Koelbloedige profetie

De economische groei neemt snel af, de beurskoersen storten in, de rente bereikt een extreem laag niveau en er wordt gesproken over de kans op deflatie – een vernietigende neerwaartse prijsspiraal die Japan eind vorige eeuw langdurig in zijn greep hield.

Gaat het over 2008? Nee, deze scenario’s deden begin 2003 de ronde, toen de internetzeepbel uiteen was gespat en de economische groei wereldwijd inzakte.

Het hoort erbij. Extrapoleren is een noodzakelijke exercitie voor beleggers en beleidsmakers. Maar samen met de financiële markten dreigt nu ook deze bezigheid aan oververhit te lijden. Nog maar vier maanden geleden, toen de prijs van ruwe olie extreem hoog was, overheerste de angst voor stagflatie: het tegelijk optreden van economische stagnatie en inflatie, met als model de jaren zeventig. Thans zijn de jaren dertig weer in de mode, toen een economische depressie verergerd werd door deflatie.

Nu is een langdurige en algemene daling van de prijzen een verschijnsel dat bedreigend genoeg is om rekening mee te houden. De kans dat de consumentenprijsindex in de loop van volgend jaar daalt is op dit moment vrij groot. Als de prijzen van ruwe olie, andere grondstoffen en voedsel op het peil van vandaag blijven, dan valt straks de vergelijking met de extreme waarde van eerder dit jaar zeer negatief uit. Het effect is groot genoeg om de totale prijsindex in de min te drukken, maar dat wil nog niet zeggen dat daar een brede daling van alle prijzen uit volgt.

De huidige zeer negatieve scenario’s voor de wereldeconomie zijn afkomstig uit twee bronnen. De eerste is de gestage stroom van statistische gegevens over onder meer de productie, de bestedingen, de werkgelegenheid en de prijzen. Deze cijfers zien er niet goed uit, en wijzen op een zware tijd. De tweede bron blikt vooruit, en is afkomstig van metingen van vertrouwen, van vooruitlopende indicatoren en vooral de bewegingen op de financiële markten.

Vooral die laatste vertonen op dit moment extreem gedrag. De recente, massale vlucht uit aandelen en alles dat risico’s draagt, naar veilig staatsschuldpapier heeft de effectieve rentes over een breed front verlaagd. Maar of die lage rentes nu een omineus ‘Japans’ teken zijn van aanstaande deflatie, of alleen een tijdelijk en vooral technisch verschijnsel is nog niet te zeggen.

Het zelfde geldt voor de prijs van ruwe olie. De stijging naar 147 dollar per vat in juli, en de daling naar onder de 50 dollar per vat sindsdien, zeggen het nodige over de verwachte vraag in wereldeconomie, maar zijn voor een groot deel ook simpelweg het gevolg van hevige speculatie.

Instrumenten worden in een zware orkaan soms onbetrouwbaar. Het is op dit moment lastig voor bedrijven, centrale banken en overheden om beleid te formuleren, omdat n nog niet duidelijk is hoe zwaar de storm wordt. De gevolgen van te laat of te laks handelen zijn potentieel groot. Maar dat geldt ook voor de consequenties van een overreactie.