Nederland móét wel meedoen

Nu Brussel de economie rechtstreeks wil stimuleren, kan Nederland niet stug achterblijven.

De eerste concrete plannen worden vandaag al verwacht.

Of Nederland wil of niet, de druk op het kabinet om daadwerkelijk de uitgaven te verhogen, neemt in rap tempo toe.

Brussel wil besteden. De Europese Commissie werkt aan een grootschalig investeringsplan waarbij de lidstaten met 1 procent van het bruto binnenlands product hun economieën moeten stimuleren. Nederland kan niet achterblijven. Naar verwachting komt het kabinet vandaag al met concrete plannen.

Alles staat op dit moment in het teken van crisisbeleid. Maar het kabinet aarzelt. Naar buiten toe laat het zo min mogelijk merken van de grote zorgen over de economie. Minister Bos (Financiën, PvdA) zei dinsdag in de Tweede Kamer nog dat de begroting over 2009 niet gewijzigd hoeft te worden en dat Nederland zich geen crisis moet laten aanpraten.

Wat zijn die uitspraken waard nu de economie in recordtempo verslechtert, gezonde bedrijven hun omzet zien inzakken en de drie grote economische blokken Japan, VS en de EU binnen een tijdsbestek van een paar maanden tegelijk in een recessie duiken? De Europese Ronde Tafel, een invloedrijke club van 47 grote Europese bedrijven, sloeg deze week alarm en spreekt van een „extreem gevaarlijke ontwikkeling”.

De uitgangspunten van de Miljoenennota zijn achterhaald. In de begroting wordt gerekend met een olieprijs van 125 dollar in plaats van de huidige 52 dollar per vat. De economische groei staat op 1,25 procent in plaats van nul of nog minder. De inflatie wordt geschat op 3,25 procent terwijl de angst voor deflatie (negatieve inflatie) groeit. Dit alles vertaalt zich in veel lagere inkomsten en stijgende uitgaven voor de overheid.

Er is een extra onzekerheid: de conjuncturele neergang van de economie wordt versterkt door de effecten van de crisis op bedrijven. De kredietmarkt droogt op waardoor gezonde ondernemingen in de problemen komen omdat ze geen toegang hebben tot de normale bedrijfskredieten.

Nederland is een voorvechter van een behoedzaam begrotingsbeleid waarbij in Europa de tekorten niet uit de hand mogen lopen en industriebeleid uit den boze is. Maar kan Europa het zich permitteren de Duitse en Franse automobielindustrie níét te steunen? Wat is het belang van de Nederlandse toeleveranciers? Wat te denken van de chemie, transport- en metaalsector, bedrijfstakken die als eerste klappen krijgen en in Nederland veel gewicht hebben?

Anders dan Frankrijk of Groot-Brittannië heeft Nederland een overschot op de begroting. Brussel kijkt voor de investeringsimpuls begerig naar lidstaten die ruimte op hun begroting hebben. Nederland kan dus wel eens, net als Duitsland, extra aangeslagen worden.

Premier Balkenende en de ministers Bos (Financiën, PvdA) en Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) zoeken naar de kwadratuur van de cirkel: maatregelen die op korte termijn goed zijn om de economische teruggang te bestrijden en die op lange termijn geen negatief effect hebben, maar de economische structuur versterken. Het kabinet is beducht voor overhaaste belastingverlaging of eenmalige uitkeringen. Er is een scala aan andere maatregelen waaraan gedacht wordt.

Grootschalige infrastructurele projecten kunnen naar voren gehaald worden. Daarnaast is de overheid een trage betaler. Bedrijven worden geholpen als de overheid eerder zijn rekeningen betaalt.

De afspraken van het Najaarsoverleg met de sociale partners kunnen worden opengebroken. Daar werd matiging van de cao-lonen overeengekomen, in ruil voor lastenverlichting. Nu komt bevriezing van loonstijgingen in zicht. Het klimaat verhuist ook even naar het tweede plan.

Begin volgend jaar zal Bos de begroting voor 2009 vermoedelijk moeten openbreken. Het lijkt onvermijdelijk dat hij de begrotingsregels zal moeten loslaten. Meedoen met een Europees stimuleringsplan staat haaks op de huidige begroting. Bos zit al aan het plafond van het ‘uitgavenkader’, de afspraken over de overheidsuitgaven.

Als de economie inzakt en de energieprijzen dalen, nemen de inkomsten voor de overheid af. In het regeerakkoord is afgesproken dat het kabinet pas ingrijpt als het tekort 2 procent bedraagt. Met het huidige overschot van 1 procent is het nog lang niet zo ver, maar in de crisis van 2002-2003 sloeg een overschot ook snel om in een tekort.

De uitgaven blijven in beginsel ongemoeid, maar hier heeft Bos een probleem. Hij heeft een meevaller aan de uitgavenkant ingeboekt van 2 miljard euro. Nu de inflatie verschrompelt, raakt hij die buffer volgend jaar kwijt. De begrotingsregels dwingen hem dan tot snijden. Het credo van Bos is tot nu toe: laat de automatische stabilisatoren in de begroting hun werk doen. De vraag is hoe lang het kabinet deze opstelling kan volhouden. Het is geen argument dat in Brussel veel indruk maakt.