrischer land dan Les États-Unis.

Met granbwa zile is een van de 401 ‘lwa’, geesten, die de vodou-religie bevolken. Ook deze religie zou je creools kunnen noemen, al bevat deze juist meer Afrikaanse dan Franse elementen. Dat zie je al aan de woorden. Zonbi (geest), hounsa (priester), mambo (priesteres) zijn allemaal terug te voeren naar Afrikaanse talen uit streken waar veel slaven werden geronseld. Vodun is de officiële godsdienst van de staat Benin. Op Haïti is dit West-Afrikaanse geloof vermengd met het geloof van de eerdere bewoners van het eiland, de Taino, en met het christendom. Iwa worden soms afgebeeld als bepaalde christelijke heiligen, al gebeurde dat volgen sommige experts in vodou vooral om de Europese machthebbers om de tuin te leiden.

Op zichzelf is het niet opzienbarend dat een religie verschillende bronnen heeft. Alle godsdienst verbastert. Het christendom en de islam hebben ook verschillende bronnen, maar dat is al zo lang geleden dat je het vaak vergeet. Bij vodou kun je het nog zien. Sommige lwa zijn terug te voeren op Afrikaanse goden, andere zijn gestorven vrijheidsstrijders.

Zien kun je het nu heel goed

in het Tropenmuseum, waar een schitterende expositie over vodou wordt gehouden met stukken uit de collectie van Marianne Lehmann, een Zwitserse die al sinds 1957 op Haïti woont. Er zijn vlaggen, spiegels, levensgrote poppen, flessen, stoelen en een heel nagebouwd altaar. De meeste voorwerpen worden gekenmerkt door een schelle esthetiek; veel kleuren, veel glans, veel opzichtig realisme. De tijd heeft een aantal stukken een gedempter patina gegeven. Sommige dingen zijn nogal onooglijk, maar de tekstbordjes maken ze toch interessant. Die beschrijven bijvoorbeeld wat er in een pake (pakket) of fles zit: allerlei ingrediënten om een bepaalde lwa gunstig te stemmen, van peper en steranijs tot buskruit en de fijngestampte horen van een gazelle. Een Congopakket is voor elke koper anders van samenstelling. Het biedt vooral bescherming tegen ziekte, maar je zou het ook als een portret kunnen zien, een portret in poedervorm.

De aantrekkingskracht van vodou schuilt niet alleen in de voorwerpen, maar ook in de rituelen waarin die voorwerpen gebruikt worden, in de muziek, in de dans. Het is zeer wel te begrijpen waarom kunstenaars zich ertoe aangetrokken voelen, zoals in de jaren veertig van de vorige eeuw de Amerikaanse avant-gardefilmmaakster Maya Deren en nu de Nederlandse dichteres Maria van Daalen, die zich zelfs tot mambo heeft laten wijden. Vodou biedt een ordening van de wereld die niet van oorzaak en gevolg uitgaat maar van gelijkenissen. Als poëzie magie is, dan is vodou poëzie. De veelomvattendheid van vodou is duizelingwekkend: het is een tot in de puntjes uitgewerkt systeem waarmee je de hele wereld te lijf kunt. Er zijn onder de bondye (bon dieu) 401 geesten verdeeld over 21 naties die allemaal hun eigen tekens, kleuren en rituelen hebben en de mensen elk op hun eigen terrein kunnen helpen. Net als in de astrologie of in complottheorieën – ja, ook die kunnen mooi zijn – ligt de schoonheid vooral in het vernuft waarmee alles met alles te maken kan hebben. Letterlijk hoef je het niet te nemen om ervan te genieten, zoals je in het bekende voorbeeld ook niet in Jezus hoeft te geloven om van Bach te genieten. Bij vodou geldt dat zelfs voor sommige beoefenaren. „Het doet er niet zoveel toe of wat ik beleef ook waar is buiten mij”, zegt Van Daalen bijvoorbeeld. Volgend jaar verschijnt er een studie van haar over Vodou.

Vodou wordt tegenwoordig ook

in het Nederlands als vodou geschreven om het te onderscheiden van de voodoo van de Hollywoodfilm met zombies en poppetjes waarin spelden worden gestoken, die overigens wel in de museumwinkel te koop zijn. Dat soort verbasteringen heeft de religie een slechte naam gegeven. Of vodou een slechte of een goede kracht is, is een onbeantwoorde vraag, zoals bij alle religies. Vodou speelde een glansrol in de slavenopstand die van Haïti een vrije republiek maakte. Bekend gebleven is het schitterende gebed warmee vodoupriester Dutty Boukman de Haïtiaanse revolutie op 22 augustus 1791 in gang zette. Koute vwa la libète kap chante lan kè nou, luidt de laatste zin: Luister naar de stem van de vrijheid die spreekt in al onze harten. Later zijn de geheime genootschappen die een grote rol speelden tijdens de vrijheidsstrijd door Haïtiaanse machthebbers juist gebruikt om de bevolking te onderdrukken. Pas in 2003 werd vodou op Haïti erkend als godsdienst.

De collectie van Marianne Lehmann reist door Europa – en is na Amsterdam nog te zien in Zweden en Duitsland – om fondsen te werven voor de bouw van een museum op Haïti, waar de verzameling dan onderdak moet vinden. Laten we hopen dat het er komt. En dat er dan ook plaats is voor een paar kleine voorwerpen van de Taino, een van de bronnen van de vodou. In een vitrine aan het begin van de tentoonstelling liggen drie beeldjes van gerimpelde steen. In de religie van de Taino speelden de vlinder en haar symboliek een grote rol. Maar vlinders zijn hier niet te zien. De beeldjes zijn rupsen.

Wat een vondst. De kunstenaars van de Taino beeldden niet het resultaat uit, maar het begin. Een dergelijk beeldje van een rups is een beeldje van mogelijkheden. Het kan nog elke vlinder worden. Het kan nog alles worden.

Vodou. Kunst & mystiek uit Haïti. T/m 10 mei in het Tropenmuseum Amsterdam. Inl: www.tropenmuseum.nl.