Mijn woord is als woestijnzand in uw ogen

H.C. ten Berge: Hollandse sermoenen. Atlas, 94 blz. € 17,50

Hollandse sermoenen heet de nieuwe bundel van H.C. ten Berge. Die titel suggereert vaderlandse domineestaal, maar dat is niet wat de dichter biedt. Zijn gedichten zijn ook maar ten dele Hollands. Veel verzen zijn het resultaat van collagetechniek, en daarbij is gebruikgemaakt van citaten uit de Occitaanse, Engelse en Amerikaanse lyriek. Het ‘Sermoen aangaande het paradijs’ is daar een mooi voorbeeld van, temeer omdat de dichter in zijn ‘Aantekeningen’ achter in de bundel beschrijft hoe hij te werk is gegaan.

‘Dit sermoen is palimpsest en parafrase tegelijk’, schrijft hij. ‘Het kan naar believen worden uitgebreid of ingekort. Het drijfzand van speculaties laat een zeer flexibele vorm toe. De reeks van elf gedichten is op een aantal plaatsen over een bestaand paradijsgedicht van Christopher Middleton heen geschreven.’ In andere sermoenen verwijst Ten Berge naar Leonard Nolens en Hadewijch, en ook anderszins klinkt menig echo in deze bundel.

Het etiket ‘geleerdenpoëzie’ dringt zich op, maar die typering gaat te kort door de bocht. Hollandse sermoenen is na de beeldrijke vorige bundel, Het vertrapte mysterie, bovenal een retorische meesterproef, en de toon daarvan is zelden verheven. ‘Een sermoen als een driedelig pak / dat niet past, / dat steeds maar niet als gegoten, / en zich niet voegt / naar de smaak van de dag -,’ luidt het openingscouplet van het ‘Sermoen voor dovemansoren’.

In andere verzen klinkt meer dan één register, zoals in het ‘Briefsermoen voor dolend Grasvolk en Kaninefaten’. Daarin is dan ook ‘de noodzakelijke boetpredikant’ aan het woord. De eerste vier coupletten (van negen) volstaan als voorbeeld:

Sinds wij ons niet in uw aanwezigheid mogen verheugen

laten wij u langs de virtuele snelweg weten

hoe de stand van al uw zaken

in het licht van wereldwijde fenomenen

in deze, onze geest (dus ook de mijne) wordt beschouwd

en opgeslagen.

Besef:

mijn woord is als woestijnzand

dat u in de ogen stuift,

het is als hete lak

dat op uw lippen gloeit,

uw mond verzegelt en verbrandt.

Het volstaat om oren van hardhorenden te wassen,

het stelt uw sentimenten aan de kaak,

het stoort of heelt de zieke hersenkwab

van dolend Grasvolk en Kaninefaten.

Weet dat ik voor u mijn nek uitsteek,

en mijn last als halszaak heb te dragen.

Hier wordt een spel gespeeld. Een intelligent en poëtisch stevig doortimmerd spel, maar vooral toch het werk van een ‘homo ludens’, een speelse geest.

De dertien Hollandse sermoenen beslaan de eerste vijftig pagina’s van de bundel. Daarna volgen nog vijf andere afdelingen, waarvan de twee reeksen ‘Impressies en observaties’ en ‘Een winterlied aan Midnight Pass’ de sterkste indruk maken. In zijn Amerikaanse reisimpressies toont Ten Berge opnieuw zijn beeldende kracht. Daarvoor zijn soms niet veel woorden nodig. In zijn natuurobservaties bereikt hij in luttele regels de gewogen beeldtaal van een goede haiku of de gedichten van Chr.J. van Geel (1917-1974).

Het meest uitgesproken Ten Berge-gedicht in Hollandse sermoenen is ‘Marguerite Porete levend verbrand in Parijs’. In negen coupletten, van afwisselend zeven en zes regels, en één eenzame slotregel probeert de dichter zich een voorstelling te maken van de schrijfster van Spiegel van simpele zielen, een boek dat haar op 1 juni 1310 het leven kostte.

Marguerite Porete heette deze mystica uit Henegouwen. Haar proces, schrijft Ten Berge in zijn ‘Aantekeningen’, is gedocumenteerd, Marguerites leven niet. Dat weerhield de dichter er niet van een krachtig historielied te schrijven, met ontroerende slotregels:

Dauw nog over het gras terwijl een tong al

aan haar voeten lekte. Zegt een kroniek:

Men keek in tranen toe en hoorde

hoe ze zong totdat ze niet meer zong.

Hollandse sermoenen is, zoals het eerdere dichtwerk van ten Berge, geen bundel voor luie lezers. Pas bij herlezing breken de verzen soms open. Dat vraagt tijd en inspanning, maar dat is het werk van deze P.C. Hooftprijswinnaar ten volle waard.